Don Giovanni als junk in een bushokje

In het vindingrijke Don Giovanni volgen passie, pijn en peuken elkaar op.

De bezetting van Don Giovanni is sterk, metChristopher Maltman als Don en Véronique Gens als libideus geplaagde Elvira. Foto Marco Borggreve

Vaak zitten er meer jaren tussen twee Amsterdamse producties van één opera. Maar de vorige, tussen bedden gesitueerde Don Giovanni (2006) was een flop, dus de ‘opera der opera’s’ verdiende snel beter. DNO koos voor zekerheid; de productie die voor deze maand werd ingekocht was eerder succesvol in Salzburg (2008) en Berlijn (2012).

En met reden. De regie van Claus Guth is slim, duister en perfectionistisch in de timing en uitwerking van de personenregie. Het concept berust op twee pijlers. Eén: Don Giovanni wordt ook zelf meteen dodelijk getroffen in het vuurgevecht met de Commendatore. Een bloedende buikwond en de slagschaduw van de dood geven zijn manische vrouwenjacht extra reliëf. Dat hij en knecht Leporello zich daarbij regelmatig een shotje inspuiten, is een geloofwaardige extra actualisatie. Waarom zou zo’n fatalistische roeszoeker anno nu geen junk zijn?

De tweede pijler is het realistische decor van Christian Schmidt: een roterend sprookjesbos waar het goed minnekozen, verstoppen en besluipen is, en waar Leporello zijn catalogusaria zingt bij de dienstregeling in een bushokje: Kijk mevrouw, in ieder stadje een ander schatje!

Aan actuele vondsten geen gebrek. Hoe Don Elvira in datzelfde bushokje een klont kauwgum van het bankje wipt met een tak: hilarisch. Donna Anna kettingrokend in een auto: treffend. Nadeel van het eenheidsdecor is dat alle scènes zich in schemerduister afspelen, waar de partituur fonkelt van contrasten in kleur.

Zo zijn er meer punten waarop je het concept zou kunnen afrekenen. Dat Don Giovanni niet de hel in wordt gesleurd, maar ter aarde geduwd. En blikbier in plaats van wijn? Deze Don is van wel erg gedegenereerde adel. Zijn wond geeft hem iets lief-kwetsbaars, wat wringt met de moraal. Maar op uitvoering en vindingrijkheid van het concept valt niets af te dingen.

De bezetting is sterk, met Christopher Maltman als kleurrijke, soevereine Don, Adrian Sampetrean als rijkgeschakeerde, stuiterige Leporello en Véronique Gens als prachtige, deerniswekkend libideus geplaagde Elvira. Sally Matthews is een rijp klinkende Donna Anna.

Marc Albrecht dirigeert met vaart en adem, maar er zijn plekken waarop je verlangt naar meer van de duisternis die op het podium dominant is. Nu is Albrechts aanpak vooral galant. Don Giovanni zou hem dankbaar zijn. Maar met meer drama schuurt een zedenschets scherper.