‘Terecht dat ze bij Charlie Hebdo zijn vermoord’

Leraren weten vaak niet hoe om te gaan met extreme opvattingen van leerlingen. Daar is nu een methode voor ontwikkeld.

Autochtone leerlingen kunnen harde uitspraken doen over vluchtelingen. Wat we met migranten moeten doen? Laten verdrinken, scheelt weer een hoop uitkeringen. Of: zet ze op een onbewoond eiland, hek erom heen, afsluiten en de sleutel weggooien.

Allochtone scholieren kunnen ook extreme dingen zeggen. Dat het terecht is dat de politieke tekenaars van het satirische blad Charlie Hebdo zijn vermoord. Want je mag de profeet niet beledigen. En veel aanslagen in de wereld, die zijn in scène gezet. Om moslims in een kwaad daglicht te stellen.

Dergelijke uitspraken tekenden onderzoekers van Diversion op, een bureau voor maatschappelijke vraagstukken, na gesprekken met scholen. Voor Verkenning: Dialoog als burgerschapsinstrument spraken ze met 80 docenten, leerkrachten in spe en schoolleiders uit het basis- en voortgezet onderwijs. De conclusie: leraren hebben geregeld te maken met extreme opvattingen van leerlingen. En veel docenten weten niet hoe ze hierop moeten reageren.

Daarom presenteert Diversion een methode om gesprekken over maatschappelijk controversiële thema’s in de klas in goede banen te leiden. De methodiek wordt nu aangeboden op verschillende pabo’s en lerarenopleidingen. „Zodat leraren in spe goed gefundeerd leerlingen kunnen begeleiden bij discussies”, zegt Dieuwertje de Graaff, methodiekontwikkelaar bij Diversion.

Is het zo dat leerkrachten meer dan ooit geconfronteerd worden met botsende opvattingen in de klas?

„Absoluut. Aan de ene kant zijn er aanslagen en aan de andere kant is er de stroom aan asielzoekers. Genoeg stof om over te praten. Soms gaat dat goed, soms ook niet. Er zijn autochtone leerlingen die openlijk haatdragend praten over vreemdelingen. En er zijn allochtone scholieren die IS nog wel eens verheerlijken, of antisemitische en homofobe uitspraken doen. En dat is lastig voor leerkrachten. Die hebben een goede band met hun leerlingen en plots krijgen ze zulke radicale opvattingen te horen.”

Hoe reageren leerkrachten op ongenuanceerde reacties?

„Soms zijn docenten overdonderd en laten ze het varen. Vaak durven leerkrachten ook niet in te gaan op extreme uitspraken. Bang dat het debat in de klas escaleert. Of bang dat ze zelf tijdens een discussie door de mand vallen omdat ze inhoudelijk niet genoeg van de gebeurtenissen weten.

„Leerlingen wachten niet tot ze het vak maatschappijleer krijgen om hun ideeën te uiten. Zeker na een heftige gebeurtenis verkondigen ze ’s ochtends direct hun mening. Dat kan dan gebeuren bij een docent Frans of wiskunde. Leerkrachten geven aan dat ze daar dan niet op voorbereid zijn.”

Wat adviseren jullie die docent Frans of wiskunde te doen?

„Een gesprek mogelijk te maken waarvan zij zelf de regie hebben. En dat kan met onze methode. Ook zonder voorbereiding of achtergrondkennis. Het is niet aan de leerkracht om complottheorieën te ontmaskeren of een eigen mening te verkondigen. Het is aan de docent om voor dialoog te zorgen. Waarbij leerlingen hun mening kunnen geven, waarbij ze moeten luisteren naar elkaar. Zodat er begrip en empathie ontstaat.”

Kun je er met een dialoog voor zorgen dat leerlingen inzien dat ze onacceptabele standpunten uitdragen?

„Sommige opvattingen zitten diepgeworteld en die haal je niet zomaar weg. Maar vaak zie je wel dat er een zaadje wordt geplant. Dat leerlingen aan het denken worden gezet en, al is het maar een beetje, tot andere inzichten komen.”

Zouden scholen niet veel meer les moeten geven over de fundamentele waarden van een democratie?

„Scholen besteden daar weinig aandacht aan, dat is een gemis. Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse tieners slecht scoren op het gebied van burgerschapskunde. Ze weten bijvoorbeeld weinig van democratie.”

Jullie schrijven dat scholen vaak geen duidelijk standpunt innemen. Waarom zeggen onderwijsinstellingen niet: tot hier en niet verder?

„Scholen durven dat niet. Ze willen geen politieke ideeën opdringen. Er is dan ook weinig beleid op scholen als het gaat om gevoelige burgerschapskwesties.

„Zo hebben we een docent gesproken die leerlingen in de klas had die plots een djellaba aantrokken en „IS” op hun schriften schreven. De leerkracht wilde de scholieren de toegang tot de les ontzeggen om zo een statement te maken. Maar dat vond de directie niet goed. De directeur zei: gewoon negeren dat gedrag, het waait wel over. Daaruit blijkt maar weer dat scholen gewoon niet weten wat ze moeten doen.”