Een onthutsend Syrisch liefdesverhaal

A Syrian Love Story (BBC/EO)

De titel van de 2Doc-documentaire A Syrian Love Story (BBC/EO) klonk vrolijk, maar bleek diep ironisch, het verhaal diep tragisch. Onafhankelijk filmer Sean McAllister was in 2011 in Syrië, het was een andere tijd. De Brit was door het regime uitgenodigd om te komen kijken naar toeristische trekpleisters. Hij wist, hij voelde dat er nog iets anders aan de hand was: er waren politieke gevangenen, dáár moest zijn film over gaan. Op een nacht in een bar ontmoette hij Amer, beschonken. McAllister filmde hem met zijn simpele camcorder, in Damascus op de kop getikt. Amer vertelde over zijn „sterke vrouw” die in een Syrische gevangenis zat omdat ze de revolutionairen steunde, hijzelf was een „zwakke man”. McAllister had zijn verhaal.

Hij wilde méér zijn dan een fly on the wall, vertelde hij afgelopen najaar voor een Nederlandse camera, toen de documentaire te zien was op het IDFA, hij moest een fly in the soup worden – niet alleen registreren, maar meedoen, meemaken, meevoelen. Een ik-documentaire, waarin hij als maker te zien zou zijn. Hij filmde zelf, als een soort vlogger, de beelden schokkerig, maar heel dicht op de huid.

Dat is tegenwoordig een hippe vorm, maar van een berekend effect kan geen sprake zijn. Er spreekt eerder een soort plompverloren, naïef amateurisme uit McAllisters werkwijze: hij kon snel van start, zonder gedoe. De gevolgen van die keuze kon hij nog niet overzien.

Ten eerste: hij zou het gezin van Amer, Raghda en hun twee zoontjes in gevaar brengen, sterker: McAllister is misschien wel deels verantwoordelijk voor hun lot. Toen Raghda namelijk eenmaal vrij was, belandde McAllister op een onbewaakt moment op de verkeerde plek en werd hij opgepakt, met camera en al. Omdat daar beelden van Raghda, gekend revolutionair, op stonden, werd het voor hen onveilig en moest het gezin Syrië ontvluchten.

Ten tweede: hij zit erbovenop, wanneer het gezin langzaamaan uit elkaar valt. Wanneer ze als vluchtelingen in Frankrijk verblijven, zien we Raghda verpieteren. Ze mist het rebellenleven, wil „iets betekenen, iets veranderen” en raakt in een depressie. En McAllister zit met zijn camera middenin dat droevige soepzooitje, jarenlang, van 2011 tot 2015. Hij zit, als familievriend, er met draaiende camera bij als er cruciale ruzies uitgevochten worden. Hij zat er ook al toen we, jaren eerder, Amer hoorden zeggen: „Ze kan geen Che Guevara zijn en tegelijk moeder.” Toen hij, zelfverklaard zwakke man maar ook traditionele macho, naar haar snauwde: „Gedraag je als een normale vrouw, zonder complicaties.” Hij zit er als hun jongste zoon uitlegt dat zijn moeder net een zelfmoordpoging heeft ondernomen.

Normaal gesproken hoor je dit soort verhalen eigenlijk alleen als reconstructies, waarbij het perspectief van de film gekleurd is door de bedoelingen van zijn verteller. Verdenkingen van een politieke agenda of vooringenomenheid gaan voor A Syrian Love Story niet op en dat maakt het een onthutsende vijftig minuten: het is de meest waarachtige registratie van vluchtelingentragiek die je je kunt voorstellen.