Lab-onderzoek zika komt op stoom

De prangende roep om meer onderzoek naar het zikavirus heeft gehoor gevonden. Een stroom nieuwe gegevens uit het lab komt nu op gang.

Een Braziliaanse onderzoeker toont een pot met Aedes aegypti, de mug die zika kan overbrengen. Foto AFP

De onderzoeksmachine naar zika die werd aangezet nadat de wereldgezondheidsorganisatie WHO de zika-epidemie in Latijns-Amerika begin februari tot een internationale noodsituatie uitriep, begint goed op stoom te komen. Tientallen onderzoekslaboratoria over de hele wereld komen nu met inzichten in het ziektemechanisme, nieuwe diagnostische tests en bestrijdingsmethoden.

Zika is lang beschouwd als een vrij onschuldige infectie. Dat veranderde plotsklaps toen artsen in Brazilië vorig jaar een ongewone toename van kinderen met microcefalie (een groeiachterstand die de hersenen treft) zagen en het verband legden met een zika-infectie van de moeder tijdens de zwangerschap.

Nog altijd is er geen direct bewijs dat het virus zulke afwijkingen kan veroorzaken, maar nieuwe laboratoriumonderzoek versterkt wel de vermoedens dat dat echt zo is. Wat er zich precies in een embryo voltrekt als een vrouw tijdens haar zwangerschap geïnfecteerd raakt met zika, wordt in het laboratorium onderzocht met celkweken of proefdieren.

Zikamuis

Britse onderzoekers onder leiding van Roger Hewson van Public Health England in Porton Down hebben nu een laboratoriummuis ontwikkeld met een mutatie in zijn afweersysteem die hem gevoelig maakt voor zika (van nature zijn muizen dat niet). In PLOS Neglected Tropical Diseases van vorige week donderdag rapporteerden zij dat het zikavirus zich in de zogeheten A129-muis ophoopt in het brein, tot concentraties die meer dan tien keer hoger zijn dan de niveaus in het bloed. Alle geïnfecteerde A129-muizen overleden binnen zes dagen aan de infectie, terwijl gewone muizen geen enkel ziekteverschijnsel vertoonden na infectie.

Amerikaanse onderzoekers van de University of California in San Diego onderzochten zika-infecties met menselijke organoïden, een soort minihersentjes in kweek. Ze ontdekten dat het virus een immuunreceptor op het celoppervlak van neurale stamcellen kaapt, waardoor deze cellen een zelfvernietigingsprogramma starten, schreven ze vrijdag in Cell Stem Cell. Dit is een belangrijke aanwijzing hoe het virus embryonaal hersenweefsel kan beschadigen, en mogelijk een verklaring voor het optreden van microcefalie.

Wensenlijstje

Op het wensenlijstje van de WHO staan behalve meer inzicht in de ziektemechanismen, ook de ontwikkeling van een betrouwbare test voor zika en nieuwe manieren om verspreiding van het virus tegen te gaan. Onderzoekers van het Wyss Institute van Harvard University ontwikkelden een concept voor een genetische test die in bloed of speeksel het virus kan opsporen. De test bestaat uit een handzaam kaartje, dat kan worden meegenomen naar de meest afgelegen gebieden. Gevriesdroogd blijft deze een jaar houdbaar, en de test werkt om het virus op te sporen in monsters van apen, schreven de onderzoekers vrijdag in Cell. Ze verwachten dat de test „binnen enkele maanden” gereed kan zijn voor gebruik in de kliniek.

Maar het meest hoopgevend is misschien wel het laboratoriumnieuws van Braziliaanse onderzoekers uit Fiocruz in Belo Horizonte. Zij rapporteerden vorige week woensdag in Cell Host & Microbe dat de Wolbachia-bacterie de overdracht van zika door de Aedes aegypti-mug kan blokkeren. De Wolbachia-bacterie infecteert de insecten en wordt via de eitjes aan de volgende generatie doorgegeven. Met deze bacterie blijken muggen minder goed virussen en malariaparasieten over te brengen. Dat deze truc ook werkt voor de zikavirusstammen die momenteel in Brazilië circuleren is een grote opsteker. Maar, waarschuwen de onderzoekers zelf, de methode is niet waterdicht, zeker niet in de vrije natuur. Met Wolbachia alleen zal het niet lukken het zikavirus uit te roeien.