Filmmaker Louis van Gasteren (93) overleden

Hij was actief in de filmindustrie, maar ook als kunstenaar en als uitgever van boeken.

Filmmaker Louis van Gasteren overleed op 93-jarige leeftijd. Foto: David van Dam / NRC

Filmregisseur en filmproducent Louis van Gasteren is op 93-jarige leeftijd overleden. Dat maakte zijn familie dinsdag bekend. Van Gasteren was lange tijd ziek.

Van Gasteren was actief in de filmindustrie, maar was ook uitgever van boeken, richtte productiebedrijven op en was kunstenaar. Zo maakte hij “De wortels van de stad” in het metrostation Nieuwmarkt te Amsterdam. Ook was hij betrokken bij een plan voor de inrichting van het eiland Neeltje Jans.

In 1952 produceerde hij zijn eerste film: Bruin Goud, over cacao en chocolade. In de jaren 2005 en 2006 kwam een vierdelige serie uit over de executie van burgers uit Roermond in 1944, met de titel Het verdriet van Roermond.

Van Gasteren kreeg veel onderscheidingen, waaronder twee Gouden Kalveren en een oeuvre-Kalf in 2002, en de Zilveren Anjer van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Zijn eerste Gouden Kalf kreeg hij voor het portret dat hij maakte van Hans van Sweeden, een jonge getalenteerde componist die in 1963 zelfmoord pleegde. Zijn tweede Gouden Kalf kreeg hij voor de documentaire De prijs van overleven.

Omstreden

Van Gasteren was ook omstreden: in 1943 doodde hij de Duits-joodse onderduiker Walter Oettinger, omdat hij een gevaar zou zijn geweest voor hemzelf en anderen binnen het verzet. Hiervoor werd hij in 1944 tot vier jaar cel veroordeeld, maar hij kreeg in 1946 op aandringen van ‘de Grote Adviescommissie der Illegaliteit’ gratie omdat het ombrengen van de onderduiker een verzetsdaad was geweest.

Twee hoogleraren filmwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) wilden de cineast voordragen voor een eredoctoraat wegens zijn “minutieus uitgezochte studies op film” die voor de recente Nederlandse geschiedenis van “evident belang” zijn geweest, maar daar stak de UvA een stokje voor. Volgens de vrouw van Van Gasteren wilde de UvA “de vingers niet branden aan de zaak”.