‘Geld voor buitenlandse kunstprojecten versnipperd’

Het internationale cultuurbeleid van Nederland is veel te versnipperd. De ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken hebben daarin de afgelopen jaren te weinig de regie genomen en te weinig samengewerkt. Ook is niet duidelijk hoeveel geld er precies is besteed aan internationaal cultuurbeleid en welke resultaten met de ingezette subsidies zijn bereikt.

Dat staat in een kritisch rapport van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie over het internationale cultuurbeleid in de jaren 2009-2014. Kamerlid Michiel van Veen (VVD) reageert ontstemd over het rapport, dat de Kamer begin juni met de bewindslieden zal bespreken. „Wij horen in de Kamer telkens klachten dat er in Nederland te weinig geld is voor cultuur. En nu zien we dat er in het buitenland, in landen als Libanon en Turkije, cultuurgeld is besteed aan allerlei projectjes zonder dat iemand heeft gecontroleerd of dat enig effect heeft gehad.”

Volgens de onderzoekers hebben de overheidsfondsen die subsidies toewijzen voor internationale culturele projecten, zoals het Mondriaan Fonds, het Fonds Podiumkunsten en het Letterenfonds, een zeer grote autonomie. Ze hoefden niet inzichtelijk te maken welke bedragen ze besteedden. Ook hoefden ze niet te verantwoorden of dat geld goed was besteed. Datzelfde geldt voor de culturele posten bij ambassades. De onderzoekers bevelen aan Dutch Culture een belangrijkere rol te geven bij het monitoren van het internationale cultuurbeleid.