Op de uitkijk naar nerveuze meisjes

De meisjes die in handen vallen van smokkelaars zijn naïef. Anuradha probeert ze uit de bus naar India te halen.

Een jonge vrouw in een bergdorp in Nepal Foto ANP

Wie per bus langs een grensovergang van Nepal naar India rijdt, kan daar jonge vrouwen zien instappen die rondspieden of er nerveus kijkende meisjes met mannen of vrouwen meereizen die geen familieleden van hen zijn. De jonge ‘inspecteurs’ weten uit ervaring dat veel van zulke meisjes er geen benul van hebben dat ze niet op weg zijn naar een goede baan in een grote Indiase stad, zoals hun en hun ouders is beloofd, maar naar een bordeel in Mumbai of New Delhi.

In samenwerking met de grenspolitie onderscheppen de jonge vrouwen aan de grens, werkzaam voor de hulporganisatie Maiti Nepal, zo’n vierduizend meisjes per jaar. Anuradha Koirala (67), een kleine tengere vrouw die al bijna een kwarteeuw strijdt voor meer aandacht voor het lot van zulke meisjes, schat dat haar organisatie inmiddels zo’n dertigduizend jonge vrouwen heeft gered uit handen van mensensmokkelaars.

Sommige meisjes worden naderhand zelf ‘inspecteur’ aan een van de elf grensovergangen tussen Nepal en India. „Het zijn in de meeste gevallen Tamang-meisjes, uit de laagste kaste, die het slachtoffer worden van mensensmokkelaars”, zegt Koirala. „Ze zijn analfabeet en erg naïef. Zij zeggen: wij vertrouwen gewoon iedereen.”

„De smokkelaars hebben het liefst meisjes van tussen de zeven en tien jaar”, vertelt Koirala. „Als ze de meisjes eenmaal in hun macht hebben, geven ze hun soms zelfs hormonale injecties om ze sneller te laten groeien.” Jonge maagden zijn geliefd bij bordeelbezoekers. Nogal wat mannen geloven dat ze van hun aidsbesmetting kunnen afraken door met een maagd te slapen.

Koirala was in Amsterdam op uitnodiging van de organisatie Free a Girl, donor van Maiti Nepal. Begin jaren negentig zag Koirala, destijds onderwijzeres, naast haar huis in de hoofdstad Kathmandu een met het hiv-virus besmette jonge prostituee. Ze besloot haar in huis te nemen. „Een hele nacht lang vertelde ze me huilend haar verhalen”, vertelt Koirala. „Ik besloot om zulke meisjes te gaan helpen.”

Eenvoudig was dat aanvankelijk niet. „Ik beloofde hun een winkeltje maar geld had ik nauwelijks.”

Mooi pratende vreemdelingen

In Nepal zelf was de seksindustrie toen nog niet erg ontwikkeld, maar er werden (en worden) wel veel meisjes naar India gesmokkeld. Na verloop van tijd begon ze ook met voorlichting in dorpen om te waarschuwen tegen mooi pratende vreemdelingen die hun dochters naar India wilden brengen. Ook vroeg ze hun alarm te slaan als een meisje werd vermist.

Maiti Nepal schroomt ook niet om desnoods in Mumbai of elders invallen uit te voeren, vaak samen met de Indiase politie. Als de inval lukt – soms weten de bordeelhouders de meisjes snel weg te leiden – gaan de meisjes terug naar Nepal, waar ze in een van de opvangcentra van Maiti Nepal wat onderwijs krijgen om ze voor te bereiden op hun terugkeer in de maatschappij.

Als het even kan, probeert Maiti Nepal de mensensmokkelaars ook voor de rechter te krijgen. Dat is intussen in 1.200 zaken gelukt. Maar het probleem blijft hardnekkig. Volgens Koirala heeft dat vooral te maken met de achtergestelde positie van meisjes en vrouwen in Nepal. Jongens mogen vaak wel naar school, maar meisjes niet. Koirala: „Het is niet eens zozeer armoede als wel de ongelijkheid van de seksen die het probleem van de mensensmokkel veroorzaakt.”