Oostenrijkse bondskanselier Faymann stapt op

Faymann stond onder druk vanuit zijn partij, sinds de SPÖ onder zijn leiding de presidentsverkiezingen verloor.

Werner Faymann verlaat de persconferentie in Wenen. Foto: Reuters / Leonhard Foeger

De Oostenrijkse bondskanselier Werner Faymann legt per direct zijn ambt neer. Hij treedt tevens af als voorzitter van de socialistische partij SPÖ, zo maakte hij maandag bekend. Als reden van vertrek gaf hij te kennen te weinig vertrouwen te voelen van zijn partijgenoten om verder te gaan.

Voorafgaand aan de bekendmaking ging Faymann nog in een vergadering met partijleden, waarbij hij benadrukte niet te zullen opstappen. Faymann gaf als bondskanselier leiding aan een centrumcoalitie tussen de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij en zijn eigen SPÖ. De twee partijen regeren al sinds 2008 samen het land. Faymann stond onder druk van binnen de SPÖ om samen te werken met de extreemrechtse FPÖ, die momenteel aan kop gaat in de peilingen.

Volgens onze correspondent Caroline de Gruyter komt het vertrek van Faymann niet geheel onverwacht:

“Er wordt hem kwalijk genomen dat zijn partij een ruk naar rechts heeft gemaakt onder invloed van de FPÖ, onder meer in het vluchtelingenvraagstuk. Zeker sinds de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van een paar weken terug, waar de kandidaat van de FPÖ een overwinning behaalde, is in eigen partij een opstand uitgebroken.”

Op geheel nieuwe verkiezingen zit de coalitie niet te wachten. Er is maar een krappe meerderheid, die bij nieuwe parlementsverkiezingen waarschijnlijk zou worden kwijtgespeeld. Het huidige mandaat loopt tot medio 2018.

Reinhold Mitterlehner van de conservatieven wordt interim-bondskanselier totdat de SPÖ intern beslist heeft over een opvolger van Faymann.

Verpletterende verkiezingsnederlaag SPÖ

De huidige coalitiepartijen leden een verpletterende nederlaag bij de presidentsverkiezingen van twee weken geleden. Hoewel het om presidentsverkiezingen ging (de functie is grotendeels ceremonieel) werd de stembusgang door de Oostenrijkers aangegrepen om de politieke status-quo flink op te schudden.

Kandidaat Norbert Hofer van de extreemrechtse FPÖ won de eerste ronde ruim 36 procent van de stemmen, gevolgd door de onafhankelijke kandidaat Alexander Van der Bellen met ruim 20 procent. De regeringspartijen SPÖ en de Oostenrijkse Volkspartij bleven beiden steken op slechts 11 procent.

De extreemrechtse Hofer had zich in zijn campagne vooral gemanifesteerd als euroscepticus met een afkeer voor de islam; een boodschap die ten tijde van de vluchtelingencrisis in Oostenrijk aansloeg. Na het enorme verlies voor de socialisten liet Faymann weten dat er een relaunch nodig was van het werk binnen de coalitie.

Maar volgens correspondent Caroline de Gruyter valt er weinig te ‘relaunchen’. De winst voor extreemrechts markeert het einde van een tijdperk, zo schreef zij in NRC:

De zogeheten ‘tweede republiek’ is voorbij – die van het naoorlogse Oostenrijk waarin links en rechts, rood en zwart, na teveel bloedvergieten besloten om voortaan alles bij consensus te doen. (…) Oostenrijkers hebben genoeg van een sclerotisch systeem waarbij twee partijen alles onderling bedisselen en baantjes evenredig verdelen.