‘Taaltoets? Daar heb ik geen zin in’

Hoe pakt de nieuwe uitkeringswet uit? NRC bij de sociale dienst. Vandaag voor het laatst: Almere.

Wie slecht Nederlands spreekt, leest of schrijft, kan z’n bijstandsuitkering kwijt raken. „Vooral lezen is een vaardigheid die steeds minder wordt beheerst.”

Illustratie Anne van Wieren

Op de afgesproken tijd zit Abdel (51) klaar in de bibliotheek van Almere om te praten over zijn taaltoets. Die hoort bij een nieuwe eis uit de Participatiewet: mensen in de bijstand moeten kunnen aantonen dat ze het Nederlands beheersen. Maar wacht even: NRC? Een ambtenaar van de sociale dienst had hem er als eerste over gebeld en zij had volgens hem gezegd: ROC. Abdel dacht dat hij na de toets een opleiding aangeboden zou krijgen.

En ja, die taaleis. Abdel heeft eigenlijk geen idee waarom hij van de gemeente een test moest doen: lezen, schrijven, praten, luisteren. Hij wil er wel over praten voor de krant, maar zonder achternaam. Sinds 1990 woont Abdel in Nederland. Hij werkte als slager in Amsterdam tot hij een blessure kreeg aan zijn schouder, daarna had hij bijstand. In 2014 was hij met zijn vrouw en vier kinderen geremigreerd naar Marokko. Maar daar kon hij niet aarden, zegt hij. Sinds begin dit jaar woont het gezin in Almere.

Sinds 1 januari 2016 geldt voor alle nieuwe bijstandsgerechtigden de taaleis. Wie al bijstand had, krijgt die verplichting pas vanaf 1 juli. Als de bijstandsgerechtigden de taaltoets niet halen, moeten ze op cursus en na een tijdje krijgen ze weer een toets. Doel is dat ze Nederlands leren op het niveau van groep 8 van de basisschool – officieel: A2 of F1. Wie zijn best niet doet om dat te halen, kan als straf een korting krijgen op de bijstand: 20 procent in de eerste zes maanden. Als dat niet helpt, kan de uitkering na een jaar helemaal worden stopgezet.

‘Het voelt dubbelop’

De taaleis geldt niet voor mensen die minstens acht jaar onderwijs hebben gevolgd in Nederland, het inburgeringsexamen hebben gedaan of op een andere manier kunnen bewijzen dat ze het niveau hebben.

Van de Rijksoverheid krijgt Almere 38.000 euro per jaar om de eis uit te voeren en van dat geld kan de gemeente elk jaar 255 toetsen aanbieden. „We denken dat we ermee uitkomen”, zegt Machteld van de Wetering, beleidsadviseur Werk en Inkomen. „We hebben nu ook al per jaar zo’n 300 bijstandsgerechtigden in een taaltraject.”

Want het kon allang en het gebeurde ook: mensen in de bijstand verplichten om een taal te leren. Maar dan was het aan de gemeenten zelf om te bedenken voor wie dat nodig was en wat de sancties waren als iemand er geen zin in had. De nieuwe taaleis „voelt dubbelop”, zegt Machteld van de Wetering.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) was fel tegen de eis: die zou te duur zijn, extra bureaucratie opleveren en niet per se leiden tot meer mensen die werk vinden. De maatregel kwam er toch en Almere voert die uit. Machteld van de Wetering zal ook niet zeggen dat het nutteloos is.

Maar als het gaat om werk? Veel bedrijven, zegt ze, verwachten van aanstaande medewerkers een hoger taalniveau dan F1. En dus zal de gemeente ook cursussen blijven aanbieden voor zo’n hoger niveau – en eisen dat bijstandsgerechtigden die volgen, als ambtenaren van de sociale dienst het idee hebben dat een baan er echt in zit voor iemand. Maar als betaald werk zo goed als zeker niet lukt, krijgen bijstandsgerechtigden in Almere nog steeds de kans om Nederlands te leren in ‘activeringsgroepen’. Dan kunnen ze beter vrijwilligerswerk doen of een leuker sociaal leven leiden.

Vanaf de zomer zal Almere bij alle bijstandsgerechtigden in hun gemeente, bijna zesduizend, nagaan hoe het zit met hun Nederlands. Ze worden niet apart opgeroepen, maar als ze weer langskomen voor een gesprek, zal het ook gaan over de taaleis. Van de mensen die pas dit jaar een uitkering hebben aangevraagd, zoals Abdel, zijn er tien aangemeld bij onderwijsinstituut IVIO dat de toetsen voor de gemeente afneemt.

Eén van hen zei, toen IVIO belde: „Daar heb ik geen zin in.” Met hem heeft de sociale dienst nu een afspraak. Een tweede kwam niet opdagen bij de toets. Ook hij moet nu langskomen bij de gemeente. Van de anderen slaagde niemand voor de test. „Het probleem is schrijven en lezen”, zegt toetsleider Marco Zwartjes van IVIO. „Dat is een trend die je overal terugziet in cursussen: vooral lezen is een vaardigheid die steeds minder wordt beheerst.”

‘Lezen? Nee, ik heb problemen’

In de bibliotheek zegt Abdel dat hij in Marokko Engelse literatuur heeft gestudeerd. Hij vindt dat zijn Nederlands goed is. Dat hij in twee telefoongesprekken ROC hoorde in plaats van NRC en de woorden ‘journalist’ en ‘krant’ hem zijn ontgaan, kwam volgens hem door de kinderen die druk waren. En dat hij het leesonderdeel van de toets niet heeft gehaald, komt omdat hij zich zorgen maakt. „Bij lezen moet ik me concentreren, maar ik heb problemen. Mijn vrouw is ziek, ik heb schulden, er zijn toeslagen die ik moet terugbetalen.”

Abdel had, zegt hij, nog niet gehoord dat hij gekort kan worden op zijn bijstandsuitkering als hij de volgende keer weer zakt voor zijn toets. Hij vindt het een raar idee. „Ik zal thuis nog eens gaan zoeken, want ik heb een diploma van een taalcursus met het goede niveau, denk ik. Iets met een twee.”