‘Zonder haarstuk is het koud, hoor’

Leny van Zundert (55) verloor haar haar door chemotherapie, maar de pruik die ze toen kreeg, heeft ze nooit gedragen. Nu maakt ze zelf haarwerk voor vrouwen die hun haar verliezen.

Haar vader zei: je lijkt wel een boerin, met die pruik op je hoofd. En al was haar vader ‘licht dementerend’, die opmerking deed zo veel pijn, dat Leny van Zundert besloot de pruik terug te doen in de doos om hem vervolgens nooit te dragen.

In de winkel waar ze de pruik had gekocht, was ze zelf ook niet tevreden geweest, maar ze had niet de energie gehad om dat te zeggen. „Je hebt net de diagnose borstkanker gekregen en je wereld staat op zijn kop. Ik had met de pruik ingestemd, dus klaar, dat was het.”

Het was 2004, en de toen 44-jarige Leny van Zundert uit Etten-Leur dacht: dit moet anders kunnen. Zij kocht een haarnetje en sloeg aan het haken. Dreadlocks van echt haar, in de kleuren bruin, zwart, wit, camel. Ze knoopte ze in het mutsje en maakte er een band omheen. „Als ik een geel T-shirt droeg, deed ik er een paar gele strengen tussen. Het ging om mijn image, daar was ik heel erg mee bezig. Ik droeg lange oorbellen en een beetje een hip kapsel hoorde bij mij.” Het bleken de eerste stappen naar het vak dat zij nu beoefent.

De chemokuren en de bestralingen waren in volle gang toen Leny van Zundert begon aan het theoretische gedeelte van het kappersvak – haar dochter deed die opleiding, dus de boeken waren in huis. Het praktijkjaar volgde zij in Rotterdam. Het diploma was bijna binnen, alleen de stage nog.

In 2008 stapte ze de winkel in Breda binnen waar ze vier jaar eerder haar eigen (nooit gedragen) pruik had gekocht en zei tegen de eigenares: „Ik wil hier graag stage lopen en je hoeft me niet te betalen.” Het toeval wilde dat Suuz, zo heette de eigenares van Francy Haarboetiek, juist naar een opvolger zocht. Leny van Zundert: „Ik was ook wel benieuwd hoe zij te werk ging. Eerst leren, dan pas oordelen, had ik me voorgenomen.” Nog geen jaar later kreeg ze de verantwoordelijkheid voor de winkel.

Ze heeft nooit tegen Suuz gezegd dat zij haar eigen pruik nooit meer had willen dragen. „Dat was niet nodig, ze was als een moeder voor mij, en ik zag hoe zorgvuldig zij werkte. Ik ben het wel anders gaan doen – ik kijk naar de vrouw van top tot teen en vraag net zo lang door totdat ik denk te weten welk haarwerk bij de vrouw past.”

Knoopt zij nog pruiken? „Ik heb het wel geleerd, maar we doen het niet meer zelf omdat het te tijdrovend is.” In één pruik zit minimaal 40 uur knoopwerk, een werkweek dus. In Nederland wordt alleen nog geknoopt voor reparaties. Wel worden hier nog mallen gemaakt van hoofden, die vervolgens naar een fabriek in de Filippijnen gaan. Daar worden de maatwerkpruiken gemaakt door de haren stuk voor stuk in een namaakhuidje te knopen.

Pruiken van synthetisch haar worden geknoopt in fabrieken in Thailand en Laos, maar er worden ook pruiken machinaal gemaakt. Van een basispruik maakt Van Zundert precies het kapsel na van de vrouw die zij voor zich heeft.

In de ontvangstruimte staat een mahoniehouten kast van bijna drie meter hoog. In die kast „wachten zo’n dertig pruiken op haaruitval”. Die zijn al uitgekozen door vrouwen die de diagnose borstkanker hebben gekregen en de chemotherapie nog moeten ondergaan. Want borstkanker + chemo = haaruitval. In de meeste gevallen, voegt ze eraan toe. De vrouwen komen voordat de chemotherapie is begonnen, zodat Van Zundert hun originele haar kan zien.

De pruiken wachten op het moment dat de vrouw het haar verliest – het ligt opeens op het kussensloop, of in het doucheputje, of het waait gewoon van je hoofd tijdens het fietsen. Van Zundert: „Dat is een schok. Help, mijn haar valt uit. Nu moet ik aan de pruik.”

Iedere pruik ligt in een eigen doos, waarop de naam en de gegevens van de toekomstige eigenares staan en de datum waarop de chemokuur begint. Soms liggen de pruiken maanden in de kast – er bestaan chemokuren waarbij het haar langzamer of niet uitvalt. In het magazijn liggen 500 pruiken op voorraad. Klanten – niet alleen kankerpatiënten, ook mensen met alopecia (haaruitval) – betalen de pruik pas als hij wordt opgehaald. Alles zo laagdrempelig mogelijk, geen verplichting.

Als de pruik eenmaal nodig is, begint het werk van Van Zundert. Zij maakt op de pruik de originele haardracht zo zorgvuldig mogelijk na, met krul, slag, scheiding. De kleur van de pruik is meestal één tint lichter dan het origineel, omdat de draagster door de kuur een blekere huid krijgt. Dan is de originele kleur te hard in het gezicht.

Ze spreekt liever van een haarwerk: een pruik staat voor carnaval

Van Zundert zegt dat zij het woord pruik eigenlijk niet gebruikt. Zij spreekt liever van een haarwerk: een pruik staat voor carnaval, een haarwerk is niet van echt te onderscheiden.

In de zaak gaat de bel – de winkeldeur zit altijd op slot, vanwege de privacy van de klanten – en een ouder echtpaar komt binnen. Zij komen op de bonnefooi vragen hoe dat gaat, een pruik kopen. Zij heeft een lichte kuur achter de rug waarbij het haar niet zou uitvallen, en nu is het na vijf weken toch begonnen

Bijna een uur lang zit het echtpaar aan tafel. Van Zundert neemt tijd voor de gevoelens van de vrouw die haar haar verliest. Ze zegt dat dat voelt als het verliezen van een stukje eigen identiteit, hoe heftig dat is, maar dat er ook mogelijkheden zijn om er leuk uit te zien. De vrouw luistert en ontspant.

Wat de mogelijkheden dan zijn, wil ze weten. Van Zundert vertelt over de keuze tussen echt haar en synthetisch, welk deel de verzekering vergoedt, wat te doen met een pluizige pruik (stomen), ermee slapen of liever niet. De kosten van een haarwerk liggen tussen de 700 en 1.500 euro, afhankelijk van lengte, bewerking en de kwaliteit van het haar. „We doen het stapje voor stapje.”

Heel belangrijk is het binnenwerk: „Mooi binnenwerk van nauwelijks zichtbare stof, zodat je niet opeens dikker haar hoeft te gebruiken om de hoofdhuid te verdoezelen. Het moet niet van echt te onderscheiden zijn.”

„Ik had wel dik haar”, wil de vrouw even benadrukken. Zij recht haar schouders. Van Zundert gaat naar achteren om enkele haarwerken te halen: „Geen Beatrix-kapsel, geen Shirley Temple-kapsel, maar nonchalant, een beetje kort.”

De vrouw knikt en zegt niet veel. Van Zundert praat aan één stuk door. Ze vraagt of de vrouw haar haar afgeschoren wil hebben (dan blijft het haarstuk beter zitten) of dat zij dat liever later beslist. „Ik ga er in ieder geval voor zorgen dat u er heel mooi uit gaat zien.”

„Als dat zou kunnen”, zegt de vrouw. En dan: „Ik wou het eerst met doekjes proberen, maar dat zie ik niet zitten.”

Leny: „Zonder haarstuk is het koud hoor, ook overdag. Van mij krijgt u ook een doekje voor in de nacht.”

„Een doekje voor het bloeden”, lacht de vrouw.

Het hoofd wordt opgemeten. Perfecte pruikenmaat. Zoals je hoedenhoofden hebt, bestaan er ook pruikenhoofden. Leny van Zundert stelt voor om de gekozen pruik in de juiste kleur op te vragen.

Sinds 2008 scheert Van Zundert gemiddeld drie keer per dag een vrouw kaal en het raakt haar nog steeds. „Zodra ik de tondeuse pak, gaat er een rilling door mij heen. Ik weet het nog precies: zolang je nog je eigen haar hebt, ziet niemand dat je kanker hebt. Als het er dan af is… Veel vrouwen krijgen de tranen in de ogen – ik stop als ik merk dat het te zwaar is.”

Iedere vrouw reageert anders als het blote hoofd een feit is. Sommigen zien het als een bevrijding: het haar is ziek, dus het mag er af. Oudere vrouwen kunnen heel geëmotioneerd raken omdat een kaal hoofd hen doet denken aan de Tweede Wereldoorlog.

Twee dagen later vertelt Leny van Zundert dat de vrouw die langskwam nu al rondloopt met haar nieuwe kapsel. Het haarwerk lag slechts één dag in de mahoniehouten kast. Haar eigen haar heeft zij gehouden.