‘Hou nou toch op met dat gezeur over die consul’

Speelt de Marokkaanse consul een rol in Ede bij het oplossen van rellen rond Marokkaanse jongeren? Burgemeester Van der Knaap geeft uitleg.

Burgemeester Van der Knaap van Ede praat met inwoners tijdens een protesttocht zondag tegen het wangedrag van jongeren in de wijk Veldhuizen. Er ontstond ophef over de komst van de Marokkaanse consul. Onzin, zegt Van der Knaap. „Natuurlijk gaat die man zich niet bemoeien met waar wij mee bezig zijn.” Foto Roland Heitink/Novum

Een burgemeester van een provincieplaats die de Marokkaanse consul nodig heeft om een paar relschoppers in zijn stadje in de hand te houden. Dat beeld is de afgelopen dagen ontstaan over burgemeester Cees van der Knaap van Ede, nadat de Marokkaanse consul op Hemelvaartsdag bij hem langs ging om te praten over een clubje rellende Nederlandse jongeren van Marokkaanse afkomst.

Het bezoekje van de consul leidde tot verontwaardigde Kamerleden en lokale politici. Ten onrechte, zegt burgemeester Van der Knaap, CDA’er en oud-staatssecretaris van Defensie. De suggestie is gewekt „dat die man hier de boel aan het overnemen is”. En „dat hij het wel even zou oplossen door met die reljongeren te gaan praten”.

Reden voor de komst van de consul waren de rellen die afgelopen week ontstonden in reactie op de sloop van winkelcentrum Lindenhorst – en het daarin gevestigde Marokkaanse theehuis waar de jongeren vaak kwamen. Een groepje stichtte brand in het winkelcentrum en in een aantal auto’s in de Edese wijk Veldhuizen.

Zondag organiseerde de Marokkaanse moskee in Ede een protesttocht naar het winkelcentrum, om zich te distantiëren van het geweld. De Marokkaanse consul liep niet mee, maar hield vooraf wel een toespraak in de moskee. Inwoners die meeliepen met de protesttocht denken verschillend over zijn betrokkenheid. Edenaar Arno Setz (43) vindt die bijvoorbeeld „beschamend voor de lokale macht”. De 22-jarige Mohammed El Harrachi uit Veldhuizen denkt dat de consul misschien wel wat kan betekenen – als hij die reljongeren tenminste kan vinden. Ook de inwoners zien dus een gewichtige rol voor de consul, hoewel dat volgens burgemeester Van der Knaap volstrekt onterecht is.

Hoe zit het nou? Wat komt de Marokkaanse consul doen in Ede?

„Niets! Het enige wat die man heeft gedaan is zijn excuses aan mij aanbieden voor wat er gebeurd is, afgelopen donderdag. Ik heb hem verteld dat de Marokkaanse moskee in Ede afstand neemt en zondag deze protesttocht zou organiseren. Toen wilde hij daarheen om de Marokkaanse gemeenschap toe te spreken. Niets meer dan dat.”

Dus hij gaat niet praten met de jongeren die de problemen veroorzaken?

„Hij heeft hier met allerlei mensen gepraat, maar niet met de reljongeren. Dat gaat ook niet gebeuren. Natuurlijk gaat die man zich niet bemoeien met waar wij inhoudelijk mee bezig zijn. Dat is zijn intentie helemaal niet.”

En er lagen ook geen plannen voor verdere samenwerking met de consul, voordat de kritiek losbarstte?

„Hou nou toch op met dat gezeur over die consul. Je kan er van alles achter zoeken, maar het is niet meer dan wat ik zeg.”

Hoe heeft het beeld kunnen ontstaan dat hij de boel komt overnemen?

„Dat moet je vragen aan iedereen die elkaar napraat. Ik ben er toch niet verantwoordelijk voor als media allemaal flauwekul opschrijven?”

Heeft u de situatie in Ede onder controle?

„Veldhuizen is een wijk met heel veel hofjes en steegjes waar je met de TomTom niet komt. Dat is moeilijk onder controle te krijgen. Nu is er veel meer politie in de wijk en is het aantal rechercheurs uitgebreid van twee naar twaalf. Zij moeten de juiste mensen in de kraag vatten. Het gaat om een klein groepje. De harde kern is op twee handen te tellen, daarnaast zijn er nog zo’n veertig meelopers.”

Had u kunnen voorzien dat sluiting van het theehuis problemen zou opleveren?

„We hebben daar wel over gesproken. Met enig protest hadden we ook wel rekening gehouden, maar dit excessieve geweld hadden we niet voorzien.”

Hoe gaat u ervoor zorgen dat u dit in de toekomst wat beter inschat?

„We leven in een gebroken samenleving.”

Wat bedoelt u?

„Lees dat maar in de Bijbel. Er zullen altijd dingen gebeuren. Nu in Ede, morgen misschien in Culemborg of Gouda. Je kan niet alles van tevoren weten.”