Het einde van een tijdperk krijgt kleur met nog één titel

Hockey Oranje Zwart is straks niet meer, maar kreeg wel het beste afscheid denkbaar: een derde titel op rij. Lang leek dat niet mogelijk.

Robert van der Horst (Oranje Zwart) juicht voor het meegereisde Brabantse publiek in Amstelveen. Foto Koen Suyk/ANP

Lang hadden ze vermeden erover te praten, had toch alleen maar afgeleid. Maar dit weekend kwam het volgens Robert van der Horst toch even ter sprake in de kleedkamer: jongens, het einde is in zicht, laten we nog een laatste keer iets moois doen. Oranje Zwart, vanaf de zomer na een fusie met de Eindhovense stadgenoot EMHC de nieuwe club Oranje-Rood, kreeg zondag het gedroomde afscheid: weer een landstitel. De derde op rij. Misschien wel de mooiste.

Toch weer. Je had ze na de eerste helft van het tweede duel in de best-of-three al bijna afgeschreven. 2-0 achter in Amstelveen, Amsterdam had in Brabant ook al gewonnen. Maar zaterdag werd maar weer eens duidelijk dat je pas zeker weet dat je Oranje Zwart hebt verslagen als ze gedoucht in de bus naar Eindhoven zitten. De ploeg, gesteund door een oranje brigade fans die in ondertal veel luider was dan de Amsterdamse meerderheid in het Wagener Stadion, kwam op spectaculaire wijze terug en deelde een mentale dreun uit. Een waarvan je eigenlijk langer dan een dag moet herstellen.

Maar dat hoorde je ze bij Amsterdam niet zeggen. Nee, het was „gewoon weer 0-0” zondag. Feit is wel dat een dergelijke comeback als die van Oranje Zwart er voor Amsterdam niet in zat. 2-0 achter, halverwege de eerste helft werd het nog wel 2-1, maar na de 3-1 voelde je dat het klaar was. Spelers probeerden enkele keren met wilde handgebaren het publiek hetzelfde geloof te geven dat zij nog hadden. Het leek tevergeefs.

Robert van der Horst is trots op wat hij achterlaat met Oranje Zwart

Vertrouwen

Hoe anders was het bij de Brabanders. „Helemaal niets in Amsterdam”, klonk het zondag nadat De Graafschap de 1-1 maakte tegen Ajax. Een minuut later, na de benutte strafcorner van Mink van der Weerden, gold het ook voor het hockey. In de rust trok de geur van vuurwerk over het veld, onderdeel van een minifeestje in het Eindhovense vak nadat ‘hun’ PSV de titel pakte. „Kampioenen, kampioenen.” Daar zouden ze aan herinnerd zijn als Amsterdam vervolgens alsnog de titel pakte.

Het tekent wel het vertrouwen van een ploeg die de afgelopen jaren eigenlijk alleen maar heeft gewonnen. Zelfs toen Oranje Zwart donderdag op eigen veld met 2-1 verloor, wetend dat het zelden voorkomt dat een team dan alsnog de titel pakt, waagde coach Michel van den Heuvel met een strak gezicht te zeggen dat er nog tachtig procent kans was op de titel. Bluf, natuurlijk, even een beetje jennen. „Een signaal”, noemde Van den Heuvel het zondag, nadat hij kort daarvoor weer met de beker in zijn handen stond. „Ik heb heel veel vertrouwen in mijn spelers. In mijn vier jaar hier zijn ze enorm gegroeid. Het zijn echte karaktermensen. Ik zag de kracht van de kleedkamer, het goede contact, de juiste keuzes. Dan weet je hoe bijzonder deze ploeg kan zijn.”

Kleine dingetjes

En voor Amsterdam was het inderdaad „helemaal niets” dit weekend. De vrouwen verloren zaterdag al meer dan terecht van Den Bosch, dat voor de zeventiende keer in negentien seizoenen de titel won. Balen, natuurlijk, zei Valentin Verga zondag, maar hij leek er vijf minuten na het eindsignaal al enigszins in te berusten. Er kon zelfs een lach vanaf. „We hebben gewoon goed gespeeld. Het is twee keer beslist door kleine dingetjes.” Kleine dingetjes als twee gemiste strafballen bijvoorbeeld. Hij zaterdag, bij een 2-1 voorsprong, topscorer Mirco Pruyser zondag, hij had er 2-2 van kunnen maken. Dat kun je je niet permitteren, dat wist Verga ook.

Waar Amsterdam geen mooi symbolisch afscheid kon bieden aan het oude Wagener Stadion, dat grondig verbouwd gaat worden met het oog op het EK van volgend jaar, kon Oranje Zwart de club op een hoogtepunt ten grave dragen. Dat is toch best emotioneel, zei veteraan Van der Horst na de wedstrijd. „Het is een prachtige vereniging, spelers in dit team zijn er opgegroeid.” En dan kunnen de meeste spelers wel gewoon blijven: het is gewoon anders. Ander complex, ander shirt. Andere coach ook, want Van den Heuvel gaat proberen Bloemendaal, waarmee hij al eerder drie titels won, weer de succesploeg te maken die het eigenlijk hoort te zijn, nadat het dit jaar voor het eerst sinds 2001 de play-offs miste. „Het DNA blijft, maar het wordt wennen.” Van der Horst, die in 2005 ook de allereerste titel van Oranje Zwart meemaakte, heeft als geen ander recht van spreken. „Ik ben trots op wat we achterlaten.”