De machtigste olieminister ontkomt niet aan Saoedische hervormingen

Het ontslag van olieminister al-Naimi laat zien dat het Saoedi-Arabië ernst is met de aangekondigde economische hervormingen

Prins Mohammed bin Salman voor de presentatie van zijn hervormingsplan. Foto Fayez Nureldine / AFP

Prins Mohammed bin Salman, de machtige zoon van de Saoedische koning Salman, heeft afgelopen weekend een nieuwe stap gezet in de ambitieuze modernisering van de economie. Als onderdeel van een bredere kabinetsherschikking heeft hij de prominente en lang zittende minister van Olie vervangen. Diens opvolger moet het plan van de prins uitvoeren om Saoedi-Arabië minder afhankelijk te maken van olie.

Het aftreden van Ali al-Naimi, dat per koninklijk decreet werd bekendgemaakt, was groot nieuws in de oliesector. Als olieminister van de grootste olie-exporteur ter wereld was Naimi twee decennia lang de machtigste man in de industrie, waar hij bekend stond als de ‘maestro’. Zijn uitspraken werden door analisten tot op de letter gespeld. Binnen OPEC, de organisatie van grote olieproducerende landen, wist hij anderen achter het Saoedische beleid te krijgen.

20 dollar per vat

Het grote marktaandeel van Saoedi-Arabië en zijn vermogen om de olieprijs te beïnvloeden door de productie beperken of vergroten, gaf Naimi grote invloed binnen OPEC. Hij zat achter het controversiële besluit om de productie niet te verminderen om duurdere producenten in de Verenigde Staten en elders uit de markt te drukken. Het gevolg is dat de olieprijs enorm is gekelderd. In februari zei Naimi dat zijn land is voorbereid op een prijs van 20 dollar per vat en zijn beleid niet snel zal aanpassen.

De lage olieprijs heeft olieproducerende landen zoals Rusland, Venezuela en Nigeria in grote financiële problemen gebracht. Ook Saoedi-Arabië zelf is hard geraakt. Het land had vorig jaar een begrotingstekort van bijna 100 miljard dollar en zal in 2016 naar verwachting uitkomen op een tekort van 87 miljard. Want 75 procent van de Saoedische overheidsinkomsten komt uit olie – iets wat prins Mohammed bin Salman wil veranderen.

Teruggefloten door de prins

Het aftreden van de 80-jarige Naimi werd binnen de oliesector al enige tijd verwacht. Zeker toen zijn poging om een akkoord te bereiken met andere grote olieproducerende landen over een productieplafond een maand geleden mislukte. Naimi zou bereid zijn geweest een deal te sluiten met Rusland, Qatar en Venezuela, maar werd volgens The Wall Street Journal teruggefloten door prins Salman omdat Iran geen onderdeel was van de deal. Een olieminister, die de bijeenkomst bijwoonde, zei tegen de zakenkrant.

“Het was erg duidelijk dat Naimi voor het eerst in twee decennia werd overruled door een koning en dat was een zeer vernederende ervaring voor hem.”

Naimi wordt opgevolgd door Khalid al-Fahlih, de directeur van het Saoedische staatsoliebedrijf Aramco. Analisten verwachten dan ook dat Saoedi-Arabië zijn huidige beleid voorlopig niet drastisch zal wijzigen. „Saoedi-Arabië zal zijn stabiele oliebeleid voortzetten”, stelde Fahlih zondag in een verklaring.

“We blijven dezelfde rol spelen op de internationale energiemarkt en zullen onze positie als ’s wereld meest betrouwbare producent van energie versterken.”

Fahlih is een groot voorstander van het hervormingsplan dat prins Mohammed bin Salman twee weken geleden bekendmaakte. De jonge, ambitieuze prins wil de overheidsinkomsten diversifiëren door btw in te voeren op luxegoederen, staatsbezit te privatiseren, en het toerisme te ontwikkelen. Deze en andere maatregelen moeten in 2020 zorgen voor 100 miljard dollar aan overheidsinkomsten die niet uit olie komen.

Geestverwant

De prins heeft met Fahlih een jonge geestverwant aangesteld. Op het World Economic Forum in Davos hield Fahlih onlangs een praatje voor een publiek van directeuren, bankiers en beleidsmakers. Hij betoogde dat Saoedi-Arabië juist zou kunnen profiteren van de lage olieprijs. Het vergroot de druk om de economie te hervormen, de afhankelijkheid van olie te verminderen, een kleinere en effectievere overheid te creëren en de particuliere sector te stimuleren.

Fahlih moet ook een meer samenhangend energiebeleid gaan voeren. In het verleden was daar nauwelijks sprake van. Zo groeide de binnenlandse consumptie van energie, die zwaar wordt gesubsidieerd. Maar dit ondermijnde juist de mogelijkheden van Aramco om de export te vergroten. Om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen, gaat het ministerie van Olie op de schop. Dat gaat voortaan het ministerie van Energie, Industrie en Delftstoffen heten.

Wel vragen veel analisten zich af of de hervormingsagenda van de jonge prins niet al te ambitieus is. Is de Saoedische bureaucratie er wel op berekend is om al die veranderingen door te voeren? Heeft het land genoeg gekwalificeerde arbeidskrachten? En hoe zal het religieuze establishment reageren als de hervormingen zijn machtspositie in gevaar brengen?