Ster uit de Bijlmer met litteken

Worthy de Jong is de meest waardevolle speler van de basketbalcompetitie. Hij groeide op in de Bijlmer, hij zag de vliegramp gebeuren.

Worthy de Jong speelt bij ZZ Leiden. „Ik denk niet dat een voetballer het probleem heeft dat hij na het seizoen denkt: shit, ik moet een uitkering aanvragen.” Foto Bastiaan Heus

Een onbewolkte zondag, oktober 1992, de avond van de Bijlmerramp. Vier jaar is Worthy de Jong, hij zit thuis met zijn ouders op vijf hoog in de Grubbehoeve-flat in de Bijlmermeer. Hij ziet de Boeing 747, twee motoren lichter, vlak over hun flat vliegen. „Ik was een spelletje aan het spelen op mijn Nintendo, mijn moeder was mijn haar aan het knippen, het vliegtuig vloog over onze flat voordat hij zich in de andere flats boorde. Daarna zag ik overal vuur.”

Volgens de officiële cijfers komen bij de crash van het vrachtvliegtuig 43 mensen om het leven. De appartementencomplexen Groeneveen en Klein Kruitberg raken deels verwoest. De twee getroffen flats liggen tegenover de Grubbehoeve-flat van de familie De Jong. De vader van Worthy gaat kort na het neerstorten van het toestel naar buiten om slachtoffers te helpen.

De Surinaamse gemeenschap wordt zwaar geraakt. „Het was een big deal bij ons in de buurt, veel kennissen zijn overleden”, zegt De Jong, die van Surinaamse afkomst is. „Als je er nu over nadenkt, zijn wij ontsnapt aan de dood.”

De Bijlmerramp komt terloops ter sprake tijdens het gesprek met Worthy de Jong (28) in de kantine van basketbalclub ZZ Leiden. Aanleiding voor het interview is zijn uitverkiezing tot meest waardevolle speler van de eredivisie dit seizoen. Dinsdagavond vecht hij met Leiden voor de laatste kans in de halve finale van de play-offs tegen Groningen, Leiden staat met 3-1 achter in de best-of-seven-serie. Ieder verlies is nu fataal.

Smaakmaker

De Jong is tien minuten te laat. „Sorry man”, zegt hij, terwijl hij zijn zonnebril afzet. Hij is innemend, praat zacht, mixt Engelse termen door zijn zinnen. De Jong is de smaakmaker van de eredivisie, met zijn spectaculaire dunks en blocks. Een ‘straatballer’, zo omschreef oud-international Mart Smeets hem vorig jaar. „Een type Amerikaanse basketballer”, zegt hij zelf. „Flashy.” Ofwel: avontuurlijk en creatief.

De Jong is geboren in Paramaribo, op zijn tweede komt hij naar Nederland met zijn ouders. Die willen hem hier – hij is enig kind – een goede opleiding en toekomst geven. Ze betrekken een appartement in Bijlmer-Oost, in de Ganzenhoefbuurt. De voorliefde voor basketbal heeft hij van zijn vader, die op het hoogste niveau in Suriname speelde. De Jong maakt veel uren op de pleintjes in de Bijlmer, op zijn elfde begint hij bij basketbalvereniging Club 2000.

In zijn jeugd wordt hij dagelijks geconfronteerd met de verloedering in de achterstandswijk. „Er waren veel junks en zwervers, veel criminaliteit. Dat zal er nu nog zijn, maar het is niet meer in het openbaar zoals vroeger. Ik heb geen moeilijke jeugd gehad. Ik had de juiste mensen om mij heen om niet in de problemen te komen.”

Drie tatoeages sieren zijn lichaam. De meest opvallende zit linksboven bij zijn ribben, het is een tekst van Colin Powell, oud-generaal van de Amerikaanse strijdkrachten en voormalig minister van Buitenlandse Zaken: There are no secrets to success. It is the result of preparation, hard work, and learning from failure.

Volharding en hard werken, De Jong staat er bekend om. Door overbelasting is de pees in zijn linkerknie ontstoken, hij speelt regelmatig door de pijngrens heen. Voor ieder duel neemt hij Arcoxia, een pijnstiller en ontstekingsremmer. „Na een tijdje werkt het niet meer, omdat je het middel zo vaak gebruikt. Toch ga ik door, ik kan niet zomaar stoppen.”

Voor ieder duel staat hij bij de middenstip, veegt van beide speelhelften vuil van de vloer en strijkt dat vervolgens met zijn handen over de tatoeage. De gedachte achter dit ritueel is dat de wedstrijd „niet viezer of gekker kan worden”. De Jong: „Ik kan alles aan op dat moment.”

De Jong is vernoemd naar James Worthy, in de jaren tachtig en negentig een grootheid bij de LA Lakers. De drievoudig NBA-kampioen is in die jaren de favoriete speler van zijn vader. En De Jong is op dezelfde dag geboren als Stephen Curry, de ster van NBA-titelverdediger Golden State Warriors. „Onmenselijk hoe hij speelt.”

Het frustreert De Jong dat basketbal zo’n marginaal bestaan leidt in Nederland, met acht profclubs bij de mannen en een beperkt aantal tv-minuten. In de reguliere competitie treffen ploegen elkaar door het lage aantal clubs liefst vier keer per jaar. De Jong hoopt na dit seizoen op een transfer, naar Duitsland, Frankrijk of Spanje. Hij is uitgeleerd in Nederland. „Het is moeilijk om steeds voor dezelfde teams wakker te worden en je klaar te stomen.”

Hij heeft internationaal zijn naam gevestigd bij het Nederlands team. De ploeg was drie jaar terug bijna dood en begraven door geldgebrek en mismanagement bij de bond. Vergoedingen voor interlands kregen ze niet, salaris voor de bondscoach was er niet, internationals bedankten. De Jong was een van de krachten die doorgingen. De wederopstanding was wonderlijk: uit het niets plaatste de ploeg zich voor het eerst in 26 jaar voor het EK, afgelopen september.

Er werd slechts één duel gewonnen, maar de ploeg kreeg de gunfactor. En De Jong maakte furore. Hij, de shooting guard van Leiden, werd opgenomen in een all-starteam vol met (ex-)NBA-spelers, onder wie de Spaanse Chicago Bulls-vedette Pau Gasol.

Uitkering aanvragen

Met enige frustratie kijkt De Jong naar het voetbal. Zijn salaris ligt wel boven het modale inkomen, maar is onvergelijkbaar met de vergoedingen in de top van het Nederlands voetbal. „Ik denk niet dat een voetballer het probleem heeft dat hij na het seizoen denkt: shit, ik moet een uitkering aanvragen, want ik heb tijdens het seizoen bij mijn club een tienmaandencontract. Dan moet ik nog twee maanden met het Nederlands team spelen, maar het Nederlands team betaalt niet.”

Hij doet het zelf ook, een uitkering aanvragen. „Ik zou het in principe kunnen redden met het geld dat ik spaar. Maar ik kan het goed gebruiken.” Zo zou hij graag een huis kopen voor zijn moeder, die hem altijd naar trainingen reed en op hem inpraatte toen hij op zijn zestiende en negentiende wilde stoppen. Ze woont nog in de Bijlmer. „Ik heb nu niet het geld om een huis voor haar te kopen.”