Israël sloopt in hoog tempo wat Europa betaalt

Hulp aan Palestijnen Israël sloopt honderden projecten van Palestijnen. Ook als ze door Europa zijn betaald. Waarom gaat Europa door?

Palestijnse kinderen inspecteren de schade aan een speeltuin in Za’tara, vlakbij Nablus. Israël heeft de speeltuin, die gebouwd was met Belgische hulp, gesloopt omdat er geen vergunning voor was. Foto's AP/Reuters

Van een afstandje moest de 79-jarige Palestijn Abdullah Ghuneim toekijken hoe het Israëlische leger de olijfboomgaard op zijn lapje grond vernielde. De bomen werden gerooid, zijn waterput vernield. Nu, enkele weken later, is van de put slechts een stapel stenen over. Boven het puin steekt een bordje uit met daarop, nog maar voor de helft leesbaar, de woorden: ‘Agricultural Development Project. Funded By: Netherlands Representative Office’.

Foto Derk Walters

De olijfboomgaard van Abdullah Ghuneim. Foto Derk Walters

Israël sloopt meer. In de eerste drieënhalve maand van dit jaar sneuvelden al zeshonderd Palestijnse gebouwen en (landbouw)projecten, meer dan in heel 2015. Hiervan waren er 75 gefinancierd door de Europese Unie, voor een totaalbedrag van ruim twee ton.

Nog eens elfduizend gebouwen of projecten staan op de nominatie om te worden gesloopt, en daarin zit nog eens 4 miljoen euro aan Europees geld. In Brussel loopt de ergernis over het Israëlische sloopbeleid behoorlijk op.

De gesloopte projecten, zoals het land van boer Ghuneim, zijn het slachtoffer van een fundamenteel meningsverschil tussen Israël en de lidstaten van de Europese Unie. Ghuneims grond hoort bij Al-Khadr, een plaatsje even onder Bethlehem op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Nederland geeft hier humanitaire hulp; in dit geval ongeveer 2.900 euro voor de put.

Geen bouwvergunningen

Israël ziet dit anders. Al-Khadr ligt in Area C, de 60 procent van de Westelijke Jordaanoever waar Israël zowel militair als bestuurlijk de baas is. En daar, zo redeneert Israël, moeten Palestijnen een bouwvergunning hebben voor zoiets als een waterput. Geen bouwvergunning? Dan gooien we het plat. Europees hulpgeld of geen Europees hulpgeld.

Die bouwvergunningen worden overigens nauwelijks uitgereikt. Slechts 1,5 procent van de Palestijnse aanvragen wordt gehonoreerd. Intussen mogen Joodse nederzettingen in hetzelfde gebied, illegaal volgens het internationaal recht, wel voortdurend uitbreiden. Het land van boer Ghuneim wordt omringd door de nederzettingen Neve Daniel, El’Azar en Efrat.

Waarom sloopt Israël dit jaar zo veel meer dan in andere jaren? Officieel doet het daar geen mededelingen over. Een woordvoerder van de Israëlische ‘Coördinator van Overheidsactiviteiten in de [bezette] Gebieden’ wil slechts kwijt dat elk bouwproject in Area C „toestemming van de relevante autoriteiten” nodig heeft, zoals afgesproken in de Oslo-akkoorden.

Een Palestijnse vrouw zoekt haar bezittingen bij elkaar in Khirbet Tana, ook vlakbij Nablus.Foto’s AP/Reuters

Het is dus gissen naar de reden, en dat gebeurt niet door de minsten: vorige maand vroeg secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties zich openlijk af of Israël van plan is om Palestijnen uit „bepaalde delen van de Westelijke Jordaanoever te verdrijven”. Vooral veel hutten van bedoeïenen worden gesloopt. Deze „gedwongen verplaatsing” van mensen is in strijd met de Geneefse Conventies, aldus de VN. Al meer dan achthonderd Palestijnen raakten hun behuizing kwijt.

Sommige Israëlische kabinetsleden, onder wie de ultrarechtse minister Bennett (Onderwijs, Het Joodse Huis), willen dat Area C in zijn geheel wordt geannexeerd en bij Israël wordt gevoegd. Met deze stap willen Bennett en de zijnen de Joodse staat verstevigen; dit kan alleen als er zo veel mogelijk land met nederzettingen en zo min mogelijk Palestijnen aan Israël worden toegevoegd.

Maar ook dit verklaart nog niet de toename van vernielingen. Eén overtuigende verklaring is de aanhoudende politieke druk ter rechterzijde. Dit wordt vooral duidelijk in de Knesset-subcommissie voor ‘Judea en Samaria’ – de in Israël gebruikte, bijbelse benaming voor de Westelijke Jordaanoever. Telkens als deze commissie bijeen is geweest, is er een piek te zien in het aantal uitgevoerde sloopbevelen.

Palestijnse ‘constructieterreur’

De commissie vindt het Israëlische leger te mild voor wat „illegale Palestijnse nederzettingen” worden genoemd. Er is zelfs een onderzoek ingesteld naar de vraag waarom het leger zo weinig sloopt. Commissievoorzitter Moti Yogev (Het Joodse Huis) zei vorige maand dat Israël „zijn land en zijn verantwoordelijkheid erover” moet handhaven. De Palestijnen maken zich volgens hem schuldig aan „constructie- en infrastructuurterreur”, daarbij gesteund door de EU.

Met dit soort statements voert Yogev de druk op het kabinet en het leger op om zo veel mogelijk te slopen. Maar voor zijn uitspraken bestaat geen basis in het internationaal recht. Zo ziet geen enkel land, ook Israël zelf niet, de Westelijke Jordaanoever als onderdeel van Israël. En niet de Palestijnse, maar de Israëlische huizen in dit gebied worden gezien als illegaal.

Volgens de Verenigde Naties is Israël, als bezettende macht, juist verplicht humanitaire hulp en toegang tot de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever te faciliteren. Gebouwen en projecten mogen alleen worden gesloopt als er een directe militaire noodzaak voor is. Dat Israël de eigen nederzettingen laat floreren terwijl de Palestijnen in hun ontwikkeling worden gefrustreerd, noemen de VN „discriminatoir” en „tegen het internationaal recht”.

Palestijnen hebben een vergunning nodig om te bouwen. Maar die worden nauwelijks uitgereikt

Groeiende ergernis EU

Europa weet dat de Palestijnen hoe dan ook geen bouwvergunningen krijgen, en dus dat een project de kans loopt te worden gesloopt. Toch blijft de EU uit humanitaire overwegingen geld geven. Israël heeft simpelweg ongelijk, vindt men in Brussel.

Daarom loopt de ergernis over het Israëlische sloopbeleid op. Zo heeft België, na de vernieling van een gefinancierde speeltuin, de Israëlische ambassadeur ontboden. Maar eenduidig Europees beleid ontbreekt. Tijdens een officiële ‘dialoog’ die afgelopen jaar tussen Israël en de EU liep, werd er alleen maar meer vernield.

Het Nederlandse kabinet is „ernstig bezorgd” over de toegenomen vernielingen, zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Israël wordt erop aangesproken en er wordt consequent om schadevergoedingen gevraagd, aldus de woordvoerder. Die keert Israël overigens nooit uit.

Hier stond een school, betaald door de EU, verwijderd door het Israëlische leger. Foto Abed Omar Qusini/Reuters

Brusselse ingewijden merken op dat Nederland, als EU-voorzitter, geen voortrekkersrol vervult om tot een gezamenlijk Europees beleid te komen. Dit heeft mede te maken met de invloed van regeringspartij VVD. In diverse vergaderingen in de Tweede Kamer liet buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke van die partij weten dat hij niet al te zwaar tilt aan het Israëlische sloopgedrag, dat hij kwalificeert als „een domme reactie [...] op soms ook heel dom beleid van de EU”. Ook „dat er wat bedoeïenenhuisjes zijn verplaatst” stoort Ten Broeke niet:

„Die mensen zullen vast niet meer op Netanyahu stemmen, denk ik dan maar.”

‘Staatsland’

Twee andere pro-Israëlische partijen in de Kamer, de ChristenUnie en de SGP, stelden in vragen aan minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) juist de wettigheid van de Palestijnse bouwwerken ter discussie.

Boer Abdullah Ghuneim uit Al-Khadr heeft, als Palestijnse inwoner van de Westelijke Jordaanoever, helemaal geen stemrecht in Israëlische verkiezingen. Op zijn uitgevlakte land is hij maar weer wat tomaten en komkommers gaan verbouwen.

Ook voor hem is het een vraag waarom Israël het op zijn land gemunt had. Er zijn documenten, zegt hij, die aantonen dat dit lapje grond al honderden jaren in het bezit is van zijn familie. Een rechtszaak daarover loopt nog. In de tussentijd heeft Israël het land van boer Ghuneim verklaard tot ‘staatsland’.