‘Hoezo, generatiekloof?’

Barry Hay (67) is als voorman van de Haagse rockband Golden Earring al ruim vijftig jaar actief. Met een band met jonge muzikanten maakte hij nu een nieuw album. ‘Deze wonderkinderen brengen een ander deel van mijn brein in beweging.’

©

Barry Hay vierde vorig jaar het vijftigjarig platenjubileum van zijn band Golden Earring met een triomfantelijk optreden in de Ziggo Dome. Het feest werd beklonken met het minialbum The Hague waarop alle facetten van de unieke sound van ‘De Earring’ aan bod kwamen, van dampende seventiesrock tot grillige progressieve muziek.

Sinds 2012 houdt Barry Hay er een tweede project op na, gelegenheidsband Flying V Formation met gitarist Pablo van de Poel van de Limburgse groep DeWolff, synthesizerbassist Huub van Loon, drummer Daim de Rijke en Earring-sideman Jan Rooymans op keyboards. Vrijdag verschijnt het album Barry Hay’s Flying V Formation met eigen nummers en covers van Ricky Lee Jones, Steve Winwood en Tom Waits. Het album heeft elementen van de robuuste Earringsound, maar toont vooral dat de grootste nog levende Nederlandse rockzanger nieuwe energie en inspiratie put uit de samenwerking met jonge muzikanten.

Barry Andrew Hay werd in 1948 geboren in het Indiase Faizabad, als zoon van een Nederlandse moeder en een Indiase vader die als officier was verbonden aan het Britse leger. De documentaire Kissing a Dream (Hadassah de Boer, 2011) liet zien hoe Hay met dochter Bella in India op zoek ging naar sporen van zijn vader. Hij kwam dertig jaar te laat om hem nog levend aan te treffen, maar ontdekte meer over zijn achtergrond. Sinds 2006 woont Hay op Curaçao en keert hij regelmatig terug naar Nederland voor muzikale activiteiten. Geflankeerd door Pablo van de Poel en Huub van Loon licht hij zijn nieuwe bandproject toe.

Vijftig jaar Golden Earring en nog altijd die drang om een nieuw bandje te beginnen. Heb je energie te veel?

„Ideeën, meer nog dan energie. Er lopen zoveel fantastische jonge muzikanten rond en het is goed voor mijn geest om met anderen te werken. Bij de Earring zit je in een bepaald keurslijf, qua teksten en stijl. Het blijft een te gekke band en een eer om daar deel van uit te maken, maar [hij wijst op Pablo en Huub] deze wonderkinderen brengen een ander deel van mijn brein in beweging.”

Een rockgroep zonder basgitarist, is dat geen vreemde gewaarwording?

„Het was mijn idee om een synthesizerbas te gebruiken in plaats van een traditionele bassist. Het vette geluid geeft de muziek een retrofuturistisch geluid, alsof bluesrock en synthesizerpop bij elkaar komen. Een totaal nieuwe sound, dat was het idee.”

Twee van de bandleden zijn twintigers. Hoe overbruggen jullie de generatiekloof?

„We zijn allemaal van de muziek. Wat dat betreft spreken we dezelfde taal. Toen we eenmaal bij elkaar in een oefenruimte stonden kwamen onze werelden vanzelf bij elkaar. Na vijf minuten spelen stonden we meteen al naar elkaar te grijnzen.”

Jullie coveren Tom Waits en Rickie Lee Jones. Een bewuste keuze om buiten de gebruikelijke rockpaden te treden?

„Als we iets coveren moet het een onontdekt juweel zijn. Circle in the Sand van Rickie Lee Jones is een volstrekt onbekend nummer dat ik bij de aftiteling van een speelfilm hoorde [Friends with Money, met Jennifer Aniston]. Ik ben er met een denkbeeldige speurhond achteraan gegaan om er achter te komen van wie het was. Rickie Lee Jones is net als ik een gek mens, dus dat schept een band. We hebben dat liedje volledig naar onze hand gezet. Net als Going Out West van Tom Waits dat in onze versie heel anders klinkt.”

Met George Kooymans vorm je als songschrijversduo een soort Nederlandse Lennon & McCartney. Hoe is het om nummers met anderen te schrijven?

„Met Kooymans is het veel meer een puzzel. Hij komt met een melodie en zingt dan opeens: ‘Je Regrette!’ O jee, denk ik dan, dat is Frans. Daar moeten we onmiddellijk van af. Maar dat kan niet, want Kooymans wil het zo. Dus is er een probleem dat ik moet oplossen. Bij deze band gaat het allemaal wat makkelijker. Er is meer vrijheid. Meer ruimte voor experiment.”

Toen je in 1967 bij The Golden Earrings kwam was er nog geen rockacademie. Is het anders nu muzikanten vaak formeel geschoold zijn?

„Vroeger maakte je muziek uit verveling. Je kon op honkbal gaan, of plastic bouwpakketjes van slagschepen in elkaar lijmen. Er was geen internet, niks. Bij een band spelen was de enige afleiding. Laatst kreeg ik een rondleiding op het Conservatorium van Amsterdam. Ik was stinkjaloers, want uit elke kamer kwam geweldige muziek met steeds een andere vibe. Jonge mensen weten veel beter wat ze willen en ze spelen in constant wisselende combinaties. Die scholen zijn tempels van goede muziek. Als je moet kiezen tussen rockmuzikant worden of politieagent, dan weet ik het wel.”

Hoe kijken Earring-bandleden Rinus Gerritsen, George Kooymans en Cesar Zuiderwijk naar Flying V Formation?

„Rinus is een fan. Die vindt het fantastisch wat we doen. Ook al vindt hij die synthesizerbas maar niks. George gaat met Henny Vrienten en Boudewijn de Groot op tournee, dus die doet zijn eigen ding. Laat mij maar lekker rocken.”

Brian Johnson van AC/DC moest onlangs op doktersadvies zijn tournee afbreken wegens dreigende doofheid. Hoe staat het moet jouw gehoor?

„Redelijk. Ik heb een constante sis in mij oor, maar daar valt mee te leven. Het kan allemaal veel erger. Tinnitus kun je krijgen doordat je in één keer bloot wordt gesteld aan zoveel lawaai dat de gehoorbeschadiging onomkeerbaar is. Die sis in mijn oor is alsof er altijd ergens een vuurtje brandt. Gewoon een gezellig geluid.”

Hoe kijk je aan tegen andere bands die hun vijftigjarig jubileum overleefd hebben, zoals de Rolling Stones?

„Er is een enorm retrocircuit voor oudere bands. Geld verdienen is meestal de voornaamste drijfveer van groepen die eens in de zoveel jaar uit hun winterslaap gewekt worden. Met de Earring hebben wij die retroshit altijd angstvalig van ons af gehouden. We zijn altijd blijven spelen, altijd nieuwe platen blijven maken. Ik heb grote bewondering voor Mick Jagger. Zijn songteksten zijn onnavolgbaar en hij doet wat hij het beste kan. De Stones spelen nog steeds de blues, en dat is de enige muziek die er werkelijk toe doet voor ons soort jongens. Als je de blues kunt blijven spelen tot je er bij neervalt, hoef je nooit met pensioen.”