‘Moordplan’ tegen zussen geeft OM extra munitie

Willem Holleeder zou vanuit zijn cel hebben geprobeerd zijn zussen te laten liquideren.

Illustratie ALOYS OOSTERWIJK / ANP

Willem Holleeder nam dinsdag voor het eerst sinds zijn arrestatie eind 2014 het woord, tijdens de behandeling van de voortgang van het onderzoek in zijn strafzaak. „Ik wil niet dat er iets met mijn zusters gebeurt”, zei Holleeder terwijl de camera liep. „Dat is niet in mijn belang, u zult mij er op aankijken.”

Met die woorden eindigde een zeer opmerkelijke zitting waarin het Openbaar Ministerie minutieus verslag deed van het onderzoek naar de gang van zaken in de extra beveiligde gevangenis in Vught waar Holleeder nu ruim een jaar in voorlopige hechtenis zit. Het OM vermoedt dat Holleeder vanuit de gevangenis heeft geprobeerd de liquidatie voor te bereiden van zijn zussen Astrid en Sonja en misdaadverslaggever Peter R. de Vries.

Holleeder zou twee Antilliaanse medegedetineerden hebben gevraagd om contact met een mobiel nummer te leggen. Als zij een codewoord zouden doorgeven aan de gebruiker van dat nummer zou hij wel weten wat te doen. Dat blijkt althans uit de verklaring van een van de Antillianen. Zijn verhaal wordt deels bevestigd door diens vriendin aan wie de man het nummer probeerde te geven.

Een moord organiseren vanuit de zwaarst bewaakte gevangenis in Nederland, het is een nieuwe plotwending in een van de meest geruchtmakende strafzaken uit de Nederlandse geschiedenis. Want dat is de zaak tegen Holleeder, die sinds de ontvoering van biermagnaat Freddy Heineken in de jaren tachtig door het leven gaat als een ABC’er: een Amsterdamse Bekende Crimineel.

Hij moet van de straat, zei Astrid

Zijn reputatie werd bevestigd toen hij in 2007 werd veroordeeld voor de afpersing van onder anderen vastgoedhandelaar en onderwereldbankier Wim Endstra. Ook toen al vermoedde justitie dat Holleeder achter de moord op Endstra zat maar was er onvoldoende bewijs voor een strafzaak.

Dat veranderde toen in 2013 drie vrouwen aanklopten bij justitie: de zussen Astrid en Sonja Holleeder en ex-vriendin Sandra Klepper. Op basis van hun getuigenis werd het dikke dossier van Holleeder opnieuw geopend. Het resultaat: Holleeder wordt verdacht van het opdracht geven voor vijf moorden, van een poging tot moord en een doodslag.

Vooral de verklaring van Astrid Holleeder, die jarenlang tegen wil en dank fungeerde als de vertrouwenspersoon van haar broer, is belastend. Bovendien nam zij ter ondersteuning van haar verhaal een aantal gesprekken tussen haar en Holleeder heimelijk op. Astrid vertelde vorig jaar tegen NRC dat ze daarmee waarschijnlijk haar eigen doodvonnis heeft getekend, maar ze deed het toch. Hij moet van de straat, vertelde ze.

Dat Willem Holleeder probeert om zijn zussen te vermoorden komt voor Astrid en Sonja niet als een verrassing. Hij wil wraak maar heeft volgens Astrid ook een direct belang. „Hij wil zijn versie van de feiten aan de rechtbank voorleggen zonder dat ik en Sonja die kunnen weerleggen”, stelt Astrid. „Daarom wil Willem dat wij zijn verklaringen niet kunnen lezen. Daarom moeten wij dood.”

Holleeders advocaat Stijn Franken probeerde dinsdag gaten te schieten in de verklaringen van de medegedetineerde van Holleeder. Volgens Franken kloppen zijn verklaringen niet en probeert hij een deal te sluiten met justitie zodat hij terug kan naar de Antillen. Dat de getuige een deal wil klopt, blijkt uit zijn verhoren. Tegen de theorie van Franken pleit dat de man niet zelf naar de politie is gestapt en in eerste instantie niet wilde verklaren.

Het is ongewis of justitie voldoende bewijs vindt om Holleeder voor het beramen van de liquidatie van zijn zussen en Peter R. de Vries te vervolgen. De ontwikkeling accentueert wel het familiedrama dat de zaak tegen Holleeder is. Het gaat, in de woorden van Astrid en Sonja, om hun versie van de feiten tegen die van hun broer. Dat Holleeder voor de draaiende camera zegt dat hij niet wil dat „zijn zusters” iets overkomt, verandert daar volgens Astrid niets aan. „Als Willem iets zegt, bedoelt hij iets anders”, stelt Astrid. „Ik leef met de gedachte dat ik altijd over mijn schouder moet kijken zolang hij er nog is.”