Er zat bloed op Clintons kussen

Wat is of was voor presidenten, hun first ladies en hun honderd man personeel de dagelijkse routine in het Witte Huis? Interviews met upstairs en downstairs leveren een roddelboek van de bovenste plank op.

In januari 2010 nam president Obama officieel afscheid van James Ramsey, de butler van het Witte Huis Foto Polaris

Bij ontstentenis van een eigen adel zijn Amerikanen dol op Downton Abbey. Ze kijken massaal naar die Britse serie, waarin de lotgevallen van de adellijke familie Crawley net zo belangrijk zijn als die van hun personeel. Het upstairs/downstairs-verhaal van de VS is nu verschenen in de vorm van De Residentie van de Amerikaanse journaliste Kate Andersen Brower. Het is een geschiedenis van het Witte Huis op basis van interviews met en memoires van gepensioneerde en afgezwaaide butlers, portiers, huisknechten, bloemstylisten en koks. Daarnaast interviewde Andersen kinderen van overleden presidenten en sprak ze met Rosalynn Carter, en Barbara en Laura Bush.

Hoe ze het ook doet voorkomen daarmee een belangrijke bijdrage te leveren aan de Amerikaanse geschiedschrijving, haar boek is toch vooral driehonderd pagina’s roddel. Maar dan wel roddel van de bovenste plank. Andersen geeft de muren van het Witte Huis oren. De Obama’s die na hun inauguratiebal hun feestkleren uittrekken en in hemdsmouwen (hij) en joggingbroek (zij) dansen op Mary J. Blige’s ‘True Love’. Hillary Clinton die na iedere nieuwe onthulling over Bills affaire met Monica Lewinsky naar de keuken belt en met een klein stemmetje om mokkataart vraagt. De dag dat Bills hoofdkussen onder het bloed zit – waarschijnlijk omdat Hillary hem met een boek op zijn hoofd heeft getimmerd. De Carters, die het na vier jaar best moeilijk vinden het Witte Huis te verlaten. In de woorden van bloemstylist Ron Payne: ‘Ze huilden wekenlang. En dan bedoel ik echt brullen. Je kon niet naar de tweede verdieping gaan zonder het te horen.’

De bedrijfsvoering (circa 100 man) komt over als iets tussen een luxe hotel en een militair commandocentrum in. In de kamers van het Witte Huis zijn historische beslissingen genomen, alle groten der aarde zijn er ontvangen, er hebben zich verstrekkende familietragedies (Kennedy) en persoonlijke drama’s (Nixon, Clinton) afgespeeld. Hoewel Andersen hoofdstukken wijdt aan bijzondere dagen zoals die van de moord op Kennedy en 9/11, gaat haar boek vooral over de daagse routine en de verhouding tussen upstairs en downstairs. Werken in het Witte Huis vraagt van het personeel opperste discretie en opoffering. De meeste ex-butlers die Andersen spreekt wijdden hun leven aan het Witte Huis; vaak zijn ze gescheiden. Duizend uur overwerk per jaar is geen uitzondering. ‘Het is een gevangenis,’ zegt Walter Scheib, die als chef de cuisine onder Clinton en George W. Bush moest overschakelen van geroosterde groentes met citroengras (Clinton) naar BLT sandwiches (Bush).

Als Lyndon Johnson op de massagetafel in slaap viel, moest het personeel wachten tot hij wakker werd. Bij de Eisenhowers ging om tien uur het licht uit en kon iedereen naar huis. Maar bij de Kennedy’s moesten soms om drie uur ’s nachts aperitieven geserveerd worden.

Liefde voor de familie

De journaliste wil graag een móói en nobel verhaal vertellen; ze benadrukt de toewijding waarmee ook de nederigste bijdragen worden geleverd. Dat maakt het boek charmant, maar ook wat dweepzuchtig. Iedereen blijft discreet; veel personeelsleden spreken ook na jaren nog met liefde over de familie die ze bediend hebben. Trouw personeel wordt uitgenodigd op huwelijken van kinderen van ex-presidenten, omgekeerd verschijnen die op de begrafenis als een personeelslid overlijdt. Wat bij die trouw meespeelt, is dat niet alleen het personeel gevangen zit. Ook de First Family is immers ambtshalve veroordeeld tot Pennsylvania Avenue 1600, en heeft nooit vrij. Upstairs en downstairs hebben het gevoel in hetzelfde schuitje te zitten.

Afgaande op de interviews waren de Bushes – vooral de oudere, die personeel vanzelfsprekend vonden – bij hen het populairst. De Clintons voelden zich niet bij het personeel op hun gemak, de Obama’s zijn afstandelijk en op hun privacy gesteld. Maar tussen de staf, die vaak al decennia lang uit Afro-Amerikanen bestaat en de Obama’s bestaat volgens Andersen toch een speciale band omdat de First Family ‘uit dezelfde cultuur komt’ als hun personeel. Op een foto is te zien hoe butler James Ramsey tijdens een officieel diner met de nog kleine Malia en Sasha Obama fluistert, zijn armen koesterend om hen heen geslagen.

Aan exotische folklore is in het Witte Huis geen gebrek. Bij een presidentswissel is ’s ochtends het definitieve afscheid van de familie die het personeel soms acht jaar dag in dag uit heeft gediend. Tussen elf en vijf, tijdens de inauguratie, moet de ene boedel eruit en de nieuwe erin. Hulp van buiten is niet toegestaan.

Nog exotischer zijn sommige presidenten. Ook Andersen citeert de bizarre, ranzige details uit de memoires van Reds Arrington, loodgieter van het Witte Huis tussen 1946 en 1979. Gedurende zes jaar probeerde hij de douche in het Witte Huis zó te krijgen als Lyndon Johnson hem wilde hebben, met harde, hete waterstralen uit verschillende sproeiers, deels gericht op de presidentiële edele delen. Hoe Arrington ook zijn best deed, het lukte hem niet de president tevreden te stellen. Hij legde nieuwe leidingen aan en installeerde vier nieuwe pompen, het water beukte zich naar buiten ‘als uit een brandslang’ en nog was het niet goed. ‘Als ik tienduizenden troepen in een dag kan verplaatsen, dan kun jij toch wel de badkamer maken zoals ik dat wil!!’ brulde Johnson op een dag. De verlossing kwam toen Nixon aantrad en zei: ‘Haal die rotzooi maar weg.’

Wat ging vooraf aan het bezoek van Beatrix?

Nancy Reagan was minstens zo veeleisend. Haar verzameling porseleinen doosjes mocht geen millimeter verplaatst worden bij het schoonmaken. Ook verschilde ze met de chef-kok regelmatig van inzicht over wáár bij een staatsbanket de doperwten op de borden moesten liggen. Pas nu lezen we wat voorafging aan het staatsbezoek van Beatrix en Claus in 1982. Patissier Roland Mesnier was met twee ontwerpen voor een dessert teruggestuurd. Toen Nancy hem zei dat ook zijn derde plan ‘niet kon’, opperde de president voorzichtig: ‘Schat, laat de chef met rust. Dit is een prachtig dessert.’

‘Ronnie, eet jij je soep nu maar, dit zijn jouw zaken niet’, antwoordde Nancy. Als ze met een eigen plan komt – mandjes van suikerwerk voor elke gast met telkens drie suikeren tulpen erin – zegt Mesnier dat ook dat niet gaat lukken in twee dagen. Waarop Nancy zegt: ‘Je hebt toch ook nog twee nachten?’ Hopelijk hebben Beatrix en Claus de suikeren tulpen geapprecieerd.