Je hart luchten over Abou Jahjah: emotioneel, nuttig

Auteurs van De Bezige Bij praatten maandag over de identiteit van de uitgeverij.

Er is geen bloed gevloeid en iedereen heeft zijn hart kunnen luchten: de bijeenkomst van auteurs van De Bezige Bij maandag, bedoeld om over de identiteit van de uitgeverij te praten, is volgens aanwezigen roerig maar constructief verlopen. Het is nog afwachten of de auteurs nader tot elkaar gekomen zijn.

De bijeenkomst, met ongeveer veertig deelnemers, was een bijzondere ledenvergadering van de Schrijversvereniging De Bezige Bij, de club van schrijvers die minstens twee werken bij de uitgeverij gepubliceerd hebben. Aanleiding was de ophef rond de aangekondigde uitgave van twee boeken door Dyab Abou Jahjah, de voormalige voorman van de Arabisch-Europese Liga en nu columnist van het Vlaamse dagblad De Standaard. Jahjah heeft in het verleden sterk antizionistische uitspraken gedaan, volgens sommige auteurs ook antisemitische. Onder anderen Leon de Winter, Jessica Durlacher en Marcel Möring vinden dat hij niet te verenigen is met het verzetsverleden van de uitgeverij.

Jahjah twitterde maandag – nadat hij van zijn redacteur een sms-bericht kreeg dat de bijeenkomst roerig was geweest, maar dat de uitgave niet ter discussie had gestaan – „De Bezige Bij blijft een verzetsuitgeverij en wijkt niet voor druk. Mijn boeken zullen verschijnen zoals gepland.” In het najaar verschijnt het eerste van zijn twee werken, een pamflet getiteld Pleidooi voor radicalisering.

De Schrijversvereniging heeft geen beslissingsbevoegdheid over te verschijnen titels, maar haar mening zal zwaar wegen voor uitgever-directeur ad interim Johan de Koning. Hij was te gast bij de vergadering maar wilde de pers niet te woord staan.

„Het was goed dat iedereen luid en duidelijk heeft kunnen zeggen wat hij vond”, vindt Tommy Wieringa, bestuurslid van de vereniging. „Maar wat er gezegd is, hoort binnenskamers te blijven. We waren hier als auteurs van De Bezige Bij, we spreken niet als opinieleiders.” Afgesproken is dat het onderwerp op de volgende algemene ledenvergadering weer op de agenda staat.

„Het is goed dat nu voor iedereen helder is waarom dit bij sommige mensen zo gevoelig ligt”, zegt voorzitter Allard Schröder. „Er is nooit discussie geweest over de vraag of het boek er zou komen. Daar gaat de Schrijversvereniging niet over.”

Paul Scheffer hield een inleiding waarin hij vooral vragen opwierp: welk beeld wil de uitgeverij uitdragen waar het om non-fictie gaat? Past het boek van Abou Jahjah binnen het fonds? Ook vroeg Scheffer zich af of de uitgevers hadden gekeken naar de context waarbinnen het boek verscheen, nu steeds meer Joodse gebouwen in Amsterdam bewaakt moeten worden wegens antisemitisme.

Durlacher, samen met Scheffer een van de auteurs die had gevraagd om de speciale ledenbijeenkomst, laat telefonisch weten: „Ik ben niet van mening veranderd, maar het is fijn om te merken dat er begrip is voor elkaars gedachten. We hebben gediscussieerd over de vraag wie je wel uitgeeft en wie niet, en of schrijvers daar iets mee te maken hebben.”