De drone is populair – en o zo link

Vliegverkeer Afgelopen vrijdag was er opnieuw een incident met een drone bij Schiphol. Zijn de nieuwe regels voor drones streng genoeg?

Hoe gevaarlijk zijn drones voor vliegtuigen? Wat gebeurt er als er een tegen een landend vliegtuig botst? Hoe schadelijk is zo’n botsing voor motor of cockpitruit? Kan dat een crash veroorzaken?

Voor de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) is het helder: het is niet de vraag óf, maar wanneer zich een fatale botsing voordoet tussen een drone en een verkeersvliegtuig.

Staatssecretaris Sharon Dijksma (Infrastructuur en Milieu, PvdA) erkende onlangs in antwoorden op Kamervragen dat niemand de risico’s van drones precies kent. Er is slechts „zeer beperkt onderzoek bekend” over botsingen tussen drones en vliegtuigen, en daaruit is „nog geen eenduidig beeld te destilleren”.

EASA, de Europese organisatie voor luchtvaartveiligheid, kondigde vorige week een groot onderzoek aan. Een commissie gaat alle bijna-botsingen in Europa bestuderen, en met fabrikanten van vliegtuigen en motoren de kwetsbare onderdelen van vliegtuigen nader bekijken. De resultaten worden eind juli verwacht.

Het aantal door piloten gesignaleerde drones rond Schiphol neemt snel toe. De laatste twee jaar was er slechts één melding. De laatste maanden zien piloten, tevens de beroepsgroep die pleit voor strengere regels, ze steeds vaker. Op 1 april zagen piloten van drie landende vliegtuigen een drone, de Zwanenburgbaan werd tijdelijk gesloten. Afgelopen vrijdag zag de piloot van een KLM-toestel een drone op 200 meter hoogte bij de Polderbaan, naar schatting dertig meter van het vliegtuig.

Inzet bij calamiteiten

Dronevliegers bij Schiphol testen geofencing, software die opstijgen op verboden plaatsen onmogelijk maakt.Foto Bas Czerwinski/ANP

De onrust rond drones en luchtvaart is groot. Serieuze dronebezitters vrezen dat hun hobby wordt verpest door enkelingen die de regels negeren. Het aantal dronegebruikers groeit snel, en daarmee ook het aantal onverantwoordelijke gebruikers. De luchtvaartsector vraagt om maatregelen van de politiek. De politiek wil een potentiële groeisector echter niet onnodig beknotten.

Overheden willen de regels versoepelen, omdat zij interessante mogelijkheden zien. Zo kunnen drones infrastructuur, gebouwen of landbouwgrond inspecteren. Ze kunnen door politie en brandweer worden ingezet bij calamiteiten. Ze kunnen vernieuwing brengen in transport en logistiek, bijvoorbeeld bij het bezorgen van pakjes.

Reden genoeg voor staatssecretaris Dijksma om professioneel dronegebruik te willen stimuleren. Nu gelden zware eisen voor bedrijven, die slechts 2 procent van de naar schatting 100.000 dronebezitters in Nederland uitmaken. De piloot moet een erkende opleiding volgen, de drone moet een bewijs van luchtwaardigheid bezitten, het bedrijf een certificaat. Daarnaast moet elke vlucht vooraf worden gemeld. De documenten kosten circa 12.000 euro. Amateurs hebben, tot ergernis van de professionals, geen papieren nodig.

Die ongelijkheid verdwijnt als Europese regels voor dronevliegers van kracht worden, maar dat gebeurt niet voor 2018. Dijksma wil daar niet op wachten, gezien de snelle toename van het aantal drones. Ze kwam vorige maand met de ‘Regeling minidrones’, waarover de Tweede Kamer zich binnenkort over buigt.

De nieuwe regeling betekent een versoepeling voor professiele dronegebruikers. Voor drones met een gewicht van 1 tot en met vier kilo (tot 1 kilo is sprake van microdrones) worden de eisen veel minder zwaar. De kosten dalen naar een paar honderd euro.

Kwaadwillende amateurs

Verreweg de meeste dronegebruikers zijn hobbyisten. Vorig jaar werden er tienduizenden verkocht, bij Bart Smit, Hema of Mediamarkt. Ze worden gebruikt om wedstrijden mee te doen of spectaculaire luchtfoto’s mee te maken. Het gevaar voor de luchtvaart komt van onwetende of kwaadwillende amateurs, daar zijn Dijksma en pilotenbond VNV het over eens.

Daarom worden de verkeersregels voor recreatieve dronevliegers aangescherpt. Vanaf eind dit jaar mag een drone maximaal 50 meter hoog en 100 meter ver vliegen, en minimaal 50 meter van bebouwing, wegen en mensenmenigtes. Voor kleine luchthavens geldt een no fly zone van drie kilometer, voor Schiphol een ruime zone rond de landingsbanen waar drones verboden zijn.

Ook komt er een publiekscampagne om de regels breder bekend te maken. Nu is de voorlichting beperkt tot de website van het ministerie en een folder bij aankoop van een drone.

Bedrijven moeten voor dronegebruik 12.000 euro aan documenten betalen

Voor de luchtvaartsector gaan de maatregelen van Dijksma niet ver genoeg. De VNV, Schiphol en KLM willen registratie van alle drones, een verplichte opleiding en uitbreiding van de handhaving. Nu wordt er rond Schiphol gepatrouilleerd door een speciaal team van de regionale politie-eenheid Noord-Holland. Overtreders zijn lastig te pakken omdat ze met hun drone al weg zijn als de mel ding van een piloot via de luchtverkeersleiding bij de politie belandt.

Zowel dronevliegers als de luchtvaartsector pleiten voor verbetering van technische beperkingen in de drones. Fabrikanten kunnen gps en software opnemen die het onmogelijk maken om op bepaalde locaties te vliegen. Die zogenoemde geofencing werkt nog niet optimaal, bleek onlangs uit een test van nieuwssite dronewatch.nl. Diverse drones konden in de omgeving van Schiphol wel degelijk opstijgen.

Dijksma is terughoudend met meer ingrijpende maatregelen. Ze gaat eerst overleggen met minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie over hogere straffen voor dronegebruikers die de regels overtreden, en met fabrikanten over technische beperkingen. Voor registratie van drones via chips wil ze ervaringen in Ierland en Denemarken bekijken. Haar woordvoeder: „Als een registratieplicht makkelijk uitvoerbaar blijkt te zijn, is dat een serieuze optie.”

Veiligheid van de luchtvaart staat voorop, bezweren alle partijen. Tegelijkertijd wil het kabinet de onstuimige groei van een nieuw fenomeen met mogelijk interessante toepassingen niet afremmen. Zodra drones betrouwbaarder worden, worden de regels versoepeld. Zoals wel vaker moet de overheid laveren tussen veiligheid en vrijheid. En proberen om technologische ontwikkelingen bij te houden met passende regels.