Zin om te klooien

Er was verlangen naar zoet, er was rabarber en er was zin om te klooien in de keuken. Kwam dat allemaal even goed uit. Eerst maakte ik rabarber curd. Gewoon zoals je lemon curd maakt, maar dan van rabarber. Ik veroorloofde mijzelf om er een spikkeltje rode levensmiddelenkleurstof aan toe te voegen, zodat er een uur later een pot prachtig babyroze curd in de koelkast stond.

Ik at een geroosterde boterham met rabarber curd. Dat was op zichzelf al heel bevredigend, maar er was nog rabarber over, en klooizin ook. Dus maakte ik kleine taartbodempjes van citroenig zanddeeg en kookte nog een portie rabarbercompote. En toen, na een middagje snijden, roeren, kneden en bakken, zette ik zachtjes neuriënd een schaal snoezige rabarbertaartjes op tafel. Hoe ging dat gezegde ook alweer? Iets met het leven, iets met een feestje, en iets met zelf de slingers ophangen.

Janneke Vreugdenhil