Column

Niet marchanderen over voorwaarden visumvrijheid voor Turkse onderdanen

Als alles volgens plan verloopt kunnen vanaf deze zomer de eerste Turken zonder visum Europa binnenkomen. Wat enkele maanden geleden nog ver weg leek, is nu opeens heel dichtbij. Eind juni kan de zaak beklonken zijn.

Het opheffen van de visumverplichting voor Turkse onderdanen was onderdeel van het akkoord dat de Europese Unie met Turkije overeenkwam over de aanpak van de vluchtelingencrisis. In ruil voor de Turkse bereidheid vluchtelingen terug te nemen die naar Griekenland oversteken, beloofde de Unie vaart te zetten achter het door Turkije zo gewenste visumvrij reizen waarover al sinds 2013 wordt gesproken.

Voor het sceptische Europese thuisfront waren er in maart geruststellende woorden. Het zou allemaal niet zo’n vaart lopen, want Turkije diende te voldoen aan in totaal 72 vereisten en het land was nog lang niet zo ver. Maar woensdag meldde de Europese Commissie dat aanzienlijke vooruitgang was gemaakt met als gevolg dat wellicht reeds eind volgende maand door de EU-regeringsleiders en het Europees Parlement een besluit genomen kan worden over het laten vallen van de visumverplichting.

In de westerse beeldvorming is het visumvrij reizen vooral een cadeautje voor de Turken. Dat is begrijpelijk want die hebben de meeste last van de vaak dure en tijdrovende visumverplichting. Maar er zit wel degelijk ook een belang voor de EU aan vast. Het reizen zonder visum kan alleen als de grenscontroles op orde zijn en reisdocumenten overeenstemmen met de geavanceerde Europese maatstaven. Daarmee is het ook een middel tegen het verkeer van illegalen en tegen mensensmokkel. De criteria waar Turkije aan moet voldoen voor het verkrijgen van de visumliberalisatie hebben voor een belangrijk deel juist hiermee te maken.

Mocht de visumverplichting worden opgeheven dan geldt dit alleen voor Turken die in bezit zijn van een biometrisch paspoort. Vooralsnog betreft dit een zeer klein deel van de 80 miljoen mensen tellende bevolking waarvan een groot deel niet eens over een ‘gewoon’ paspoort beschikt. Kortom, als de visumverplichting verdwijnt, is het een symbolische stap.

Maar er wordt hier wel een stap met zware politieke betekenis gezet. Zeker nu. Het voortijdig vertrek van de Turkse premier Davutoglu lijkt alles te maken te hebben met de zich steeds autocratischer gedragende president Erdogan. Het toont nog eens aan dat de Europese Unie in de gesprekken met Turkije heldere rode lijnen moet hanteren waarover niet valt te marchanderen. Pas als aan álle voorwaarden is voldaan, kan de visumvrijstelling ingaan. Geen moment eerder.