Afzettingsprocedure Rousseff gaat alsnog door

Na maandag plotseling de procedure te hebben stopgezet, laat de voorzitter van het Lagerhuis dinsdagochtend weten “van mening te zijn veranderd”.

Tegenstanders van de Braziliaanse president Dilma Rousseff protesteren in de hoofdstad Brasilia. Op hun spandoek staat: "Senaat, ga door met de afzettingsprocedure". Foito: Andressa Anholete / AFP Photo

Na een nacht van totale verwarring over de voortgang van de afzettingsprocedure tegen de Braziliaanse president Dilma Rousseff, blijkt deze alsnog voortgezet te worden in de Senaat. Dat meldt persbureau AFP. Na een nacht van verhit overleg kwam Lagerhuisvoorzitter Waldir Maranhão dinsdagochtend vroeg (lokale tijd) met een korte verklaring, waarin hij aangaf “van mening te zijn veranderd”.

In de nacht van maandag op dinsdag ontstond grote onduidelijkheid over het al dan niet voortzetten van de procedure in de Senaat. Volgens Lagerhuisvoorzitter Maranhão was de stemming op 17 april, waarbij een overgrote meerderheid voor de procedure stemde, niet conform de regels gegaan. Hij verklaarde de stemming in zijn Lagerhuis daarom als ongeldig.

Deze nietigverklaring kwam als een totale verrassing voor de Braziliaanse politiek. Senaatsvoorzitter Renan Calheiros legde de nietigverklaring naast zich neer en stelde door te zullen gaan met de procedure.

Tegenstander Rousseff geschorst

Maranhão heeft het stokje overgenomen van voormalig parlementsvoorzitter Eduardo Cunha, een gezworen vijand van Rousseff en de grote aanjager van de afzettingsprocedure tegen haar. Cunha werd vorige week geschorst op verdenking van het witwassen van tientallen miljoenen dollars in verband met Operatie Lava Jato (Wasstraat); het omvangrijke corruptieschandaal rondom het semi-staatsoliebedrijf Petrobras.

President Dilma Rousseff wordt ervan verdacht gesjoemeld te hebben met overheidsgelden en zo een vertekend beeld te hebben gegeven van de financiële situatie in Brazilië aan de vooravond van haar herverkiezing in 2014. Daarnaast ligt ook zij onder vuur vanwege vermeende betrokkenheid bij het corruptieschandaal rond Petrobras.