Bij de Bij wint het vrije woord

Schelden doet geen zeer, zeiden moeders vroeger. Maar daar vergisten ze zich in. Het doet wel pijn. Het kan je wezenlijk raken en voor je het weet sta je met een steen in je hand. Maar die moet je dan weer neerleggen. Dat is gelukkig gebeurd, in de vergadering van zo’n veertig schrijvers die hun werk publiceren bij en zich verbonden voelen met uitgeverij De Bezige Bij.

Aanleiding voor de herrie was het contract dat De Bezige Bij gaf aan Dyab Abou Jahjah, activist, provocateur, fel antizionist. Een aantal auteurs, onder wie Leon de Winter en Jessica Durlacher, dreigde de uitgeverij te verlaten. Zij vonden dat het binnenhalen van Jahjah onverenigbaar met de identiteit van een uitgeverij die in het oorlogsjaar 1944 illegaal werd opgericht.

Hun gevoelens zijn begrijpelijk maar hun dreigement is niet te billijken. Een schrijver buitensluiten is een slecht idee. Dreigen met opstappen is een zwaktebod en uiteindelijk destructief.

Had De Bezige Bij, die dus al had besloten dat Abou Jahja wel degelijk binnen het fonds past, gehoor gegeven aan de druk van zijn schrijvers en het contract met hem verscheurd, dan waren die schrijvers in vreemd parket terecht gekomen. Ze waren dan, om de woorden van de illustere Groucho Marx te parafraseren, lid geweest van een club waarvan je geen lid wilt zijn als mensen zoals jijzelf er lid van kunnen worden. Een schrijver buitensluiten via intimidatie van diens broodheer, wat een uitgeverij immers is, is onmogelijk voor wie het principe van het vrije woord erkent en aanhangt. En dat doet elke schrijver.

Verlaat de schrijver dat principe dan verwurgt hij zichzelf. Want dan moet hij consequent zijn. Zo was Abou Jahjah gisteravond te gast bij Pauw. De talkshow gaf hem de ruimte om zich uit te spreken. Voor de schrijver die De Bezige Bij om diezelfde reden tot contractbreuk had gedwongen, zou Pauw dan óók besmet gebied geworden zijn. Die schrijver zou in dat geval nooit meer aan kunnen schuiven, zelfs niet als hij de Librisprijs had gewonnen.

Onverdraaglijke teksten vragen om weerwoord. In dat geval kiest een schrijver het wapen dat hem ligt: de pen.

De bezorgde schrijvers hadden hun uitgever niet hoeven bedreigen. Zij kunnen Abou Jahjah en zijn geschriften bestrijden via hun talent. En dat deden ze, ook op de opiniepagina’s van deze krant. Het ging er over en weer grof aan toe. Zo grof dat NRC’s ombudsman zich geroepen voelde zich erover uit te spreken in zijn wekelijkse rubriek. Beledigen is een kunst. Ook hier weet Groucho Marx raad: „Ik vergeet nooit een gezicht. Maar voor jou maak ik een uitzondering.”