Een feestzaal was nog niet geregeld

Kampioen PSV PSV bleef voor de slotdag bescheiden, maar bleef loeren op dat kleine kansje. Nu incasseert het miljoenen uit de Champions League.

De spelers van PSV rekenden er al niet meer op, maar stonden zondagmiddag in Zwolle ineens met de kampioensschaal in hun handen. Een reserveschaal, want de echte lag in Doetinchem klaar voor Ajax. Foto ANP Pro Shots

Tot zondag 14.30 uur hadden spelers en bestuurders van PSV zich gedragen als nummer twee van de eredivisie. Dat wil zeggen: bescheiden. Op weg naar de ontknoping onthielden zij zich van gespierde taal over Ajax, gaf trainer Phillip Cocu niet van die grote interviews zoals zijn collega Frank de Boer en trof algemeen manager Toon Gerbrands geen voorbereidingen voor een eventueel kampioenschap. „De bloemen die de spelers hebben gekregen zijn van Eredivisie CV, niet van PSV”, aldus Gerbrands. „Een feestzaal? Niet geregeld, maar we vinden vanavond vast wel een plek om een biertje te drinken.”

Bescheidenheid siert de mens, zeggen ze, en misschien maakte dat de festiviteiten van zondag des te bijzonderder. Om 16.25 uur in het IJsseldeltastadion van PEC Zwolle werd duidelijk dat PSV opnieuw een triomftocht per platte kar door het centrum van Eindhoven stond te wachten. Een tocht der kampioenen, na de laatste speeldag waarop Ajax punten verspeelde en de spelers van PSV zich door een 3-1 zege op PEC verzekerden van de tweede titel op rij. Zoals Cocu zei: „Het blijft voetbal.”

Voetbal als sport vol onverwachte wendingen. Waarin wonderen geschieden en er dagen zijn dat er iets gebeurt waar weinigen rekening mee hadden gehouden. Natuurlijk had PSV een kleine kans. Wilde de club de titel bemachtigen en daarmee een ticket voor de Champions League ter waarde van ruim 15 miljoen euro, dan moest Ajax punten verspelen bij degradatiekandidaat De Graafschap – dat leek onwaarschijnlijk. En als Ajax al in de fout zou gaan, dan moest PSV zelf nog winnen op het kunstgras van PEC. Geen vanzelfsprekendheid.

In Eindhoven hielden ze er sterk rekening mee dat Ajax het niet meer zou weggeven nadat de ploeg van Frank de Boer in maart met 2-0 had gewonnen in het Philips Stadion. Te stabiel, te overtuigd van eigen kunnen. Al speelde PSV ondertussen net zo constant. Met 84 punten heeft PSV maar vier punten minder dan in de vorige jaargang, waarin de ploeg een clubrecord vestigde (88).

Toen kwam dat bericht uit Doetinchem: 1-1 bij De Graafschap-Ajax. Luc Nilis, voormalig PSV-spits en nu spitsentrainer, sloeg op de tribune direct zijn handen voor de ogen. Zenuwachtig. Alsof hij het niet kon geloven. Luuk de Jong zag de meegereisde PSV-aanhang ontploffen van vreugde en dacht: „Het zal toch niet?” Waarna hij naar de reservebank keek en de bevestiging kreeg. Aanvaller Jürgen Locadia kreeg de tussenstand door van linksback Jetro Willems. Locadia: „Ik werd niet gek, maar er ging wel een apart gevoel door me heen.”

Bijna had PSV dit seizoen verpest met gelijke spelen tegen de kleintjes

Voor vreugde was het te vroeg. Maar zeker was dat de verhoudingen waren veranderd en PSV met een 3-1 voorsprong virtueel kampioen was. Maar dan nog: één doelpunt van Ajax en de naderende zege van PSV deed er niet meer toe. Hetgeen in het Eindhovense kamp voor gierende zenuwen zorgde. Het ergste vond directeur Gerbrands die ene minuut die Ajax nog moest spelen toen het duel in Zwolle al was geëindigd. „Dan duurt een minuut heel lang.”

Naderhand, toen spelers van PSV voor het uitvak stonden te hossen, zei Gerbrands dat hij blij was dat de titelstrijd is beslist op punten. Niet op dat vermaledijde doelsaldo dat PSV fataal leek te worden. Want het scheelde weinig of PSV had dit seizoen verpest met gelijke spelen tegen clubs als Excelsior en Roda JC en een teveel aan tegendoelpunten tegen kleine clubs. PSV incasseerde 32 treffers (Ajax 21) waarvan zo’n 60 procent tegen de onderste acht. Tegen de onderste vier waren dat er zelfs elf.

Achteraf werden kleine drama’s horror: PSV kon mogelijk de titel vergeten door Excelsiors gelijkmaker in de slotminuut (1-1), of de vijf treffers in twee duels tegen De Graafschap. Cocu noemde dat een ervaringskwestie. Wie volgens hem nooit had meegemaakt dat doelsaldo beslissend was, beseft niet dat elk tegendoelpunt er een te veel is. „Dan denk je: ach, wat maakt die ene goal nou uit.”

Was PSV tweede geworden, dan gold dit seizoen als mislukt. Fraai dat de club overwinterde in de Champions League en twee keer 0-0 speelde tegen de latere finalist Atlético Madrid, dan nog telde alleen de titel. „Dat was onze doelstelling”, zei technisch manager Marcel Brands. „Haal je die niet, dan is het mislukt.”

Dat Brands zijn contract tot 2020 mocht verlengen was een blijk van waardering voor de architect van de kampioensploeg. Hij zat er af en toe naast, zoals met Adam Maher, maar durfde ook te investeren in spelers als Andrés Guardado en Luuk de Jong, en slaagde erin Marco van Ginkel te huren van Chelsea. Nu PSV weer Champions League speelt denkt hij dat spelers eerder blijven bij PSV en het voor anderen interessanter wordt naar Eindhoven te komen. Brands: „Iedereen wil Champions League spelen.”

Terwijl PSV zo’n 5 tot 6 miljoen euro kwijt is aan kampioenspremies, kan het straks weer ruim 15 miljoen euro bijschrijven door de deelname aan de Champions League. „Dat vergadert morgen een stuk prettiger”, zei Gerbrands. Hij bespreekt maandag met het bestuur de begroting van volgend seizoen. Daarna het volksfeest. Niemand die dan nog bescheiden zal zijn.