Column

Ge-wél-di-ge jaren, maar nu is ’t voorbij

Het wordt allemaal minder. Een nieuw rapport van het McKinsey Global Institute, een denktank die is gelieerd aan het gelijknamige adviesbureau, waarschuwt u. Rendementen uit het verleden zijn écht geen garantie voor de toekomst.

Beleggers moeten de komende twintig jaar rekening houden met aanzienlijk minder rendement dan zij tussen 1985 en 2014 hebben genoten. Met alle gevolgen van dien.

In de laatste drie decennia maakten beleggers op Amerikaanse en Europese aandelen jaarlijks 7,9 procent rendement (koerswinsten plus dividend). Het McKinsey Global Institute raamt voor de komende twintig jaar heel wat minder: 4,5 tot 6 procent. Europese obligaties leverden jaarlijks 5,9 procent op, Amerikaanse obligaties 5 procent. Maar dat kunnen geldbeheerders vergeten. Ga voor de komende twintig jaar maar uit van 0 tot 2 procent.

Waarom ging het zó lang zó goed? De inflatie die eind jaren zeventig van de vorige eeuw in de dubbele cijfers liep, is uit de economie gewrongen. Mede daardoor is de rente dramatisch gedaald. Obligaties reageren daar op: als de rente daalt, stijgen de koersen. De rentedaling gaf tevens bedrijfswinsten een impuls, dus ook aandelenkoersen. Verder hebben hele continenten en hun groeiende middenklassen zich in deze periode aangesloten bij de wereldeconomie. En bedrijven wisten, mede dankzij afbrokkelende vakbondsmacht, hun winstmarges te verbeteren.

Dus ondanks een beurskrach in 1987, de internetzeepbel (2001-2003) en de kredietcrisis (2008) waren dit drie gouden decennia voor aandelen- én obligatiebeleggers.

En nu? Het McKinsey Institute redeneert dat de meeste bovenstaande trends voorbij zijn. De rente is bijna nul. Rendementen op staatsleningen zijn en masse negatief geworden. Werknemers eisen en krijgen soms al weer hogere lonen. Winsten zullen onder druk komen en nog meer sectoren zullen nog intensiever ontregeld worden door nieuwe technologie en nieuwe concurrenten.

Dat klinkt stuk voor stuk plausibel en dat is meteen ook het manco. Sinds de kredietcrisis is er zoveel gebeurd dat eerder ondenkbaar was (nationalisaties van banken, permanente Europese crisissfeer, landverhuizingen, opmars van flankpartijen) dat plausibiliteit niet meer een voldoende criterium is om een economisch scenario à la McKinsey Institute te toetsen. Maar verlaagde verwachtingen zijn wel de tijdgeest. De gegroeide ongelijkheden (inkomen, vermogen, kansen in het onderwijs) maken een deel van de burgers moedeloos: zo wordt een dubbeltje nooit een kwartje. En zij maken de middenklasse bang: hun kinderen zullen het niet zo goed krijgen als zij.

De consequenties, zoals het McKinsey Institute die schetst, zijn ook tamelijk onheilspellend. Iedereen die zelf of via een verzekeraar of pensioenfonds voor z’n oude dag geld opzijzet, wordt geconfronteerd met die lagere rendementen. Wie als 30-jarige werknemer jaarlijks 2 procentpunt minder rendement maakt (5,9 procent rendement op aandelen in plaats van 7,9 procent) moet volgens de denktank voor een vergelijkbaar pensioen zeven jaar langer werken of zijn huidige besparingen verdubbelen.

Toch heeft de verlaagde verwachting een gouden randje. Je kunt het rapport ook lezen als het begin van het einde van de zogeheten financiële economie. De economie waarin geld met geld verdienen dominant was en excessieve risico’s in financiële handel de snelste weg waren naar een vette bonus. Ook dat wordt allemaal minder.

Het waren dertig ge-wél-di-ge jaren. Adieu Beursplein, welkom werkeconomie.