‘Tom in het roze doet iets extra’s voor het wielrennen’

Nederlands wielrennen Nederlandse renners vieren weer successen, zoals Tom Dumoulin en onlangs Wout Poels. Gaat het weer goed met het wielrennen?

Tom Dumoulin in de roze trui bij de start van de derde etappe van de Ronde van Italië in Nijmegen. Foto ANP / Bas Czerwinski

Als Tom Dumoulin zondagochtend in Nijmegen uit de teambus stapt komt een menigte van honderden in beweging. „Tom, Tom, Tooom!”, klinkt het uit de kelen van jongetjes die hun held bijna kunnen aanraken. Wielervaders uit de tijd van Joop Zoetemelk zijn de oud-winnaar van de Tour en de Vuelta definitief vergeten. Want historie speelt zich af voor hun neus. Dumoulin krabbelt geamuseerd zijn paraaf op wielershirtjes, op de roze romper van een baby, maar wordt voortdurend geschaduwd door mensen van zijn ploeg. Hij zou de start niet eens halen als hij alleen zou worden gelaten.

Alles klopt deze dagen. Goed, de Giro is de Tour niet, maar begin daar niet over in Gelderland. In het kielzog van Dumoulin pakte plaatselijke held Maarten Tjallingii, dicht bij huis, op de Posbank de bergtrui. Het zegt iets over het niveau van het Nederlandse wielrennen, want na de zege van Wout Poels in de erbarmelijke uitgave van Luik-Bastenaken-Luik, twee weken geleden, is het alsof er een nieuwe bloeiperiode is aangebroken.

In de breedte klopt dat ook wel, zegt Thorwald Veneberg, technisch directeur van wielerbond KNWU. „Voorheen had je Michael Boogerd, Erik Dekker, Steven de Jongh – ronderenners en klassiekerspecialisten. Die hebben we nog steeds met Dumoulin, Steven Kruijswijk, Robert Gesink, Bauke Mollema, en voor de klassiekers Lars Boom en Niki Terpstra. Maar nu is er ook een lichting met wat we tot nu toe misten: talentvolle sprinters. Danny van Poppel, Moreno Hofland en Dylan Groenewegen komen eraan. Ze hebben alleen nog wat tijd nodig.”

Net zoals de recente successen van Poels en Dumoulin ook zorgvuldig werden voorbereid. Dumoulin begon relatief laat, de ontwikkeling van Poels werd in 2012 abrupt verstoord door een valpartij in de Tour, waarna hij in alle rust zon op sportieve wraak en sterker dan ooit terugkwam.

Bezorgd om de toekomst

Maar Veneberg is bezorgd om de toekomst. „In de jeugd gaat het goed, maar het aantal renners dat de stap zet naar de categorie daarna, de nieuwelingen en beloften, is te klein. Dat gaat nog wel een probleem worden.” Hij reed in 2002 de Giro die startte in Groningen en zegt dat hij het hele dorp Haren zag uitlopen voor de start. Maar volgens een woordvoerder van de KNWU vertaalde die populariteit zich niet in een stormloop van nieuwe jeugdleden, ook niet na de Girostart in Amsterdam in 2010 en die van de Tour vorig jaar in Utrecht. „Maar Tom in het roze doet wel iets extra’s. Net als het weer.” Het maakte van La Grande Partenza in Gelderland een historisch wielerevenement.