Commissie oordeelt hard over Nederlandse teruggave Europese Spelen 2019

De Nederlandse sport heeft „ernstige reputatieschade” opgelopen door het echec met de kandidatuur.

28 april 2015: André Bolhuis, voorzitter van NOC*NSF, wordt gefeliciteerd met het binnenhalen van de Europese Spelen van 2019. Foto Remko de Waal/ANP

De Nederlandse sport heeft „ernstige reputatieschade” opgelopen door het echec met de kandidatuur voor de Europese Spelen in 2019. Sportkoepel NOC*NSF zette de kandidaatstelling eind 2014 in gang zonder dat er sprake was van een brede coalitie van rijk, provincies, speelsteden en sportbonden. Daardoor ontbrak een gezond fundament onder de plannen. Dat leidde uiteindelijk tot teruggave van het evenement met internationaal gezichtsverlies als gevolg.

Tot deze conclusie komt de commissie die op initiatief van het bestuur van NOC*NSF heeft ingesteld naar de mislukte kandidaatstelling voor de organisatie van de continentale spelen in Nederland, de tweede editie na de Spelen in Azerbeidzjan in 2015.

„NOC*NSF is er niet in geslaagd een goed fundament te leggen”, vatte voorzitter Jan Berent Heukensfeldt Jansen, voorzitter van het Watersportverbond en lid van de commissie, de kritiek samen. De commissie, onder leiding van de Bredase burgemeester Paul Depla, interviewde voor het onderzoek vijftig betrokkenen.
Op basis daarvan reconstrueerde de commissie de gebeurtenissen tussen december 2014, toen NOC*NSF in een persbericht meldde de kandidaatstelling te bestuderen, en juni 2015 toen Nederland zich terugtrok wegens onvoldoende draagvlak.

Afwachtend

„De organisatie lag voor het oprapen”, schetste Heukensfeldt Jansen. De Europese Olympische Comité’s (EOC) waren enthousiast over de Nederlandse kandidatuur. Door gebrek aan concurrentie was er geen dure bidprocedure nodig, de sporten zouden worden gespreid over het hele land en er zou gebruik gemaakt worden van bestaande infrastructuur. Uiteindelijk bleek minister Schippers van sportzaken niet bereid om en een substantieel bedrag bij te dragen en trokken beoogde gaststeden als Rotterdam en Utrecht zich terug omdat zij twijfelden aan de financiële haalbaarheid van het toernooi. Schippers twijfelde aan het topsportgehalte en vond de lasten met bijna de helft van het budget (125 miljoen euro) eenzijdig bij het rijk en de participerende provincies en steden liggen.

Naast het onvermogen om een plan met maatschappelijk en financieel draagvlak te creëren, constateert de commissie ook een „afwachtende en risicomijdende” houding van partners. NOC*NSF bleef de enige drijvende kracht achter het initiatief, niet de bonden en de overheid.

Nederland had zich nooit kandidaat moeten stellen onder voorwaarden, zoals dat op 28 april 2015 gebeurde. Heukensfeldt Jansen: „Het risico op teruggave was te groot. Dit heeft tot grote reputatieschade geleid.”

Het bestuur van NOC*NSF zal zich eind mei de conclusies van de commissie bespreken. Voorzitter André Bolhuis sprak van een „verstandig, compact rapport over een ingewikkelde materie”.