Column

‘In algemene zin rijden ouderen niet slechter’

Dat zei minister Schultz van Haegen tegen NOS en RTL

Foto ANP

De aanleiding

Op de A79 in Zuid-Limburg knalde vorige week vrijdagochtend een 87-jarige spookrijder frontaal op de auto van een 39-jarige moeder en haar drie kinderen. De bejaarde man, de moeder en een van haar kinderen overleden, de twee andere kinderen raakten zwaargewond. Infrastructuur-minister Melanie Schultz van Haegen (VVD) zei die middag tegen journalisten van NOS en RTL dat ze geen reden ziet om ouderen in het verkeer strenger te behandelen. „In algemene zin rijden ouderen niet slechter.”

Waar is het op gebaseerd?

De woordvoerder van Schultz zegt dat de minister zich baseert op twee bronnen: een nog te publiceren onderzoek van Rijkswaterstaat én onderzoeken van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), een onafhankelijk onderzoekinstituut in Den Haag.

En, klopt het?

SWOV publiceert factsheets over tientallen aan verkeersveiligheid gerelateerde onderwerpen. Zo is er een factsheet Spookrijden uit 2009. Daaruit blijkt dat automobilisten van 70-plus bovengemiddeld vaak als spookrijder ongevallen veroorzaken.

Van de 103 spookrijdongevallen met letsel in de periode 1983-1998 werden 33 veroorzaakt door mensen van 70 jaar of ouder. De data zijn oud omdat vanwege een nieuw landelijk ongevallenregister spookrijdongelukken niet meer los worden geregistreerd. Er is echter geen reden om aan te nemen dat het beeld nu anders is.

SWOV stelt ook dat „ouderen een verhoogd overlijdensrisico in het verkeer hebben”. Per afgelegde kilometer ligt het overlijdensrisico voor mensen van 75-plus elf keer hoger dan het gemiddelde van alle leeftijden, staat in het op negen wetenschappelijke onderzoeken gebaseerde factsheet Ouderen in het verkeer van augustus 2015.

Uit zowel de spookrijddata áls het overlijdensrisico, zou je kunnen opmaken dat ouderen slechter rijden. Maar dat is te kort door de bocht. Het hogere overlijdensrisico hangt volgens SWOV samen met het feit dat ouderen vanwege hun broosheid een veel grotere kans op letsel hebben als ze in een ongeluk terechtkomen. En dat ze vaker spookrijden, zegt ook niet alles. Ouderen krijgen bijvoorbeeld weer minder vaak ongelukken waarbij alcohol in het spel is.

De vraag of ouderen wel of niet slechter rijden, blijkt erg moeilijk te beantwoorden. SWOV stelt overigens wel dat ouderen die nog autorijden „geen onevenredig gevaar voor andere weggebruikers vormen”. Volgens het onderzoeksinstituut compenseren ze gebreken zoals slechter zicht en gehoor door voorzichtiger te rijden. Maar overtuigende data om dat te onderbouwen – zoals bij de spookrijders – ontbreken in de factsheet en de onderliggende wetenschappelijke onderzoeken.

Ook bij het Verbond van Verzekeraars – waar schade van ongelukken wordt gemeld – durven ze geen harde conclusies te trekken. Een woordvoerder zegt dat men enige tijd geleden de eigen data onder de loep heeft genomen over de periode 2009-2013. ‘Jonge senioren’ van 66-75 jaar hebben volgens het Verbond geen groter risico op schade dan de groep 20-65 jarigen. „Daarna zien we wel een iets hoger risico op schade.” Maar de woordvoerder waarschuwt dat er te veel variabelen zijn om met zekerheid te zeggen dat mensen van boven de 75 dus slechter rijden. „Misschien worden zij wel vaker aangereden.”

Conclusie

Recente openbare gegevens over het rijgedrag van ouderen ontbreken. Daardoor is niet onomstotelijk vast te stellen of ouderen gemiddeld rijden, beter of slechter. Onduidelijk is of die data wel in het nog niet gepubliceerde onderzoek van Rijkswaterstaat staan. Wij beoordelen de stelling als niet te checken.