Journalisten gingen in 1887 al undercover

Undercover Maarten Zeegers, die een boek schreef over moslims, is zeker niet de eerste undercoverjournalist. Het is een omstreden genre, dat steeds meer geaccepteerd raakt.

Nellie Bly (1864-1922), Amerikaanse undercoverjournalist

Nellie Bly was een knappe twintiger toen zij zich in 1887 liet opnemen in het Krankzinnigengesticht. Haar psychiaters dachten dat ze gek was, maar in feite hield Nellie Bly hén voor de gek: ze was bezig met een undercoveroperatie voor dagblad New York World. Na haar vrijlating schreef Nellie Bly een geruchtmakend artikel over het krankzinnigengesticht waar vrouwen bedorven voedsel te eten kregen en werden vastgebonden met touwen.

Het is een beproefd genre: de journalist die ‘undercover’ gaat om een misstand te onthullen. Het nieuwste undercoververhaal komt van journalist Maarten Zeegers, die zich drie jaar lang voordeed als moslim om een boek te schrijven over het Haagse Transvaalkwartier.

De bekendste undercoverjournalist is de Duitser Günter Wallraff. Hij vermomde zich in 1985 als Turkse gastarbeider om de slechte arbeidsomstandigheden in de Duitse industrie bloot te leggen. Zijn boek Ik (Ali) wordt inmiddels alom geprezen, maar aanvankelijk vonden critici Wallraffs methode vooral onethisch.

Diverse religieuze groeperingen zijn onderwerp geweest van undercoveracties. Journalisten liepen rond in verschillende sektes, evangelische organisaties en vorig jaar nog bij de Nederlandse Scientology. Journaliste Stella Braam infiltreerde in 1997 bij Turks-Nederlandse aanhangers van de extreemrechtse Grijze Wolven en schreef een boek over hen, waarna ze met de dood werd bedreigd.

Uitgangspunt is dat journalisten altijd open kaart spelen

Ook de sportwereld heeft al kennisgemaakt met undercoverjournalistiek. Twee corrupte FIFA-bestuurders werden in 2010 ontmaskerd door journalisten van de Sunday Times, die geld aanboden in ruil voor hun stem voor de organisatie van het WK 2018. De voormalige bondscoach van Engeland Sven-Göran Eriksson trapte in 2006 in een val van een journalist van boulevardkrant News of the World. De journalist had zich vermomd als vermogende sjeik en vroeg Eriksson trainer te worden van zijn nieuw te kopen club. De bondscoach stemde toe – en was vervolgens wekenlang onderwerp van discussie in de Engelse roddelpers.

Mag dat zomaar? Niet volgens de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek. Uitgangspunt is dat journalisten altijd open kaart spelen. Er is één uitzondering: wanneer duidelijk sprake is van een ‘misstand’ die op geen enkele andere manier kan worden aangetoond. En daar zit meteen de zwakte van de regel. Want wie bepaalt of iets een misstand is?

Media lijken die lat steeds lager te leggen. Inmiddels is iedere week wel een undercoverreportage te zien op de Nederlandse tv. Misdaadjournalist John van den Heuvel die met verborgen camera een moeder herenigt met haar kind. Rambam-presentator Jelte Sondij die ten onrechte een Koninklijk lintje weet te ontvangen. Journalist Alberto Stegeman die voor zijn programma Undercover in Nederland op Schiphol langs de douane loopt zonder gecontroleerd te worden.

En NRC? Deze krant is uiterst terughoudend met undercoverjournalistiek. Het enige voorbeeld dat oudere redacteuren zich kunnen heugen, is een journalist die ruim twintig jaar geleden undercover deelnam aan een datingcursus voor topmanagers. In dat artikel werd een van de deelnemers zó herkenbaar beschreven, dat zijn hele omgeving wist dat hij had deelgenomen aan de datingcursus. Hierna zeiden tientallen lezers hun abonnement op.