Column

Pannenkoek

Het eenzaamste beroep van de wereld? Voetbaltrainer, als hij verloren heeft. Denk aan Marco van Basten die na een verloren thuiswedstrijd met Ajax tegen Heerenveen door een teleurgestelde supporter voor ‘pannenkoek’ werd uitgescholden, terwijl hij in z’n eentje de trap naar de catacomben afdaalde.

Het incident haalde alle media en is nog steeds te zien op YouTube. Een van de meest bejubelde voetbalsterren van Nederland belachelijk gemaakt door een of andere nobody. Zo groot was de verontwaardiging bij Van Basten dat hij nog zeven jaar later weigerde in een tv-programma op te treden waarin ze dit fragment wilden laten zien.

Gistermiddag zei een van zijn opvolgers, Frank de Boer: „Het is alsof je in een boze droom bent beland. Je zit op de bank en je kunt niet bevatten dat het gebeurd is.” Hij had net de grootste teleurstelling uit zijn bestaan als coach geïncasseerd: een kampioenschap dat geen kampioenschap werd.

Ik zat thuis op een andere bank en kon het evenmin bevatten. Na het snelle openingsdoelpunt van Ajax leek alles bekeken. Het aangeslagen De Graafschap zou nu gauw vermoeid raken in de hete zon, Ajax moest met enkele snelle aanvallen de landstitel kunnen veiligstellen. „Jammer voor de wedstrijd”, zuchtte ik nog, want ik ben een voetbalsupporter, geen PSV- of Ajax-supporter - en bij voetbal hoort spanning.

Zelfs toen De Graafschap gelijk kwam, bleef ik geloven in een succes voor Ajax. Tegen zo’n matige ploeg, hoe moedig ook, moest dat toch mogelijk zijn? Maar Ajax werd uiteindelijk even matig als De Graafschap en leek meer tegen zichzelf te strijden dan tegen een tegenstander.

Ik kon wel vrede hebben met deze ontknoping. Een lezer schreef me onlangs: „Zet je scepsis opzij en ga weer eens naar Ajax kijken.” Hij was opgetogen over het spel tegen FC Twente. Maar ik was nog niet overtuigd en vond dat PSV het kampioenschap meer verdiende. Per slot van rekening had PSV het, in tegenstelling tot Ajax, voortreffelijk gedaan op Europees niveau en in de Champions League bijna Atlético Madrid uitgeschakeld.

Ajax dreigde een glansloze kampioen te worden. Het speelde een groot deel van het seizoen saai, afwachtend voetbal waar ook de trouwste supporters over klaagden. Maar het had op belangrijke momenten geluk: het won in Eindhoven van een PSV dat nog vermoeid was van de inspanningen in de Champions League, en het profiteerde thuis tegen FC Utrecht van een arbitrale blunder.

Ik kreeg medelijden met iedereen die zich met Eindhoven vereenzelvigde – en dat zijn er in mijn schoonfamilie nogal wat. Er begonnen in het zuiden des lands al theorieën te ontstaan over randstedelijke complotten tegen ‘de provincie’, en het viel me mee dat ‘de politiek’ nog niet de schuld kreeg, want die krijgt tegenwoordig overal de schuld van.

Voor Ajax heb ik weliswaar slechts één troost, maar het is geen geringe. Ook al zullen ze het in Eindhoven liever niet willen horen: de beste jonge Nederlandse talenten zitten bij Ajax. Tete, Riedewald, Bazoer, Klaassen en nog een handvol daarachter. Maar Mike van der Hoorn mag nooit meer in de spits, ook niet als zogenaamde noodgreep. Toen Frank de Boer hem gisteren naar voren dirigeerde, wist ik hoe vertwijfeld hij was. Hij was een eenzame trainer geworden, op weg naar een pannenkoek van eigen deeg.