Angélica Liddell koppelt Bach aan Blondie

De fluwelen draperieën die over de vloer golven zijn hartenbloedrood. Een goud geverfde naakte man met lang haar, sacraal als een Christusfiguur, speelt met een wit gekleed meisje een stil spel van liefde en overgave. Tegen de achterwand blikt Titiaans gloedwarme Venus van Urbino (1538) op het tafereel neer. Dit onomwonden erotische schilderij contrasteert met de duisterheid van de nieuwste voorstelling van de Catalaanse performancekunstenares Angélica Liddell.

De drievoudige titel onthult haar inzet: Primera Carta de San Pablo a los Corintios. Cantata BWV 4, Christ lag in Todesbanden. Oh, Charles! Ofwel: de Eerste Brief van Paulus aan de Korintiërs gaat met de vierde Bachcantate én hippiecrimineel Charles Manson een sinister en bij vlagen fascinerend verbond aan.

De voorstelling is als een katholiek ritueel, waarin vleselijke en geestelijke overgave gelijk zijn. Liddell provoceert wanneer ze de woorden over de ultieme liefde („Had ik de liefde niet...”) uit de Paulusbrief verbindt met haar lustbeleving met een crucifix. Met bloed tekent ze een hart op een wit doek. Een schitterend beeld.

Gekleed in een hooggesloten fluwelen jurk met de naakte Venus boven haar, provoceert ze nogmaals door in een gillend staccato liefde uit te drukken als een oerkreet. Plots denderen reusachtige balken neer die zowel fungeren als fallussymbolen als Christus’ kruishout. En nauwelijks is de Bachcantate verklonken of de gejaagde stem van punkzangeres Blondie bezingt de wanhoop die gepaard gaat met liefde. Bach en Blondie: onder het mom van dood en liefde kan het allemaal.

Met haar energie sleept Liddell de toeschouwer mee en met diezelfde energie duwt ze hem van zich af. Het woord subtiliteit zal haar een vloek zijn, toch had minder opzichtige symboliek Primera Carta de San Pablo a los Corintios beter gemaakt.