Eerste geval necrofilie bij goudhaantjes?

„Ik geef u mijn man even, hij heeft het gefilmd.” Frank De Cap spreekt op rustige toon: „Wij zaten aan de keukentafel en hoorden een tik tegen het raam. Ik ging kijken uit nieuwsgierigheid. Omdat ik dacht dat het vogeltje zijn broertje of zusje wakker wilde krijgen en dit wel apart vond, ging ik vlug mijn camera halen.”

Het was 30 maart 2016 ergens in Vlaanderen. Op het vijftig seconden durende filmpje dat Vroege Vogels TV wereldkundig maakte, hipt een goudhaanmannetje trekkend met de vleugels rond het raamslachtoffer, ook een goudhaantje. Hij pikt in het levenloze hoopje veren en bestijgt het drie keer. De krachtige, zijwaartse bewegingen van de staart wijzen op contact tussen de cloaca’s en een succesvolle paring. Het zaad is echter verspild.

Het filmpje documenteert het eerste geval van necrofilie bij het goudhaantje (Regulus regulus), met negen centimeter en zes gram de kleinste Europese vogel. De teller staat bij vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën nu op 41 soorten en ruim 60 betrouwbare gevallen. Dat dit diergedrag niets te maken heeft met de ziekelijke menselijke drang naar seks met een lijk, is mij inmiddels duidelijk. Maar hoe noemen we het dan wel?