‘Mijn broer heeft een prijs op mijn leven gezet’

Astrid Holleeder Willem Holleeder zou van plan geweest haar en haar zus te vermoorden. „Willem wil wraak.”

Foto: Robin van Lonkhuijsen/ANP

Astrid Holleeder heeft het voorspeld. Haar broer Willem zou wraak nemen omdat zij en haar zus Sonja bij de politie hun verhaal hebben gedaan over de rol van Holleeder bij moord in de Amsterdamse onderwereld. „Hiermee teken ik mijn doodvonnis”, vertelde ze ruim een jaar geleden in NRC. Haar voorspelling was bijna uitgekomen.

Willem Holleeder heeft, zo luidt de verdenking, vanuit de zwaar bewaakte gevangenis in Vught geprobeerd een huurmoordenaar af te sturen op Astrid en Sonja Holleeder en op misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Astrid stond bovenaan het lijstje van haar broer, vertelt ze aan NRC.

Rationeel had Astrid de hoop dat ze veilig was na de arrestatie van haar broer eind 2014. Maar gevoelsmatig wist ze dat het niet zo was. Willem zou haar en haar zus niet met rust laten. „Hij accepteert niet wat wij gedaan hebben”, zegt Astrid. „Dat zit gewoon niet in zijn karakter. Hij duldt geen tegenspraak. Willem wil wraak.” Haar oudere zus Sonja knikt instemmend. De twee trekken intensief met elkaar op, maar Sonja laat het woord aan Astrid.

In februari van dit jaar kregen Astrid en Sonja Holleeder en Peter R. de Vries te horen wat er aan de hand was. Het Openbaar Ministerie ontdekte dat een toen nog medegedetineerde van Holleeder een telefoonnummer wilde doorgeven aan een contactpersoon buiten de gevangenis. Het onderzoek dat volgde leidde naar een tweede (toen nog) medegedetineerde van Holleeder.

Die vertelde aan de politie dat hij ook een nummer had gekregen van Holleeder dat hij moest bellen als hij de kans kreeg. De bezitter van het bewuste telefoonnummer zou wel weten wat hij moest doen. Ter stimulans zouden de twee mannen langs onduidelijke weg 5.000 euro hebben gekregen. Een veelvoud daarvan is ze in het vooruitzicht gesteld als het zou lukken om Astrid en Sonja Holleeder en Peter R. de Vries te vermoorden. Citaat uit de verklaring van een van hen: „Hij wil zijn zussen vermoord en vooral belangrijk (is, red.) degene die advocaat is.”

Het bedrag wil Astrid niet noemen. Het is al erg genoeg dat er een prijs op haar hoofd staat, zegt ze. „Je hebt geen idee wat het is om aan je kinderen te moeten vertellen waar je begrafenispolis ligt omdat je eigen broer een huurmoordenaar op je af wil sturen. Dat is onvoorstelbaar”, zegt Astrid geëmotioneerd. Na een lange stilte gaat ze verder. „Waarom doe ik dit eigenlijk? Waarom zal ik nog naar de rechtbank gaan om te getuigen? Waarom moet ik meewerken aan de verdediging van iemand die mij dood wil?”

Het zijn existentiële vragen voor Astrid Holleeder. Ze heeft de afgelopen periode alles bij elkaar zo’n vier dagen in de rechtszaal doorgebracht om vragen van haar broer en zijn raadsman Stijn Franken te beantwoorden. Deze verhoren vinden plaats onder regie van de rechter-commissaris. Zij rapporteert aan de rechtbank over de voortgang van de getuigenverhoren van Astrid en Sonja en Holleeders ex-vriendin Sandra Klepper.

Volgens Astrid opereert de verdediging daarin traag: „Eigenlijk zijn er nauwelijks vragen gesteld over zaken die ik verklaard heb over de strafbare feiten waar mijn broer van wordt verdacht. Het gaat eindeloos over het verleden en allerlei andere niet relevante kwesties. Maar een echte confrontatie tussen mijn lezing van de feiten en zijn lezing van de feiten heeft niet plaatsgevonden.”

Het staat Franken vrij om te vragen wat hij wil, dat is zijn recht vindt ook Astrid. Maar nu ze weet dat haar broer een huurmoordenaar heeft proberen te organiseren, begrijpt ze waarom de verhoren gaan zoals ze gaan. „Willem heeft de boel proberen te vertragen in de hoop dat ik snel zou worden doodgeschoten”, zegt Astrid stellig. „Dat is zijn strategie. Als ik dood ben kan hij zeggen dat mijn getuigenis niet meer kan worden gecontroleerd. Daarom worden mij geen relevante vragen gesteld.”

Willem Holleeder maakt volgens Astrid gebruikt van de welwillendheid van de rechtbank. Toen Holleeder de rechtbank vertelde dat hij wel wilde verklaren als de getuigen die verklaringen maar niet mochten lezen, is de rechtbank daarin meegegaan. Er kwam een embargo op zijn verklaringen, iets dat eigenlijk nooit gebeurt.

Astrid, die zelf strafrechtadvocate is, begrijpt wel dat de rechtbank dat heeft gedaan om zijn kant van het verhaal te horen om daarna zelf een conclusie te kunnen trekken. Maar Astrid denkt ook dat de rechtbank haar broer onderschat. „Hij weet hoe je een ander aanspreekt op fatsoen. Dat heeft hij ook bij de rechtbank gedaan. Willem is in staat om iedereen te manipuleren, maar dan ook echt iedereen. Het gaat hem helemaal niet om de vraag of wij die verklaringen lezen, hij wil tijdrekken.”

Willem Holleeder weet hoe hij anderen aan moet spreken, hoe hij ze kan laten doen wat hij wil, zegt ze. „Hij heeft de rechtbank erin geluisd met dat embargo. Hij wil geen confrontatie met mij en het verhaal dat ik heb verteld. Hij wil zorgen dat ik zijn verhaal niet kan weerspreken. Daarom wilde hij dat embargo en daarom moet ik dood.”

Ze is in die gedachte gesterkt door het verhaal van een van de ex-medegedetineerden. „Hij wil dat die mensen die tegen hem verklaard hebben zo snel mogelijk uit de weg gaan zodat ze geen verklaring tegen hem kunnen afleggen ten tijde van zijn zitting”, zo vertelde hij volgens haar. Ook zou uit die verklaring blijken hoe zeer Holleeder erop gebrand is dat het (snel) gaat lukken: „Ik weet 100 procent dat hij strijdt voor wat hij wil, dat weet ik zeker.”

Astrid Holleeder verwachtte dat haar broer wraak zou nemen. „Misschien heeft hij dit ook wel voorzien”, zei ze vorig jaar toen bekend werd dat zij, haar zus en Willems ex-vriendin Sandra naar justitie waren gestapt. Het zijn wrange woorden in het licht van wat er vanochtend bekend is geworden. Maar er zijn wel meer aanwijzingen dat Holleeder een schaker is die veel zetten vooruitdenkt.

Zo zou Willem aan Astrid, die hij als zijn vertrouweling behandelde, hebben verteld dat hij Peter R. de Vries zou laten vermoorden ‘als hij een dag zou moeten zitten voor Peter’. Willem zei dit nadat de misdaadverslaggever in 2013 aangifte had gedaan van bedreiging. Volgens Astrid vervolgde Willem met de woorden: ‘Dan heb ik het van tevoren geregeld. Dan gebeurt hetzelfde dat met Thomas is gebeurd.’

Thomas is kroegbaas Thomas van der Bijl. Hij werd in april 2006 doodgeschoten. In het jaar daarvoor had Van der Bijl belastende verklaringen over Holleeder afgelegd bij de politie. Van der Bijl bezwoer de politie dat ze er voorzichtig mee om moesten gaan: „Ze hebben me gezegd dat ze me vermoorden als ik met de politie praat,” zei hij tegen de recherche. Volgens justitie heeft Holleeder de opdracht gegeven voor de moord op Van der Bijl.

Gezien de geschiedenis is de parallel volgens Astrid Holleeder helder: iedereen die praat met de politie over Willem Holleeder wordt vroeg of laat doodgeschoten. „Hij wil dit niet in de rechtbank uitvechten”, zegt Astrid. „Het ergste is dat ik moet meewerken aan de verdediging van mijn broer zodat ik kan worden omgelegd. Zou jij nog verklaringen afleggen als je weet dat een man die jou dood wil verderop in de rechtszaal zit?”

Astrid laat een stilte vallen. „Hij heeft een prijs op mijn leven gezet. Soms denk ik dat het eerlijk zou zijn als ik een prijs op zijn hoofd zou mogen zetten. Dit is gewoon een geval van noodweer.” Weer valt er een stilte. „Weet je, ik ben advocaat. Ik gun mijn broer een eerlijke verdediging. Maar mijn broer? Willem speelt het spel alleen maar volgens zijn regels. Daarom wil ik zo graag op zitting tegen de rechtbank mijn verhaal vertellen. Dan kan iedereen alles vragen en heb ik alles gezegd. Als ik daarna word doodgeschoten kan niemand meer zeggen dat mijn verklaring niet voor het bewijs kan worden gebruikt.”