Als een veredelde dakloze naar Rio

In zijn uppie plaatste de hink-stap-springer zich voor de Spelen. Zonder ook maar één cent steun.

Fabian Florant: „Ik had besloten dat ik zou stoppen met atletiek als ik de Spelen wederom niet zou halen.” Foto Leo Hudson

Een hink, een stap en dan een sprong in een bak met zand. Verzin het maar. Of doe het maar. Dat is in feite nog gekker, geeft Fabian Florant toe. Maar zijn specialisme van het atypische atletiekonderdeel brengt de Nederlandse hink-stap-springer wel naar de Spelen in Rio.

Vrijwel net zo afwijkend als de combinatie van hink, stap en sprong verliep Florants aanloop naar de olympische kwalificatie. Zonder coach en zonder ook maar een cent steun van sportkoepel NOC*NSF of de Atletiekunie, werkte de 33-jarige Florant een jaar lang aan zijn olympisch plan, ver weg in de warmte van Florida. Alles ging opzij voor nog één poging olympiër te worden, zoals hij zijn vader, naast het behalen van een doctoraat, ooit plechtig had beloofd.

Na het missen van de Olympische Spelen van Londen (2012) was ‘Rio’ zijn laatste kans, vertelt Florant kort voor het middernachtelijk uur aan de eettafel van een atletenhotel in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston. Zonder dramatiek: „Dit jaar was mijn deadline. Ik had voor mezelf besloten dat ik zou stoppen met atletiek als ik de Spelen wederom niet zou halen.”

IJsbad

Zijn afwijkende tafelgang komt door de late terugkeer uit het National Stadium van Jamaica en aansluitend een ijsbad vanwege zijn overbelaste spieren. In het land van de sprinters had het publiek bij de jaarlijkse World Challenge-wedstrijd weinig oog voor de hink-stap-springers. Een schamel applaus na een verre sprong kon er vanaf, maar het door de springers verlangde ritmisch handgeklap tijdens de uitvoering was te veel gevraagd.

Ach, Florant is het gewend dat hinkstap-springers als minderheden worden behandeld. In Kingston hoorde hij kort voor de wedstrijd dat het aantal sprongen van zes was ingekort tot vier. En over drie maanden in Rio zijn, voor het eerst in de olympische geschiedenis, zowel de series als de finale in de ochtend geprogrammeerd. En ook nog, heel ongewoon, zonder een dag rust. Bizar, vindt Florant, die in Kingston vooral blij was met zijn derde plaats en 2.000 Amerikaanse dollar aan prijzengeld.

In financiële zin was het afgelopen jaar schrapen. Hij had in 2014 zijn sportcarrière noodgedwongen onderbroken voor een baan als portfoliomanager bij een bank in Florida. De Nederlandse Atletiekunie was gestopt met ondersteuning van de hink-stap-springers en zelfs geen kledingsponsor wilde geld aan hem uitgeven. „Ik was een gebroken man.”

Na anderhalf jaar fulltime werken, mondjesmaat trainen en het aflopen van lokale wedstrijdjes pakte Florant zijn carrière vorig jaar mei weer op. Met de plechtige belofte aan hemzelf dat hij compromisloos zou leven, elke dag het maximale uit zichzelf zou halen en elke wedstrijd als zijn laatste zou opvatten.

Bij gebrek aan een bondscoach besloot hij zichzelf te trainen, geheel op eigen kosten. Een zware belasting, omdat de minimale maandlasten in zijn geval al gauw oplopen tot zo’n 2.000 euro – „resultaten kosten nu eenmaal veel geld”. Florant is ook nog een veredelde dakloze, die formeel op het nationaal sportcentrum Papendal woont, maar in de praktijk onderdak vindt bij vrienden in Florida.

Olympische limiet

Florant doet veel aan trainingstechnische research en laat hij zich adviseren over het schrijven van programma’s door Rana Reider, de Amerikaanse coach in Nederlandse bondsdienst, en clubtrainers als Niels Kruller van het Amsterdamse AAC en Paul Wernert van Haag Atletiek, de man die hij ook als zijn mentor beschouwt. „Dat loopt perfect”, zegt Florant. „Ik kan wel zeggen dat ik de juiste balans heb gevonden.”

De getourmenteerde atleet sprong onlangs bij een wedstrijd in Clermont (Florida) met 16,92 meter ruimschoots boven de olympische limiet van 16,85 meter, tevens een nieuw persoonlijk en Nederlands record. Een hevig verlangd scenario, want Florant wilde bij zijn terugkeer in Nederland zeker zijn van olympische uitzending, mede om in een gunstige onderhandelingspositie ten opzichte van de Atletiekunie te komen.

In een gesprek dat hij deze week met technisch directeur Ad Roskam van de Atletiekunie zal hebben, hoopt Florant, die nu bij NOC*NSF in aanmerking komt voor de A-status, dat hij vooral geholpen wordt bij het vinden van een professionele coach. „Want die heb ik nodig om over de zeventien meter te springen, de olympische finale te halen of eventueel een medaille te winnen.”

Florant, met een vader van het kleine Caraïbische eiland Dominica en een Nederlandse moeder, keert donderdag als een gerespecteerde sportman terug in Nederland. In zijn uppie heeft hij het toch maar geflikt, die olympische kwalificatie.

En op een manier die past bij de aard van de hink-stap-springer, vindt Florant. Met onverholen trots: „Een hink-stap-springer is competitief, agressief en een beetje gek. Iedereen kan rennen, maar niet iedereen kan hinkstapspringen.”