‘Parijs weigert lessen te trekken uit de aanslagen’

Aanslagen De noodtoestand en grenscontroles zijn uiteindelijk niet het goede antwoord op terreur, zegt de gerenommeerde Franse veiligheidsexpert François Heisbourg.

Foto AFP/Pascal Pavani

François Heisbourg is „woedend”. Zo’n uitval lijkt niet erg bij de oud-diplomaat en gelouterde veiligheidsexpert lijkt te passen. Maar de Franse reactie op de terroristische aanslagen in het annus horribilis 2015 heeft hem „geschokt”, zegt hij.

Foto Stephan Roehl

Foto Stephan Roehl

Al sinds december pleit Heisbourg voor een onafhankelijke onderzoekscommissie naar de handelwijze van inlichtingendiensten en autoriteiten voorafgaand en tijdens de aanslagen in Parijs in januari en november. Zoals in de VS na 11 september 2001. „Onze regering durft het niet aan”, zegt hij in de bibliotheek van een denktank in Berlijn waar hij een paar maanden onderzoek doet. „Het kan beschamend zijn, maar we moeten van onze fouten leren.”

Vooral om ‘de oorlog tegen terrorisme’, zoals Frankrijk die zegt te voeren, te winnen. „Want het is echt mogelijk te verliezen”, zegt Heisbourg, verwijzend naar zijn vorige maand verschenen boekje Comment perdre la guerre contre le terrorisme – een ‘J’accuse van een geëngageerde expert’, zoals Le Monde kopte. „Door een noodtoestand zonder eind uit te roepen of symboolmaatregelen als het intrekken van het Franse paspoort van binationale terroristen aan te kondigen gaan we mee in de provocaties van de terroristen.”

Dat laatste, volgens hem een „machiavellistisch” plan van president Hollande om rond zichzelf een soort nationale eenheid te creëren, haalde het na vier maanden verhit debat toch niet. „Zo’n maatregel heeft niets te maken met de strijd tegen Daesh”, zegt hij, consequent de „propagandistische” naam Islamitische Staat vermijdend.

„Het werkt contraproductief: de terroristen willen ons verdelen en wij trappen in hun val.”

Eerst de inlichtingendiensten. Wat ging daar mis?

„Er is goed en slecht nieuws. Bijna alle terroristen van januari, november en afgelopen maart in Brussel waren bekend. Ze hadden een ‘fiche S’, wat betekent dat ze geïdentificeerd waren als gevaar voor de staatsveiligheid. Terwijl de Amerikanen, door iedereen af te luisteren, met een sleepnet vissen, blijkt de Franse benadering - met een harpoen gericht op terroristen jagen - zo beroerd nog niet. Maar het slechte nieuws is dat de aanslagen niet zijn voorkómen. Om te weten waarom is een onderzoek nodig. De CIA wist vóór 11 september ook wel wie Bin Laden was, maar toch is onderzocht welke besluiten en non-besluiten tot de aanslag hebben geleid.”

Er komt toch een parlementair onderzoek?

„Dat wordt gezien als een commissie tegen de regering, ambtenaren gaan daar anders mee om. Wil je eenheid en vertrouwen, dan moet de bevolking zien dat de regering open kaart speelt en lessen trekt.”

Wat voor soort lessen?

„Te beginnen de communicatie. Er was op de avond van de aanslagen in Parijs geen enkel advies over hoe je je moest gedragen. De voorlichtingsdienst van de regering heeft 140 medewerkers, maar er was nergens enige praktische informatie. Moest je delen van de stad mijden? Moest je wel of niet in je café blijven?

We waren een beetje ingedut, omdat er tussen 1996 en 2012 geen aanslagen zijn geweest’

In 2005 tijdens de aanslagen in Londen hadden de Britten op internet al in 29 verschillende talen gedragsregels per type aanslag. België, waar we ons in Frankrijk zo graag vrolijk over maken, had meteen een site van het Crisiscentrum in de lucht. Dat hadden wij allemaal niet. Wel hangt nu in musea en theaters een totaal ridicule poster die je voorbereidt op het soort aanslag dat we in november hadden. Maar terroristen doen zelden twee keer hetzelfde.”

Waarom was dat er allemaal niet?

„We waren een beetje ingedut. We hebben het geluk gehad dat tussen 1996 en 2012 in Frankrijk geen aanslagen zijn geweest. Maar ieder jaar zijn er wel een paar aanslagen verijdeld. ‘Heb vertrouwen in ons, we doen alles om nieuwe aanslagen te voorkomen’: dat is de belangrijkste communicatie sinds de aanslagen.”

U noemt de herinrichting van inlichtingendiensten onder oud-president Nicolas Sarkozy een probleem.

„Met de afschaffing in 2008 van de zeer ervaren inlichtingendienst RG, de Renseignements Généraux, verdween voor een deel de informatievergaring op wijkniveau, vooral buiten Parijs. Dat is desastreus geweest. Toen Saïd Kouachi [een van de schutters bij Charlie Hebdo] uit Jemen terugkeerde naar Parijs, werd hij gevolgd. Maar we verloren hem uit het oog toen hij naar Reims verhuisde. Nadat Mohammed Merah in 2012 bij Toulouse zeven mensen had vermoord, is gepoogd een vergelijkbaar soort inlichtingennet op te zetten, maar het is moeilijk iets van de grond af opnieuw op te bouwen.”

Dat komt volgens u deels door „historisch-administratieve folklore”.

„Het is logisch dat er een territoriale afbakening is tussen het werk van de politie in de steden en dat van de gendarmerie op het platteland. Maar dat onderscheid uit de achttiende eeuw blijkt moeilijk aan de huidige tijd aan te passen. Er blijft een soort eergevoel: toen de broers Kouachi op de vlucht waren en zich buiten Parijs verschansten, stuurden zowel de politie als de gendarmerie antiterreureenheden. Dat werd een probleem toen Coulibaly dezelfde middag een gijzeling begon in een supermarkt in Parijs. De politie-eenheden moesten snel terug naar de stad, maar stonden eindeloos in de file terwijl de gendarmerie in theorie de beschikking had gehad over helikopters.”

Hoe verklaart u het geringe aantal slachtoffers bij het Stade de France?

„Dat was een wonder. Ze hebben 130 mensen vermoord, dat is veel. Maar het was bepaald niet het olympische team van Daesh waarmee we te maken hadden. De aanslagen waren deels een mislukking. In het stadion zijn de juiste besluiten genomen: eerst door de beveiliging, die de terroristen niet binnenliet. Maar ook door Hollande, die de wedstrijd bij zijn vertrek liet doorspelen, waardoor geen paniek uitbrak.” Lachend: „Bovendien hebben we voor het eerst in jaren van Duitsland gewonnen!”

Hollande heeft op 13 november de noodtoestand uitgeroepen om huiszoekingen en huisarresten te vergemakkelijken. Een goede keuze?

„Ik ben niet principieel tegen de noodtoestand. Het kan essentieel zijn in de eerste dagen, om het gewone leven van verdachte individuen te verstoren en zo nieuwe aanslagen te voorkomen.”

Maar?

„Inmiddels is de noodtoestand twee keer verlengd, nu tot eind juli, als de Tour de France voorbij is. Maar welke politicus durft de verantwoordelijkheid te nemen voor het opheffen van de noodtoestand? Na de Tour komen er weer verkiezingen. De noodtoestand is voor een democratie wat in een militaire strategie een tijdelijke terugtrekking is op het moment dat de vijand aanvalt: korte tijd nuttig, maar als je het permanent doet, verlies je de veldslag. Bovendien: minder vrije landen als Rusland zijn niet gevrijwaard van terrorisme.”

En de grenscontroles?

„Die hebben niet voorkomen dat Salah Abdeslam in de nacht van 13 op 14 november ondanks drie controles door kon reizen. Maar kortstondige grenscontroles kunnen zinnig zijn. Laten we er echter ook niet te veel waarde aan hechten: ver vóór Schengen betrok de ETA zijn wapens in België en wist ze langs grensovergangen in Frankrijk en Spanje te loodsen. Terroristen passen zich snel aan de nieuwe situatie aan.”

Waarom heeft u zoveel moeite met het gebruik van het woord ‘oorlog’?

„De Amerikanen noemden de strijd tegen terrorisme een oorlog en en je kunt niet zeggen dat het resultaat een succes is. Daarnaast: oorlog verandert een samenleving. Als we daadwerkelijk in oorlog zouden zijn, dan organiseer je geen Tour de France. Dat is gezond verstand. Een oorlog veronderstelt ook het bestaan van een leger van strijders en een staat. En dat is hoe Daesh wil dat we ze zien. Je kunt zeggen dat in Raqqa een oorlogssituatie met een bezettingsleger is, maar hier niet.

„Terrorisme onderscheidt zich van andere vormen van criminaliteit doordat het een vorm van communicatie is via geweld. Anarchisten noemden dat ‘propaganda van de daad’. Dit is geen klassieke oorlog zoals Clausewitz die beschreef, maar het is ook geen gewone criminaliteit. Het zijn criminelen van eigen bodem die in Parijs en Brussel hebben toegeslagen. Maakt dit de strijd dan een burgeroorlog? Dat is wat Daesh wil.”

Dat zegt islamkenner Gilles Kepel. Heeft hij gelijk?

„Er is debat tussen Kepel en zijn collega Olivier Roy, maar ze hebben allebei gelijk. Roy zegt dat niet de islam geradicaliseerd is, maar dat de radicalisering geïslamiseerd is. Dat is wel ongeveer het geval: de aantallen terroristen zijn beperkt en de representativiteit voor de moslimgemeenschap is klein. Bovendien zijn er veel bekeerlingen. Kepel zegt dat Daesh burgeroorlog wil uitlokken en in feite de avant-garde van het moslimproletariaat wil worden. De parallel die Roy trekt met terreur in de jaren zeventig van de Rode Brigades, de RAF en Action Directe in Frankrijk, gaat op. Ook deze groepen pretendeerden representatief te zijn voor het proletariaat, maar gelukkig wilde het proletariaat niet door gevaarlijke gekken vertegenwoordigd worden. De taak voor de politiek is nu te voorkomen dat de gevaarlijke gekken van Daesh een substantieel deel van de bevolking gaan vertegenwoordigen om burgeroorlog te voorkomen.”

Dat is de oorlog uit de titel van uw boek die we kunnen verliezen?

„In aantallen winnen we natuurlijk: het is niet de Algerijnse oorlog waarbij de Fransen met tien keer minder troepen waren dan de Algerijnen. Maar we kunnen onze waarden, onze ziel en onze legitimiteit verliezen. We kunnen slachtoffer worden van ons onbezonnen gedrag. Dat is de val waar we dreigen in te stappen.”

Volgens minister van Grote Steden Patrick Kanner zijn er in Frankrijk „honderd Molenbeken”.

„Molenbeek is een bijna mono-etnische wijk met vooral mensen uit Maghreb-landen. In Frankrijk heb je dat soort etnische getto’s eigenlijk alleen in Marseille. Het zijn vaak rustige wijken, waar de politie zelden nodig is. In Bradford in het Verenigd Koninkrijk, waar overwegend Kashmiri wonen, konden de terroristen rustig hun aanslagen van 7 juli 2005 in Londen voorbereiden.

„In de Parijse banlieue is juist permanente spanning, rivaliteit, bendeoorlogen en strijd om territoir tussen Turken, Koerden, Algerijnen, Afrikanen en arme blanken. Onze segregatie is eerder sociaal dan etnisch. Mede daardoor is het hier makkelijker inlichtingen vergaren dan in Molenbeek of Bradford. Discriminatie is wel een probleem. De prioriteit is de strijd tegen terroristen, maar je moet de ontmoeting tussen Daesh en de bevolking ook moeilijker maken.”