Boeken

Waarom vergadert De Bezige Bij maandagmiddag over haar identiteit?

Schrijvers van De Bezige Bij praten over het boek dat Abou Jahjah voor die uitgeverij schrijft. Sommigen vinden hem te discriminerend of noemen hem een ‘antizionist’ en dreigen met vertrek als de publicatie van diens nieuwe boek doorgaat.

Dyab Abou Jahjah, de omstreden gewezen leider van de Arabisch Europese Liga (AEL), spreekt in 2014 tijdens een Pro-Palestina-demonstratie op de Dam. ANP KOEN VAN WEEL

Maandagmiddag vergadert De Schrijversvereniging De Bezige Bij over de identiteit van uitgeverij De Bezige Bij. Acht auteurs die bij deze uitgeverij hun boeken uitgeven hebben hierom gevraagd naar aanleiding van het in september te verschijnen essay Pleidooi voor radicalisering van Abou Jahjah, oprichter van de Arabische Europese Liga en nu columnist voor De Standaard.

In de brief van 21 april schreef Allard Schröder, voorzitter van De Schrijversvereniging De Bezige Bij, aan de leden het volgende:

“Zowel binnen de uitgeverij als in de buitenwereld is er de laatste twee weken onrust over de identiteit van De Bezige Bij. Van de zijde van een aantal leden van De Schrijversvereniging is daardoor de behoefte kenbaar gemaakt om van gedachten te wisselen met andere schrijvers van de uitgeverij. [...] Het rumoer en de vele discussies die nu in de buitenwereld gaande zijn lijken ons bij uitstek een aanleiding te vormen tot een gesprek, niet alleen over principes en fundamenten maar ook wat daarvan de consequenties zijn.”

Zonder dat de naam Abou Jahjah valt, verwijst de onrust naar het contract dat in februari werd getekend voor een uitgave in de Horzelreeks. Deze reeks is in het leven geroepen om een prikkelende essays aan de man te brengen. Abou Jahjah moet dat doen met Pleidooi voor radicalisering, dat in september uitkomt.

De reacties op de aankondiging van deze uitgave - een foto op Facebook met daarop Abou Jahjah, Katrijn van Hauwermeiren (hoofdredacteur De Bezige Bij Vlaamse literatuur) en uitgever Henk Pröpper – waren fel. Nadat bekend werd dat enkele auteurs wegens antizionistische uitspraken van Abou Jahjah uit het verleden overwegen over te stappen naar een andere uitgeverij, werd de uitgave landelijk nieuws.

Antizionist

Het begon met Theodor Holman, die in een column stelde dat een uitgeverij die opgericht was uit verzet tegen de nazi’s nu niet een “antizionist” kon binnenhalen, en met Leon de Winter, die zich afvroeg of ze bij de uitgeverij waar ook zijn boeken worden uitgegeven helemaal gek waren geworden. Hij werd in die vraag gesteund door Bezige Bij-auteurs Jessica Durlacher en Marcel Möring. Begin april legden ze in De Groene Amsterdammer uit waar hun ongenoegen zat.
Abou Jahjah, die zelf niet aan het woord was gekomen in het artikel van De Groene, twitterde op 7 april naar aanleiding van het interview met Durlacher en Möring:

Twitter avatar Aboujahjah Dyab Abou Jahjah Wat ik niet begrijp is wat al die “schrijvers” die de bezettende racistische apartheidstaat “Israel” steunen bij een verzetsuitgeverij doen.

Gevraagd naar een reactie op onder meer deze tweet zei Abou Jahjah tegen deze krant:

“Een uitgeverij is een bedrijf, geen politieke partij.”

Inmiddels hebben zowel Abou Jahjah, Marcel Möring als Leon de Winter zich geroerd op de opiniepagina’s van deze krant, en hebben ook anderen buiten de uitgeverij hun mening gegeven, waarbij die van Ilja Leonard Pfeijffer zelfs een kwestie werd voor de ombudsman van NRC.

Vlaanderen

Het opvallendst aan het geheel is dat Nederland en Vlaanderen in de kwestie tegenover elkaar lijken te staan. Naast de al eerder genoemde auteurs, liet ook Paul Scheffer – een van de initiatiefnemers van de bijeenkomst van vanmiddag – vorige week in het Vlaamse blad De Knack weten:

‘De meesten bij De Bezige Bij vinden het vanzelfsprekend dat wij geen boek uitgeven van Martin Bosma, een denker van de PVV, die zegt dat moslims onze identiteit ondermijnen. Dan hoort het omgekeerde discours evenmin bij De Bezige Bij thuis. Abou Jahjah schrijft namelijk dat de samenleving via een assimilatiestreven bezig is de identiteit van de moslimgemeenschap te vernietigen. Ik heb vaak genoeg met Abou Jahjah gepraat. Ik vind dat hij een interessante rol speelt in Vlaanderen en dat zijn standpunten volkomen legitiem zijn. Persoonlijk kan ik goed met hem overweg, maar je moet rekening houden met de geschiedenis van De Bezige Bij als verzetsuitgeverij, met een grote gevoeligheid voor de ondergang van de Joodse gemeenschap in Nederland.’

Scheffer is overigens niet van plan bij De Bezige Bij te vertrekken wanneer het tot een uitgave van Abou Jahjah komt: ‘Ik ga uiteindelijk niet op de stoel van de redactie of directie zitten. Ik hoop dat ze naar het gesprek in de schrijversvereniging luisteren en dan hun afweging maken. Hoe die ook verder uitvalt, ik blijf zeker.’

Voorstanders

Stefan Hertmans, David Van Reybrouck en Erwin Mortier, Vlaamse auteurs (en alle drie winnaars van de AKO Literatuurprijs) die ook door de Bezige Bij worden uitgegeven, zijn voorstander van een uitgave van Abou Jahjah. Hertmans zei dit weekend in De Standaard:

“De Bezige Bij heeft een traditie hoog te houden wat betreft het vrijwaren van het vrije woord. Dat moet vandaag binnen een geactualiseerd denkkader.”

Ook Mortier meent dat het niet logisch is dat er bij voorbaat eisen worden gesteld over wat er wel en niet bij De Bezige Bij mag verschijnen. Anderhalf jaar geleden werd de aparte uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen ingelijfd bij de Nederlandse Bezige Bij. Vóór die fusie zou Abou Jahjah’s werk waarschijnlijk zijn uitgebracht bij De Bezige Bij Antwerpen. Of het gesprek vanmiddag een voorbeeld kan zijn over de vraag hoe een debat over antisemitisme en islamofobie gevoerd moet worden, is afwachten.