Deze keer wint de favoriet wél

De gedoodverfde winnaar, Connie Palmen, wint de Libris Literatuurprijs. „Ik was even bang dat het zou gaan zoals bij Ajax - PSV.”

Connie Palmen, winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2016, bij de uitreiking in het Amstel Hotel in Amsterdam, maandagavond. Foto Maarten Hartman

„Ik kom uit een ongeletterd milieu. Dan is de weg naar een gelegenheid als deze langer. Als ik schrijf is de ene zin waar en de volgende niet. Maar ik ken die wereld en heel veel van jullie niet.” Het statement van de genomineerde schrijver Alex Boogers, tijdens een interviewtje tussen de zalm en de eend, was een van de hoogtepunten van de uitreiking van de Libris Literatuurprijs maandagavond.

Maar het laatste stukje van de lange weg naar de cheque van 50.000 euro was niet voor Boogers weggelegd. De prijs ging naar Connie Palmen voor Jij zegt het, haar roman over Ted Hughes en Sylvia Plath, waarin volgens de jury een roman „verlangen en gemis, liefde en dood een huiveringwekkend verbond zijn aangegaan.” Palmen was vooraf algemeen aangeduid als favoriet – met P.F. Thomése (De onderwaterzwemmer) als belangrijkste outsider. Zowel Palmen als Thomése verwezen vooraf naar het lot van Ajax, dat zondag net geen kampioen van Nederland werd.

Tijdens borrel en diner had Palmen haar gezelschap veelvuldig op de hoogte gehouden van de staat van haar zenuwen. „Ik ben twee weken chagrijnig geweest in de aanloop tot deze prijs”, zei ze aan het begin van de avond, „nu gaat het wel. Ik realiseer me wel dat gedoodverfd écht een woord is. En dat er dood in zit.” Drie kwartier voor de bekendmaking giechelde Palmen: „Ik vind het zo zielig voor de anderen dat ik nu niet zenuwachtig meer ben.” Desalniettemin zat de schrijfster bij het slotapplaus voor de zes genomineerden (verder waren dat Inge Schilperoord, Joke van Leeuwen en Thomas Verbogt) ineens op de wc. Tijdens de lange aanloop naar het Uur U – er werd op schermen in de zaal een kwartier Nieuwsuur vertoornd – hield Palmens uitgever Mai Spijkers haar hand vast. De camera’s richtten zich op de favoriet en draaiden niet meer weg toen juryvoorzitter Dick Benschop de winnaar aankondigde. Bij de bekendmaking van de shortlist had de jury al geschreven: „Jij zegt het is niet alleen het tragische en ontroerende verhaal van een beroemde liefdesdood. Het is ook een roman waarin op het genre van de biografie, het beschrijven van andermans leven – de schoonheid en de vuige kanten – messcherp wordt gereflecteerd. Palmen wordt niet meegesleurd door de modderstroom van roddels en clichés. Integendeel: zij heeft de liefde tussen Hughes en Plath wakker gekust.”

Nadat minister Jet Bussemaker de schrijfster de bij de prijs horende bronzen legpenning had uitgereikt, werd Palmen door de verzamelde pers belaagd. „Ik vreesde dat het zou worden zoals bij Ajax – PSV, maar dat is gelukkig niet gebeurd.” Ze vergeleek de bekroning van Jij zegt het met de AKO Literatuurprijs, die ze eenentwintig jaar geleden kreeg voor De vriendschap. „Ik ben niet meer zo ingenue als toen ik vijfentwintig jaar geleden De wetten schreef en ook niet meer zo naïef als ten tijde van De vriendschap. Het is het boek van een gerijpt schrijver.”

Intussen liep uitgever Mai Spijkers grijnzend door de gangen van het Amstel Hotel met zijn telefoon aan zijn oor: „Ik laat er nu dertigduizend exemplaren bijdrukken: begin volgende week zijn die er allemaal.” Tot nu toe zijn er zestigduizend exemplaren van Jij zegt het verkocht. Palmen verklaarde nu acht jaar over haar volgende roman te gaan doen. Dat was voor haar gezelschap reden om herinneringen op te halen aan het plotselinge moment waarop ze twee jaar geleden vanuit Frankrijk had opgebeld omdat ze onmiddellijk boeken over Plath en Hughes nodig had. Amper een jaar later leverde ze het manuscript van Jij zegt het in.