LHBT’s voelen zich minder veilig dan hetero’s op mbo

Ook blijkt uit de Monitor Sociale Veiligheid dat LHBT’s drie keer vaker dan hetero’s te maken krijgen met psychisch-fysiek geweld.

De kantine van het ROC Leiden. Foto Koen Suyk / ANP

Lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders (LHBT’s) voelen zich op mbo-scholen minder veilig dan hun heteroseksuele medestudenten. Dat blijkt uit de Monitor Sociale Veiligheid van de MBO Raad, over het studiejaar 2014/2015.

Heteroseksuele mbo-studenten voelen zich afhankelijk van de omgeving (van lesruimte tot rondom de school) in 93 tot 97 van de honderd gevallen veilig. Bij LHBT’s ligt dat zo’n 6 tot 7 procentpunt lager.

Dat LHBT’s zich iets onveiliger voelen, is niet vreemd. Ze worden vaker dan hetero’s slachtoffer van materieel en psychisch-fysiek geweld. Van de hetero’s krijgt zo’n 4 procent met materieel geweld te maken; daar valt onder diefstal en vandalisme. Bij LHBT’s is dat 8 procent.

In het geval van psychisch-fysiek geweld, dat varieert van pesten tot mishandeling, is dat verschil nog groter. 23 procent van de LBHT’s krijgt daar mee te maken, tegenover 8 procent van de hetero’s.

Voor het eerst

Volgens het rapport van de MBO Raad heeft dit onder meer als gevolg dat LHBT’s vaker een wapen mee naar school nemen dan heteroseksuele studenten. Van de LHBT’s nam 2 procent af en toe of regelmatig een wapen mee, van de hetero’s 0,7 procent.

Het is voor het eerst dat er in de monitor, die eens in de paar jaar uitkomt, gevraagd is naar de seksuele voorkeur van de respondenten. Ook zijn aanvullende vragen gesteld over hoe studenten kijken naar LHBT-docenten en medestudenten. Zo’n 8 procent van de studenten geeft aan er op iets tegen te hebben les te krijgen van een LHBT-docent. 5 procent wil liever niet met een LHBT-student in de klas zitten.

Iets meer spijbelen

In algemene zin voelen mbo-studenten zich iets veiliger dan ten tijde van de vorige monitor in 2011. Het wapenbezit is, zeker afgezet tegen 2002, flink gedaald. Toen nam, afhankelijk van de leerrichting, tussen de 6 en 8 procent van de studenten soms of regelmatig een wapen mee. Dat is gedaald tot onder de procent.

Het aantal studenten dat spijbelt is in vier jaar tijd toegenomen. 39 procent van de studenten die een beroepsopleidende leerweg (bol) volgde, spijbelde in het afgelopen schooljaar, tegenover 31 procent vier jaar eerder. Bij de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) steeg dat van 16 procent naar 22 procent. Volgens het rapport heeft die stijging vooral te maken met een toename van incidenteel spijbelen. Het frequente spijbelen is bij de bol iets gezakt en bij de bbl gelijkgebleven.