Luiks museum straalt weer na verbouwing

Gebouw en omliggend park waren wat vervallen, maar nu is het een ideaal decor voor een expositie over buitenschilders.

Foto Marc Verpoorten

Op zonnige dagen lopen de tentoonstelling in het vernieuwde Luikse museum La Boverie en het buitenleven rondom naadloos in elkaar over. Bezoekers zitten onder de bomen van de Engelse landschapstuin aan de ene kant. Of ze wandelen door het in Franse geometrische stijl aangelegde park aan de andere kant. De Maas en een zijkanaal zorgen voor fraaie stadsgezichten achter het groen. Binnen zijn vergelijkbare taferelen te zien op de eerste wisselexpositie En plein air, gemaakt samen met het Louvre.

Kunstenaars trokken vanaf de achttiende eeuw naar buiten op zoek naar licht en luchten en troffen daar steeds vaker anderen die er hun zinnen kwamen verzetten. Die zijn in Luik in alle verschijningen te zien: flaneurs, fietsers in het Bois du Boulogne, een lentetafereel langs de Seine van Pisarro, zonnebaadsters van Chagall, een picknick van Cézanne en badgasten aan zee van Picasso.

In Luik, toen nog een metropool met allure, waren in 1905 ongetwijfeld volop van dit soort taferelen te zien. In dat jaar opende La Boverie in 1905 toen nog als het Palais des Beaux-Arts zijn deuren. In een van de vroegst geïndustrialiseerde streken van Europa heerste welvaart, al was de rijkdom ongelijk verdeeld. Het museum ging tegelijk open met de Wereldtentoonstelling in Luik dat jaar. Zeven miljoen mensen bezochten dat evenement.

In de twintigste eeuw werd Luik niet gespaard. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het de eerste belangrijke stad die door de Duitsers werd bezet en het had de wereldprimeur van luchtbombardementen op burgerdoelen. In de Tweede Wereldoorlog liep Luik opnieuw forse schade op. Daarna zette de neergang van de staalindustrie in en verviel de stad in armoede. Weinig mensen wilden er nog halt houden. Voor de meeste Nederlanders werd Luik dat grauwe oord waar je doorheen moest op weg naar de Ardennen.

Het Palais des Beaux-Arts, de laatste jaren bekend als het Musée d’Art moderne et d’Art contemporain, verbeeldde de vergane glorie als geen ander. De kunst was het aanzien waard, onder meer de collectie Duitse ‘entartete’ schilderijen. Maar het gebouw verloor met het jaar glans.

Na 2000 begon Luik plannen te maken om de oude parel weer glans te geven. Tegen de stroom in: investeren in cultuur. Het door de Franse architect Rudy Ricciotti flink uitgebreide museum ligt langs de route die twee andere prestigeprojecten, het TGV-station van de Spaanse toparchitect Calatrava en het winkelcentrum Mediacité, met elkaar verbindt. Over de Maas ligt een nieuwe voetgangersbrug genaamd ‘la Belle Liégeoise’.

La Boverie straalt weer en met de nieuwe entree en glasrijke uitbreiding zijn museum en park weer een geheel.