Arme kinderen ontbijten niet, maar hebben wel een mobieltje

De armoede onder kinderen neemt toe. Rotterdam heeft de meeste arme kinderen.

10 procent van de ouders gaat naar de voedselbank, schat een schooldirecteur.

De wijk Feijenoord in Rotterdam, een van de wijken met de meeste armen. Foto Robin Utrecht

Over wat armoede is, kun je twisten. Maar 200 euro per maand voor eten en verzorging van een gezin van drie is een hard bestaan. Dat bedrag heeft Marina (30) in de Rotterdamse wijk Feijenoord voor haarzelf, haar man en haar 6-jarige zoon. De rest gaat naar de schuldhulpverlening, die hen nog twee jaar op dat strakke rantsoen houdt. Kwijtschelden is er niet bij.

Haar zoontje gaat voor, zegt ze, maar breed heeft die het ook niet. Volgens een gisteren uitgekomen CBS-onderzoek loopt 12 procent van de kinderen risico op armoede omdat de ouders beneden de lage inkomensgrens zitten. En die is voor een echtpaar met één kind 1.710 euro netto per maand.

Hoe komt Marina aan haar schuld? „Ik moest mijn zorgverzekering betalen”, zegt ze. „Als je niks hebt, doe je dat niet en bouw je een schuld op. Dan moet je kiezen tussen je huur of je energierekening.”

Maar kan Marina dat wel allemaal betalen als de schuld eenmaal is afgelost? „Ja”, zegt ze. Het is namelijk duur om schulden te hebben. „Op een gegeven moment moest ik telkens 100 euro betalen voor de deurwaarder en dan gaat het snel”, zegt ze. Ze heeft nu ook meer financieel inzicht. Want als vrijwilligster hielp ze anderen met hun schulden in wijkcentrum Irene, midden in de gerenoveerde volkswijk Bloemhof. De gemeente Rotterdam zet bijstandsgerechtigden aan tot vrijwilligerswerk als tegenprestatie. Woensdag doet Marina altijd inkopen op de Afrikaandermarkt en in de supermarkt. „De laatste twee dagen is dan de koelkast leeg”, zegt Marina. Dan kan ze haar zoontje naast zijn brood geen fruit meer meegeven naar school. Eigenlijk moet dat wel elke dag van de juf.

En toen was ze zwanger

Marina is armoede van huis uit gewend, want vanaf haar elfde stond haar moeder er alleen voor. Marina is opgeleid tot dierenverzorgster, maar met haar overgewicht heeft ze weinig kans om in een dierentuin te worden aangenomen, zegt ze. Zes jaar geleden woonde ze op een kamer en ontdekte ze dat ze zwanger was. Toen ze een uitkering en een urgentieverklaring voor een huis aanvroeg, vroeg de sociale dienst of ze met haar partner kon samenwonen.

Het risico op armoede is in 2014 nauwelijks gestegen, volgens het CBS, en er wordt zelfs een lichte daling verwacht voor 2015 en 2016. Maar het aantal kinderen met kans op armoede is sinds 2010 na een tijdelijke daling wel toegenomen, vooral in Zuid-Holland. Feijenoord en de Afrikaanderwijk in Rotterdam behoren tot de armste gebieden van het land. Er wonen veel groepen van niet-westerse afkomst, zoals Turken en Marokkanen, van wie een op de drie kinderen in armoede opgroeit. Getto’s zijn Feijenoord en de Afrikaanderwijk niet, want Volkshuisvesting heeft er zijn best gedaan. Maar vaak kan achter die opgeknapte of nieuw gebouwde gevels de rekening niet worden betaald. Daar is veel schaamte over, daarom wil Marina haar achternaam niet zeggen.

Geld voor een ijsje

Er zijn wel verschillen in armoede. Mevrouw Dinz, die met vier andere vrouwen van Turkse afkomst in de speeltuin van het Afrikaanderplein aan een tafel achter kaaskoekjes en zonnepitten zit, houdt met haar man zo’n 1.800 euro per maand over aan hun cadeauwinkel, zegt ze. Daar betaalt ze alles van. Ze heeft drie kinderen, van wie één zoon met bijbaan aan het hbo studeert. Hun gezin leeft onder de lage-inkomensgrens van 2.100 euro netto per maand, maar Dinz heeft geen recht op allerlei subsidies die voor bijstandsgerechtigden bestaan. Verhuizen kan ze alleen als ze koopt. Statistisch behoren Dinz en haar man tot de werkende armen. De concurrentie tussen winkels is hard, de winkelomzetten dalen. „Maar”, zegt ze, „als we een maand even wat meer nodig hebben, kunnen we een keer 2.000 euro opnemen”. Haar dochter krijgt geld voor een ijsje. „Veel anderen kunnen dat niet betalen”, zegt ze bijna trots.

In de Da Costa-basisschool, bij het Afrikaanderplein, waar bijna alle kinderen moslim zijn, is de armoede merkbaar aan het kleine aantal ouders met auto. Veel kinderen hebben niet eens een fiets. Zwemles krijgen ze op school en als het diploma niet wordt gehaald, is er nog een gratis vangnetcursus van een aantal dagen, zegt schooldirecteur P. Poot. Ze schat dat 10 procent van de ouders naar de voedselbank gaat. Uit het feit dat steeds minder ouders het jaarlijkse schoolgeld van 50 euro voor feesten, schoolreis en studieweek kunnen betalen, maakt ze op dat de armoede toeneemt. Ze dragen ook vaak dezelfde kleding. Dat veel kinderen niet ontbijten voor school, heeft volgens haar slechts deels met armoede te maken. „Er wordt nu gewoon minder ontbeten”, zegt Poot. Kinderen zakken vaak na het eerste lesuur in en dan hebben onderwijzers een koek of een boterham voor hen klaar.

De ouders koken wel. „Als je ziet wat door ouders bij schoolfeesten naar binnen wordt gedragen, heb je voor drie scholen genoeg”, zegt ze. De kinderen hebben wel bijna allemaal mobiele telefoon. De eisen aan wat nodig is, zijn hoger geworden. „Mensen maken zo hun keuzes.”