Weg met die haatmail

Trolling Pestgedrag, bedreigingen en intimidatie. Wat kunnen we doen tegen trolling op het web? Nieuwe initiatieven werken aan een oplossing.

Het is alweer tien jaar geleden dat Michelle Ferrier voor het eerst racistische haatmail ontving. Niet in haar inbox, maar ouderwets via de post. Ze was columnist bij een krant in Florida, en tevens de enige zwarte vrouw op de redactie. „De brieven waren heel gewelddadig van toon. Eerst dacht ik: dit is het werk van een eenzame gek. Maar toen ik dieper in de zaak dook, realiseerde ik me dat er een georganiseerde haatgroep achter zat.”

Ferrier klopte aan bij de politie en de FBI, maar die konden niets voor haar doen. „Ik leefde constant in angst. Na drie jaar kon ik het niet meer opbrengen. Ik heb mijn baan opgezegd, ben uit de journalistiek gestapt en met mijn gezin naar North Carolina verhuisd.”

Dat was toen. Tegenwoordig zet Ferrier zich juist actief in om online intimidatie te bestrijden. In 2015 lanceerde ze TrollBusters, een platform waar slachtoffers zich kunnen melden. De focus ligt op vrouwen, omdat die vaker te maken krijgen met intimidatie. Een recent onderzoek van de Britse krant The Guardian bevestigt dit: onder de tien Guardian-auteurs die het meest te maken krijgen met hatelijke commentaren, zijn maar liefst acht vrouwen.

TrollBusters werkt als volgt: vrouwen die slachtoffer zijn van trolling kunnen dit rapporteren via de website. Getuigen mogen ook een melding doen, maar krijgen het advies het slachtoffer zelf te laten rapporteren. „We gaan ons niet zomaar ergens mee bemoeien. In sommige gevallen wil een slachtoffer geen hulp, dat respecteren we.”

Troll nests opsporen

Als er een melding binnenkomt, wordt eerst een ‘waarschuwingsschot’ via Twitter gegeven. Dat is een bericht waaruit blijkt dat het hulpteam van TrollBusters meeleest. Vaak trekt de dader zich dan al terug, zegt Ferrier. Doet hij dat niet, dan volgt stap twee: het overstemmen van de hatelijke berichten met een stroom aan positieve berichtjes en memes. Denk aan teksten als ‘Je bent niet alleen!’ en ‘Geloof in jezelf!’ Ook krijgt het slachtoffer praktisch advies over hoe om te gaan met trolling.

Studenten van de Ohio University werken daarbij aan netwerkanalysetechnologie om troll nests op te sporen. „De meeste trolls opereren in groepsverband, op een strategische manier. Door hun netwerken bloot te leggen wordt het makkelijker om ze uit online conversaties te filteren.”

Momenteel is TrollBusters alleen beschikbaar voor Engelstalige gebruikers. Het platform kreeg ruim 30.000 euro van The Knight Foundation, een stichting die kwaliteitsjournalistiek en media-innovatie stimuleert. Ook won TrollBusters een geldprijs van Google: ruim 2.600 euro. Ferrier:

“In de toekomst hoop ik het platform ook beschikbaar te maken voor andere talen, waaronder Nederlands, maar dat hangt ervan af of we meer financiering krijgen.”

Online hulptroep

TrollBusters confronteert de daders niet direct. Een ander initiatief dat nu wordt ontwikkeld, Activate Your Squad, doet dit wel. Via de website kun je mensen uitnodigen om lid te worden van jouw squad, een soort online hulptroep. Als je te maken krijgt met een nare tweet, schakel je de squad in. De helpers kunnen dan een standaardberichtje naar de dader sturen – iets in de trant van: ‘dit is niet oké’ – of ze formuleren zelf een tweet.

Maar wat als die daders al worden tegengehouden, nog voor ze ook maar één hatelijk berichtje hebben verstuurd? Dat is het uitgangspunt van de app ReThink, ontwikkeld door een vijftienjarige scholiere. ReThink scant berichtjes die je typt op je telefoon. Als die alarmerende woorden bevatten – bijvoorbeeld ‘kill’ of ‘ugly’ – stuurt de app een notificatie met de vraag: wil je dit bericht echt sturen? Op die manier kunnen potentiële haatzaaiers zich nog bedenken.

Waarom zitten sociale netwerken er zelf niet wat meer bovenop? Vooral Twitter krijgt al jaren kritiek: het platform zou te weinig doen om trolling aan te pakken. Ook voormalig directeur Dick Costolo was het daarmee eens: in een uitgelekte memo, verstuurd toen hij nog leiding gaf, schreef hij dat Twitter zwaar tekortschiet in de bestrijding van misbruik. Inmiddels zijn er wel een paar stappen ondernomen. Zo heeft Twitter nu een Safety Center waar gebruikers informatie krijgen over de richtlijnen en over het melden van misbruik.

Ook ontwikkelde het bedrijf een filter dat ervoor zorgt dat bepaalde misbruikslachtoffers geen notificatie krijgen wanneer er een haattweet naar hun account wordt gestuurd. Bovendien kan Twitter trolls nu tijdelijk blokkeren – tot ze een bepaalde tweet verwijderen, bijvoorbeeld.

Toch is technologie alleen niet voldoende om dit probleem aan te pakken, stelt Ferrier. „Begrijp me niet verkeerd, ik vind zeker dat Twitter verantwoordelijkheid draagt om deze rotzooi op te ruimen. Maar dit is ook een gedragsprobleem. En zolang je dat niet oplost, vinden de daders wel een andere manier. Dan komt die haatmail gewoon weer via de post.”

Meer lezen over tech en media? Volg ons op Twitter: @NRCTechMedia 

    • Anouk Vleugels