‘Reputatieschade door teruggave Euro-Spelen’

Nederland heeft „ernstige reputatieschade” opgelopen door echec met kandidatuur.

De Nederlandse sport heeft ernstige reputatieschade opgelopen door het echec met de kandidatuur voor de Europese Spelen in 2019. Sportkoepel NOC*NSF zette de kandidaatstelling eind 2014 in gang zonder dat er sprake was van een brede coalitie van rijk, provincies, speelsteden en sportbonden. Daardoor ontbrak een gezond fundament onder de plannen. Dat leidde uiteindelijk tot teruggave van het evenement met internationaal gezichtsverlies als gevolg.

Tot deze conclusie komt de commissie die op initiatief van het bestuur van NOC*NSF een onderzoek heeft ingesteld naar de mislukte kandidaatstelling voor de organisatie van de continentale spelen in Nederland, de tweede editie na de Spelen in Azerbeidzjan in 2015.

„NOC*NSF is er niet in geslaagd een goed fundament te leggen”, vatte voorzitter Jan Berent Heukensfeldt Jansen, voorzitter van het Watersportverbond en lid van de commissie, de kritiek samen. De commissie, onder leiding van de Bredase burgemeester Paul Depla, interviewde voor het onderzoek vijftig betrokkenen.

Op basis daarvan reconstrueerde de commissie de gebeurtenissen tussen december 2014, toen NOC*NSF in een persbericht meldde de kandidaatstelling te bestuderen, en juni 2015 toen Nederland zich terugtrok wegens onvoldoende draagvlak.

„De organisatie lag voor het oprapen”, schetste Heukensfeldt Jansen. De Europese Olympische Comité’s (EOC) waren enthousiast over de Nederlandse kandidatuur. Door gebrek aan concurrentie was er geen dure bidprocedure nodig, de sporten zouden worden gespreid over het hele land en er zou gebruik gemaakt worden van bestaande infrastructuur.

Uiteindelijk bleek minister Schippers van sport niet bereid om een substantiële bijdrage te leveren en trokken beoogde gaststeden zich om financiële redenen terug. Schippers twijfelde aan het topsportgehalte en vond de lasten met bijna de helft van het budget (125 miljoen euro) eenzijdig bij het rijk, participerende provincies en steden liggen.

Volgens de commissie was er ook een „afwachtende en risicomijdende” houding van partners.

Nederland had zich nooit kandidaat moeten stellen onder voorwaarden, zoals dat op 28 april 2015 gebeurde. Heukensfeldt Jansen: „Het risico op teruggave was te groot.” NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis sprak van een „verstandig, compact rapport over een ingewikkelde materie”.