Altijd wind mee

Niemand hoeft de accu meer te camoufleren met tassen of kratten. De elektrische fiets heeft het stigma van suf vervoermiddel afgeschud. Tegenwoordig is één op de drie nieuw verkochte fietsen elektrisch.

Kromgebogen staan Ruurd en Lucy Prins uit Breda in de fietsenwinkel over een folder met elektrische modellen. „We zoeken iets degelijks”, zeggen de pensionado’s. Fietsen hebben ze altijd veel gedaan. In Scandinavië en in Duitsland langs de Moezel en de Roer. In Zuid-Engeland en in België. „Daar werd het mij te veel”, zegt Lucy. Op de Muur van Geraardsbergen, de steile helling bekend van de Ronde van Vlaanderen, moest zij vorig jaar afstappen. „Toen hebben we besloten een elektrische fiets te kopen.” Want ze worden ouder, maar ze willen wel blijven fietsen. Liefst ver. En niet te traag.

De elektrische fiets is populair. Eén op de drie nieuw verkochte fietsen is een e-bike. Vorig jaar werden er 276.000 verkocht, ruim 23 procent meer dan het jaar ervoor. En de trend lijkt door te zetten. Nog steeds zijn de kopers voornamelijk zestigplussers, maar andere groepen gebruikers dienen zich aan: forenzen en scholieren. Samen met de senioren zijn zij het platteland en vooral de steden aan het veranderen. Verkeerskundigen voorspellen een „stille revolutie” die een einde maakt aan het beeld van de eenzaam tegen de wind in peddelende fietser. In plaats daarvan voorzien zij lange rijen elektrische fietsen, steppen, bakfietsen, skateboards en driewielers, gezamenlijk en niet al te snel optrekkend naar de steden.

Auto en bus worden verstoten

Was het niet een vorige minister-president, Balkenende, die zei dat het meest typisch Nederlandse gevoel tegen de wind in fietsen is? En gaat dat gevoel verdwijnen? Omdat je met een elektrische fiets altijd wind mee hebt? Misschien overdrijven we. Maar wie garandeert ons dat verkeerskundigen ongelijk hebben, als zij beweren dat allerlei lichte elektrische voertuigen over tien jaar de auto en de bus definitief uit de stad zullen hebben „verstoten als symbool voor vrijheid en gemak”, zoals Johan Diepens en Angela van der Kloof van adviesbureau Mobycon onlangs in een ‘toekomstessay’ schreven? Van der Kloof: „Hoe wij ons vervoeren, is aan het veranderen. Mensen hebben behoefte aan variatie. Ze willen zich op verschillende manieren voortbewegen. Auto’s nemen veel ruimte in beslag. Dat is in volle steden een maatschappelijk probleem, terwijl mensen wellicht wel het persoonlijke belang hebben om daar met de auto te rijden of deze te parkeren. Voertuigen met minder snelheid maken dat de straat weer een plaats kan worden waar je oogcontact hebt, waar je iemand die passeert weer kunt groeten.”

Er was een tijd dat mensen liever niet met een elektrische fiets gezien wilden worden. Nog niet zo lang geleden vertelden elektrische rijders aan onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dat zij de accu onder hun bagagedrager camoufleerden met fietstassen of kratten. Die tijd lijkt voorbij, zegt planoloog Lucas Harms, werkzaam bij het Urban Cycling Institute van de Universiteit van Amsterdam en bij het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). „De elektrische fiets heeft het stigma van een suf vervoermiddel gehad. Inmiddels zijn er stoere en hippe e-bikes, met als summum de verkoop van een fiets waarvan helemaal niet meer zichtbaar is dat hij elektrisch is. Deze ontwikkeling is vergelijkbaar met elektrische auto’s: in het begin zat die in de milieuhoek, nu rijden ceo’s van bedrijven erin.”

Cijfers liegen niet. En die wijzen uit dat wie elektrisch fietst, meer kilometers maakt. Per verplaatsing wordt met de e-fiets gemiddeld 5,5 kilometer afgelegd, anderhalf keer meer dan op een gewone fiets. De elektrische fiets wordt nog altijd vooral gebruikt voor recreatieve toertochten door ouderen – ongeveer de helft van alle afgelegde kilometers, 1,65 miljard in 2014, komt voor rekening van 65-plussers. Dat is ook de dagelijkse ervaring van fietsenhandelaar Corné van Dijk in Breda. „Er zijn veel mensen die lange tijd niet hebben gefietst, wat ouder zijn geworden, en die het advies hebben gekregen wat meer te bewegen.”

Ouderen hebben er ook in sociaal opzicht baat bij. „De elektrische fiets is geen middel tegen eenzaamheid van ouderen, maar vergroot wel hun actieradius”, zegt Cretien van Campen, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. „Ze gaan naar de moestuin of de biljartzaal, iets wat ze lopend, met de bus of op een gewone fiets minder snel zouden doen.” Rijwielhandelaar Van Dijk had laatst een vrouw als klant die onlangs weduwe was geworden. „Haar vriendinnen hadden haar gesteund, maar na verloop van tijd waren de bezoekjes afgenomen. Terwijl die vriendinnen samen vier keer per week samen gingen fietsen. Ze zei: ik móet ook zo’n ding hebben!”

Maar ook vijftigplussers leggen relatief steeds meer elektrische kilometers af. Om boodschappen te doen. En vooral om van en naar hun werk te reizen.

Nederlanders willen iets langzamer leven. Op de snelwegen willen we in comfortabele auto’s zo hard mogelijk jakkeren, maar op het platteland en in de steden doen we het de laatste jaren graag rustiger aan. Slow traveling. Nederlanders zijn sinds 2004 vaker en verder gaan lopen en fietsen. Vooral in dat laatste zijn we goed. „Ten opzichte van andere landen lopen Nederlanders weinig, maar er wordt wel veel meer gefietst dan in andere landen”, stellen onderzoekers van het KiM in een rapport vorig jaar. Op korte ritten is de elektrische fiets de auto in beperkte mate aan het vervangen. „De verkleumgrens voor fietsers lag meestal rond de acht kilometer en die grens wordt verlegd”, zegt verkeerskundige Ben Immers, emeritus hoogleraar aan de TU Delft.

Grijze kop die gevaarlijk snel rijdt

Er valt wel het nodige af te dingen op de heilzame werking van de elektrische fiets. De snelheid van ouderen op elektrische fietsen is doorgaans vrijwel identiek aan die van jongere fietsers op gewone fietsen, zo bleek vorig jaar uit onderzoek. Maar vraag gewone fietsers wat zij vinden en steevast zeggen ze dat senioren op een elektrische fiets gevaarlijk hard rijden. En inderdaad, elektrisch fietsen mag dan gezonder zijn dan autorijden en frisser dan achter de geraniums zitten, oudere fietsers hebben óók een groot aandeel in het aantal doden in het verkeer. Vorig jaar kwamen 185 fietsers om. E-bikers vallen tijdens het opstappen, of brengen andere weggebruikers in verwarring. „Die zien een grijze kop kaarsrecht op een fiets zitten en denken dat je niet snel rijdt. Daar vergissen ze zich in”, zegt Ruurd Prins in de fietsenwinkel.

Toch is in z’n algemeenheid de hang naar langzamer verkeer ontegenzeggelijk iets om te koesteren. „De elektrificatie van lichte voertuigen in de stad is absoluut goed nieuws”, zegt verkeerskundige Immers. „Er komt minder uitstoot. Er is minder lawaai. Dat komt de kwaliteit van de leefomgeving ten goede.”

Zootje op kruispunten

De steden zullen wel aan de wensen van de zelf bewegende reiziger tegemoet moeten komen. Nu is het nog vaak een zootje op kruispunten en voor verkeerslichten. Denkend aan de Hollandse steden zien we stilstaande fietsen en wandelaars, wachtend op groen licht en benzinedampen opsnuivend. „De overheid moet de fiets eens serieus nemen”, zegt een woordvoerder van de Fietsersbond. Dus niet alleen bijvoorbeeld een fraai snelfietspad aanleggen langs het Amsterdam-Rijnkanaal tussen Breukelen en Utrecht, maar er óók voor zorgen dat je als fietser, Utrecht naderend, niet verdwaalt in een industriegebied. Hopeloos, aldus de Fietsersbond.

Verschillende steden hebben belangstelling voor een proef die over een aantal jaren moet leiden tot een „radicaal andere” stedelijke indeling. De ANWB liet onderzoek doen naar methoden om een einde te maken aan „irritatie en ongelukken” op fietspaden en wegen die uitpuilen door het toenemende aantal fietsers en hun onderlinge snelheidsverschillen. Dat heeft geleid tot een visie waarin voortaan verschillende voertuigen tot een „voertuigfamilie” worden gerekend en hun snelheid afhangt van het gebied waar ze zich bevinden. „Een auto kan wel snel rijden, maar mag dat niet overal. Dat vinden we inmiddels heel gewoon. Dit principe willen we toepassen voor alle weggebruikers”, aldus het onderzoek. Niet alleen automobilisten, ook racefietsers moeten in de remmen knijpen.

Waar is de tijd gebleven dat we in Nederland heftig discussieerden over de vraag of je autootjes wel of niet de stad uit mocht pesten? Dat debat lijkt verstomd. Veel belangrijker is de vraag in welke mate we wandelaars en fietsers in de steden daadwerkelijk gaan verwennen. Verkeerskundige Ben Immers: „We hebben onze economische welvaart te danken aan het feit dat we in steden wonen. Veel overheden maken voor de steden nog vooral beleid voor de auto en het openbaar vervoer. Terwijl de fiets in de grote steden toch echt een prominente plaats inneemt. In Amsterdam wordt de helft van alle verplaatsingen per fiets afgelegd.”

Veel steden maken werk van stadsbussen, met fraaie opstappunten, buspleinen en voorrang op de wegen. Onzin, zegt Immers. „In stadsbussen zitten niet veel mensen. De steden kunnen hun aandacht beter richten op de fiets. Tram en metro zullen blijven, maar de rest van het openbaar vervoer zal over tien jaar uit de steden zijn verdwenen.”