Rilke dichtte speelser in het Frans

Jammer genoeg zijn de Franstalige gedichten van de Duitse dichter Rainer Maria

Rilke minder bekend dan zijn Duitse. Ook deze verzen zijn bijzonder sterk.

Rainer Maria Rilke, geportretteerd in 1906 door Paula Modersohn-Becker (1879-1907) Beeld Wikimedia Commons

In de loop der eeuwen zijn er diverse auteurs geweest die in meerdere talen schreven, zoals de Rus Vladimir Nabokov (Russisch en Engels), de Ier Samuel Beckett (Engels en Frans) en natuurlijk onze eigen rederijkers (die in het Nederlands, Frans, Italiaans, Latijn en Engels dichtten). Het werk dat men in de moedertaal schreef, verschilt nogal eens van de werken die men in de tweede of zelfs derde taal aan het papier toevertrouwde. Zo blijken de stukken die Samuel Beckett in het Frans maakte een stuk minder bloemrijk dan zijn Engelse, en zijn de Engelse romans van Nabokov lyrischer dan zijn Russisch oeuvre.

Ook de beroemde dichter en schrijver Rainer Maria Rilke (1875-1926) schreef in meerdere talen. Rilke, een Bohemer van Oostenrijkse nationaliteit, had als moedertaal het Duits, maar sprak en schreef vloeiend Frans. Zijn laatste jaren sleet hij in het Zwitserse Muzot, aan de Franse kant van de taalgrens. Door deze emigratie brak er een periode van enorme creativiteit en productiviteit aan. Niet alleen voltooide hij er de meesterlijke Duineser Elegien (die al tien jaar onafgemaakt lagen te verstoffen), ook schreef hij er de bejubelde Sonette an Orpheus (1922).

Minder bekend is het feit dat hij daar ook in het Frans begon te dichten, wat onder meer resulteerde in de bundels Vergers en Les Quatrains Valaisans (beide in 1926 gepubliceerd). Aan vrienden vertelde Rilke dat werken in het Frans hem verjongde. Hij had even genoeg van het Duits, waaraan door de Eerste Wereldoorlog (die Rilke door een ongelukkige samenloop van omstandigheden zeer tegen zijn zin in München doorbracht), een bittere connotatie kleefde.

Het doet denken aan Dickinson

Het is jammer dat de Franse gedichten minder bekend zijn dan de Duitse, want ze zijn, hoewel duidelijk anders van aard, van hoge kwaliteit. Wie het net in het Nederlands verschenen Boomgaarden, gevolgd door de Walliser kwatrijnen leest, herkent het als onomstotelijk werk van Rilke, maar dan lichter van toon. Er zijn nog steeds de vaste Rilke-thema’s als lichamelijkheid, de natuur, het bovenzinnelijke en de dood, maar de verzen zijn veel minder vormvast en bovendien speelser. Waar de Duineser elegiën pagina’s lang doorgaan en zeer verhalend zijn, treffen we in het Franse werk momentopnames aan. De regels zijn korter en de zinsconstructies minder ingewikkeld. De observaties doen denken aan het werk van Emily Dickinson en zijn soms bijzonder grappig, zoals wanneer de dichter een bed een tafeltje noemt dat gewoon is flauwgevallen.

De Boomgaarden en Walliser Kwatrijnen bieden veel van dat soort prachtige beelden en inzichten. In ‘Vlag’ toont de dichter een vlag die al wapperend van kleurvolgorde verandert ‘als wil hij haar andere volkeren toesteken’. In ‘Lente’ wordt de vraag gesteld of tederheid te verdragen valt als zij ons ‘op haar tijd / geen angst kan aanjagen’. Wat een extra betovering aan de vertalingen toevoegt, is dat vertaler Jan Kuijper het aandurfde om dicht bij Rilkes metra en eindrijm te blijven. Hardop gelezen klinkt het weergaloos. Het enige bezwaar dat je zou kunnen hebben is dat het rijm soms afleidt van wat er nou wordt gezegd. Af en toe kabbelen de regels zo prettig voort, dat je niet zeker weet wat er echt stond, behalve dat het heerlijk weglas.

Oogstrelend

De meeste gedichten zijn bijzonder sterk, ook zijn ze af en toe niet zo beeldrijk en urgent als Rilkes Duitse werk. Heel soms wordt het iets te abstract. In gedicht 25 van de kwatrijnen heeft de dichter het over ‘een fond van verlatenheid,/ bleekgroen als in een visioen, / de toren geslecht door de tijd.’ Ja, dan kan je je even achter het oor krabben. Fond van verlatenheid? Een bleekgroen visioen? Het doet wel erg groots aan, maar gelukkig geldt dat maar voor enkele gedichten.

Het is slechts een kanttekening voor wie verwachtte dat dit precies hetzelfde soort gedichten zijn als die Rilke in het Duits schreef. Het verschil zit hem in de toon.

Jan Kuijpers vertalingen zijn ingenieus en oogstrelend, zelfs voor hen die, zoals ik, niet direct liefhebbers zijn van eindrijm. In Boomgaarden vind je bovendien een grotere dichtheid goede verzen dan in de doorsnee bundel. En er staan parels in zoals dit vers:

Elk vaarwel is gezegt. Elk vertrek

geeft vorm, geeft ons er wat bij.

Mijn blik zal frank zijn en vrij,

tot slot ben ik weer op mijn plek.

Mij rest dat die blik zich vult,

én de vreugde die nooit leidt tot spijt,

te houden van wat zich hult

in opwekkende afwezigheid.

Rilke, maar dan anders, nog steeds bijzonder aangenaam.