Wie haalt België uit de knoop?

Al voor het terreur in Brussel op 22 maart werd België weggezet als ‘mislukte staat’. Sinds de jaren negentig praat niemand er meer met elkaar. Moet het land worden ‘ontsnipperd’?

Walen en Vlamingen hebben de Brusselse verkeerstunnels nodig. Maar de Brusselse regering, die ze beheert, geeft geen prioriteit aan onderhoud.

Het land moet „opnieuw worden opgebouwd”, klonk de oproep van Belgische opiniemakers daags na de aanslagen in Brussel in maart. Krijgen buitenlandse media, die het in gewesten en taalgemeenschappen opgedeelde België afschilderen als failed state, gelijk? Is de complexe bestuursstructuur van de hoofdstad – met zes nauwelijks met elkaar samenwerkende politiezones – onhoudbaar?

„Een brandbaar mengsel”, schreef socioloog Luc Huyse een week na de terreur die zijn land in rouw onderdompelde. Hij wil „een complete remake van de Belgische manier van samenleven”. Want anders? „Grote chaos lonkt, de terreuraanslagen bewijzen het.”

„Niet langer zwartepieten maar sleutelen aan een verrijzenis”, aldus De Morgen. „Reboot België”, kopte de krant.

Maar anderhalve maand later is het debat over de status van het land al weer verdwenen uit de media. Eén minister sneuvelde, vanwege een vernietigend rapport over de gebrekkige veiligheid op vliegveld Zaventem waarvan zij al ruim vóór de aanslagen op de hoogte was. Verdere politieke gevolgen bleven uit.

„België is een knoop en die haal je niet zomaar uit elkaar”, zegt oud-premier Mark Eyskens. Met de inmiddels overleden christen-democratische kopstukken Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene behoort Eyskens tot de generatie ‘loodgieters’ die in de jaren tachtig van België een federale staat maakten. Het resultaat verdiende geen schoonheidsprijs, geeft Eyskens toe. „Maar we moesten compromissen sluiten. We deden wat we konden.”

Onze schuld is het niet

Sinds 1993 zijn er op gewestelijk niveau drie regeringen (Vlaams, Waals en Brussels) en hebben de Franstalige en de Duitstalige gemeenschap ieder een regering. Daarboven moet een federale regering „de boel bij elkaar houden”. Is dat gedroomde model ontaard in een nachtmerrie?

Eyskens: „De aanslagen en de huidige sociaal-economische problemen hebben veel disfunctioneren aan het licht gebracht. Maar onze schuld is het niet. Wij gingen er destijds van uit dat de gewesten en de taalgemeenschappen met elkaar zouden blijven praten. Helaas is dat niet meer het geval.”

Te veel bevoegdheden zijn „versnipperd geraakt”, zegt Eyskens, die het betreurt hoe politici uit de verschillende gewesten „slechts hun eigen belangen” vertegenwoordigen. „In het federale parlement zitten geen Belgen, maar Walen, Vlamingen en Brusselaars. Dat wreekt zich als je op zoek moet naar gezamenlijk beleid ten aanzien van veiligheid, justitie, klimaat of buitenlandse handel.”

Pacten sluiten en compromisdemocratie „waren lange tijd de sleutelwoorden die het Belgische wonder bepaalden”, schrijft de Leuvense socioloog Huyse in de krant De Standaard. Maar het wonder is volgens hem uitgewerkt. De obsessie van politici met de spanningen tussen de gemeenschappen heeft geleid tot „de ontsporing”, aldus Huyse.

„Het land wordt nu geregeerd door separatisten”, zegt Eyskens, verwijzend naar de agenda van de Vlaams-nationalist Bart De Wever. Diens partij – N-VA, de grootste in zowel de Vlaamse als de federale regering – streeft naar een onafhankelijke staat Vlaanderen. Niet door een revolutie „maar door evolutie”, zegt De Wever over zijn werk in uitvoering.

‘Vernieling in uitvoering’ is volgens oud-premier Eyskens een betere omschrijving. Gaat het De Wever ooit lukken om de Belgische knoop van Eyskens’ loodgietersgeneratie door te hakken?

„De Wever is het zwaard van Damocles dat boven de politiek hangt”, zegt Eyskens. Om de huidige versnippering aan te pakken moet er volgens hem aan de grondwet worden gesleuteld. „Maar iedereen is als de dood om dat te doen. Want De Wever zou nieuwe staatshervormingen meteen aangrijpen om zijn separatistische agenda uit te voeren.”

Dat heeft volgens Eyskens een verlammende werking op de Belgische politiek. „Om de N-VA te stoppen moet de boodschap bij de volgende verkiezing dan ook zijn: mensen, de N-VA is het struikelblok op de weg naar verbetering van uw land.”

Volgens de Brusselse politicoloog Dave Sinardet verliest Eyskens de verantwoordelijkheid van zijn eigen christen-democratische partij (CD&V) uit het oog. „Zijn partij, aan Vlaamse zijde, en de socialistische PS in Wallonië hebben decennialang samen het land getrokken naar waar het nu is.” Ook CD&V is er volgens hem schuldig aan dat beleidsdossiers, „die juist een gezamenlijke, federale aanpak vergen”, werden overgeheveld naar de gewesten. Met dramatische gevolgen, zegt Sinardet, zoals de verwaarlozing van de Brusselse verkeerstunnels, die lijden onder betonrot. „Walen en Vlamingen gebruiken die tunnels om in de hoofdstad te komen. Maar de Brusselse regering is er de baas over. Als die zegt: ‘Fuck you, tunnelrenovatie, we hebben wel andere prioriteiten’. Dan staat de rest machteloos.”

Liever niet nóg een staatshervorming

Uit recent onderzoek van Sinardet blijkt dat er onder Belgische parlementariërs groeiende steun is voor ‘herfederalisering’: terugkeer naar een dominant federaal beleid. „Maar ik vrees dat daar in de praktijk niets van terechtkomt. Daarin heeft Eyskens gelijk: voor de N-VA is herfederalisering een taboe.”

De aanslagen vormen volgens Sinardet een keerpunt. „Dit is hét moment om het land opnieuw te tekenen, maar dan liever níét met een zoveelste staatshervorming. Die kostten de afgelopen jaren heel veel tijd en leverden vooral veel nieuwe politieke postjes op in een inmiddels ondoordringbaar ambtelijk woud.”

Hoe dan? Oud-premier Eyskens heeft een oplossing. „We moeten onze Senaat niet afschaffen, zoals de N-VA wil, maar er een Bondsraad naar Duits model van maken. Een raad die de belangenconflicten tussen de gewesten oplost.” Een strategie om de N-VA opzij te zetten heeft hij al bedacht. „Als die partij haar separatisme niet waarmaakt, loopt haar aanhang vanzelf over naar Filip Dewinters extreem-nationalistische Vlaams Belang, waarmee niemand wil samenwerken. Machiavelli zei het al: de vijanden van mijn vijand zijn mijn vrienden.”