Mysterieuze pianolegende Lupu magisch in Beethoven

Zacht, traag en aftastend begon dirigent Gustavo Gimeno bij het Koninklijk Concertgebouworkest het Eerste pianoconcert van Beethoven. Het leek een bewust signaal: straks zet Radu Lupu in, de mysterieuze Roemeense pianist met het betoverend milde toucher en de blik naar binnen. Inderdaad stelde de pianolegende niet teleur. De bebaarde Lupu (70), die steeds meer als een kluizenaar oogt, creëerde vooral in het Largo momenten van adembenemende schoonheid. Met ruim pedaalgebruik bracht hij hallucinante kleuren voort zonder de structuur te vergeten. Een verstild duet met de soloklarinettist werd boven het Concertgebouw uit getild.

Toch compenseerde die magie slechts ten dele de moeizame interactie tussen solist en orkest in de snelle hoekdelen, waar Lupu soms achteloos de loopjes wegmoffelde en felle accenten met enige willekeur rondstrooide. Gimeno greep meer dan eens in het luchtledige; Lupu liet zich niet vangen.

Des te opvallender was de controle die Gimeno, voormalig slagwerker van het KCO, uitoefende in Union Square Dance van Richard Rijnvos. Het werk voor groot bezet dubbelorkest verklankt de energie van het New Yorkse plein: te midden van de licht afstompende want voortdurend doordenderende ritmiek toonde Gimeno zich een uitstekend verkeersleider.

Zijn talent kon Gimeno het beste kwijt in Schumanns Eerste symfonie ‘Frühling’: vlot en stralend, met schitterende subtiliteiten in de talloze middenstemmen.