Column

Kleingeld

Ik wil niet klagen, maar op sommige dagen kan het chagrijn in een wel erg klein hoekje zitten. Waar het precies aan ligt, wordt nooit helemaal duidelijk, maar het is verstandig om te vermoeden dat jijzelf niet geheel vrijuit gaat. Pas daarna mag je anderen onbelemmerd de schuld geven.

Ik moest naar de fotograaf om pasfoto’s voor mijn rijbewijs en paspoort te laten maken. Alles verliep naar wens, zelfs de foto’s waren in orde, wat opmerkelijk was omdat ik er meestal opsta als een sinds lang gezochte maffioso; dit resultaat ontstaat vooral als de fotograaf mij verzoekt te glimlachen. Deze fotograaf vroeg het ook, maar zo onnadrukkelijk dat ik me niet gedwongen voelde.

De problemen begonnen pas bij het afrekenen. Het kostte 9,90 euro en ik wilde afrekenen met een biljet van 50. Hij kon daar niet van teruggeven en vroeg me of ik het ook kleiner had. Ik kwam niet verder dan 9,65 euro. „Laat de rest maar zitten”, zei hij. „Nee”, zei ik, „u heeft er recht op, ik breng het straks wel even.” „Hoeft echt niet”, zei hij, maar ik was vastbesloten me van mijn eerlijkste kant te laten zien. Je zou ook kunnen zeggen: ik wilde gewoon aardig gevonden worden. Daar beginnen de meeste problemen.

Thuis had ik bergjes kleingeld, wist ik, omdat ik het liever niet in mijn portemonnee stop. Maar mijn vrouw zei: „Het kleingeld? Ik heb alles in zakjes voor de kleinkinderen gedaan, verpakt als cadeautje, daar kun je niet aankomen.”

Ik begon al mijn jaszakken te doorzoeken, vond veel kruimels en balpennen, maar geen munten. Daarna stortte ik me op bureauladen en allerlei doosjes en vaasjes – niets. Ik voelde een raadselachtig soort woede opkomen: het ging nergens over, maar er was nu een halfuur voorbij en ik had nog niets bereikt.

„Ga een ijsje kopen, dan krijg je meteen wat kleingeld”, zei mijn vrouw. Een goed idee, afkoeling was gewenst, ook met het oog op de zomerwarmte.

Bij de ijszaak stond tot aan de hoek van de straat een hopeloze rij, goed voor zeker twintig minuten wachten. Je wilde toch zo graag in Amsterdam wonen? Het nieuwe Venetië of Barcelona? Nou, wen er maar vast aan.

Even overwoog ik mijn fotograaf te laten barsten, maar toen hoorde ik hem ’s avonds met Amsterdams accent tegen zijn vrouw zeggen: „Ik had ook nog zo’n lul in de zaak die beloofde dat hij nog wat geld zou brengen dat hij me schuldig was – maar lou loene. Gierige yuppen zijn het.”

Koppig besloot ik door te zetten. Eerst ving ik nog bot in enkele winkels („Wisselen, daar beginnen we niet aan, dan blijven we aan de gang”), maar een blik op de horizon schonk me een briljante ingeving: lag daar niet een zwembad? En hadden zwembaden – ik was er al lang niet meer geweest - geen kassa’s?

Het bleek te kloppen. Ik moest er die altijd licht weerzinwekkende chloorlucht voor trotseren, maar het was de moeite waard: de caissière telde zorgvuldig de euromunten voor me uit.

Bijna trots meldde ik me weer bij mijn fotograaf. Het had me anderhalf uur gekost, maar ik was liefst 25 eurocenten rijker. Hij stond een ingewikkeld gesprek over fotocamera’s te voeren met een klant. Ik legde het geld discreet op een hoekje van de toonbank. Hij keek één ondeelbaar moment opzij, zonder het gesprek te onderbreken, en maakte toen een kleine, opwaartse beweging met zijn pink.