Radiohead: om bij te smelten

Radiohead-zanger Thom Yorke in de clip bij de tweede single voor dit album, Daydreaming.

Radiohead houdt van geheimzinnigheid. Zo liep de lancering van het nieuwe album langs een parcours van gecodeerde boodschappen, vage hints en websites die plotseling ‘blanco’ waren.

De fans puzzelden op de betekenis, totdat vorige week bleek dat Radiohead afgelopen zondag, om 20.00 Nederlandse tijd hun nieuwe, negende album zou vrijgeven. Dat album bleek A Moon Shaped Pool te heten, en uitsluitend digitaal beschikbaar te zijn , via onder meer iTunes (cd en lp verschijnen op 17 juni).

Ondoorgrondelijkheid is ook een belangrijke factor in de muziek van het Britse kwintet, al is het niet op diezelfde padvinderachtige manier. In hun liedjes weifelt Radiohead tussen de tegengestelde krachten die aan het muzikantenhart trekken: die van rechtdoorzee en die van de versluiering.

Opmerkelijk genoeg uit de als raadselachtig bekend staande Thom Yorke zich in de nieuwe nummers min of meer ondubbelzinnig. Zijn teksten gaan over onderwerpen als groepsdwang en paranoia (Burn The Witch), en liefdesverlangen in True Love Waits, een nummer dat de band al sinds 1995 bij concerten live speelt. Deze tekst is behalve een smeekbede om liefde, ook een voorbeeld van Yorke’s neiging om verhevenheid te combineren met profaniteit: ‘And true love waits/ In haunted attics/ And true love lives/ On lollipops and crisps’. De tekst werd ontleend aan een nieuwsbericht dat Yorke las over een verwaarloosd kind dat twee weken overleefde op lollies en chips.

Muzikaal regeert het mysterie. In het nummer Ful Stop figureert een langzaam aanzwellend geronk van een synthesizer, gecombineerd met een schril keyboard-klaroen. Maar het elektronisch aandeel is kleiner, zeker vergeleken bij eerdere Radiohead-albums en Yorke’s recente, door statische elektriciteit knetterende project Atoms For Peace.

De hoofdrol is nu voor de door Jonny Greenwood uitgedachte orkestraties, uitgevoerd door de violisten en cellisten van het London Contemporary Orchestra. En als het orkest niet speelt, is het Greenwoods eigen piano die de boventoon voert. Ed O’Briens bluesy vervormde gitaar, doet mee op Desert Island Disk. Ful Stop rondt zijn zes minuten af met een warme synthese van onthechte vocalen, de getokkelde gitaar gestaag pointillerend als een borduurnaald, en zacht als tissue aaiende klankwolken.

Er is meer veranderd. De ratelende ritmes van het dansbare King of Limbs (2011) ontbreken; de nerveuze energie van In Rainbows (2007) is verdampt. Op het nieuwe album staan nummers waarvan de subtiele verschuivingen zich niet direct prijsgeven. Maar muzikale navorsing wordt beloond. De twee liedjes die voorafgaand aan het album werden gepost, blijken de stroefste: Daydreaming en het, gezien de inhoud, toepasselijk militante Burn The Witch.

Hoogtepunt Decks Dark daarentegen is een nummer om bij te smelten, zo elegant, zachtaardig, en verzorgd zijn Yorke’s zanglijn, in combinatie met de barokke pianoarpeggio’s op de achtergrond, ijl als gedachtenspinsels.

Die onverbloemde hang naar hoogwaardige esthetiek maakt ook de nummers Glass Eyes, Present Tense, Identikit en The Numbers (met zwoel kronkelende, Air-achtige baspartij) tot een bloedstollende confrontatie met dit onderhuids broeiende Radiohead.