’s Nachts nog één keertje dringen voor de schilderijen van Bosch

Jheronimus Bosch, het laatste weekend Vanaf zaterdagochtend was de tentoonstelling non-stop open. Zondagochtend om 3 uur kwam ook NRC nog snel even kijken.

Foto: Merlin Daleman

In het museumcafé speelt een percussiegroep driftig op marimba’s, drums en ander slagwerk. Het is kwart voor drie in de nacht van zaterdag op zondag: om de muzikanten heen liggen mensen uitgestrekt op zitzakken met koffie of een biertje. Sommigen zichtbaar voldaan: ze horen bij de laatsten die de expositie Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie hebben gezien. Of nog gaan zien, want het museum blijft open tot zondagavond 23.00 uur.

Tijdens de Nacht van de Uil, van zaterdag op zondag in het slotweekend van de succesvolle tentoonstelling, benutten ruim 4.000 mensen de laatste kans om de bijeengebrachte 17 schilderijen en 19 tekeningen van Bosch te bekijken.

Nadat de expositie herhaaldelijk was uitverkocht besloot het museum om in de meivakantie iedere avond tot 1 uur de deuren open te houden, en in het slotweekend een nacht zelfs helemaal niet te sluiten. Dat was de enige manier om nog iets meer aan de enorme vraag naar kaartjes tegemoet te komen. Aan het aantal weken dat de tentoonstelling mocht duren viel niet te tornen, want de meeste werken moeten snel doorreizen naar Madrid waar op 31 mei in het Prado een misschien nog wel grotere overzichtstentoonstelling opent. In Den Bosch waren ook de extra tickets voor de nachtopening binnen mum van tijd uitverkocht.

Het Noordbrabants Museum heeft voor de laatste uren een uitgebreid programma voorbereid. Er staat een valkenier op het plein voor de ingang, in het café spelen jazzgroepen, een percussieorkest en een strijkkwartet. In de ochtend neemt een singer-songwriter het over. „We hebben geprobeerd de muziek een beetje op het moment van de nacht af te stemmen”, vertelt Charlotte Joosten van het museum.

In de zalen merk je maar weinig van het merkwaardige tijdstip. Ook om half vier ’s nachts lopen mensen gewoon met een audiotour of gidsje door de duistere zalen. „Sommigen komen direct uit de kroeg, maar eigenlijk is iedereen heel kalm”, zegt een suppoost. „Overdag hebben we soms meer gedoe gehad.”

Wat opvalt, is hoe geruisloos twee schoonmakers met een bezem door de bezoekersstroom laveren. „Normaal maken we niet schoon waar de bezoekers bij zijn, maar vannacht kan het niet anders”, licht Joosten toe.

Om de verlengde openingstijden mogelijk te maken, moest het museum wel een kleine concessie doen. Met bruikleengevers van de kwetsbare tekeningen was vooraf een bepaalde lichthoeveelheid afgesproken waaraan die tekeningen mogen worden blootgesteld. Voor ieder uur dat de tentoonstelling langer open bleef, moest de intensiteit van het licht naar beneden. Daar is in de zaal gelukkig weinig van te merken: ook met gedimd licht zijn de details prima te zien – mits het je lukt een plaatsje tussen de schouders van de andere belangstellenden te veroveren.